zondag 17 november 2013

Orlando


Orlando, het hoofdpersonage uit Virginia Woolf's gelijknamige roman belandt tijdens zijn/haar omzwervingen door tijd en ruimte ook bij de zigeuners. (Politiek-correcte lezers: Virginia Woolf heeft het over gypsies, niet Rom of welke term ook die vandaag verkieslijk wordt geacht. In deze volgen we dus voor het gemak gewoon even Virginia Woolf.) Orlando bezingt -"stricken with the "English disease, the love of nature", de schoonheid van de lucht en de aarde. Vermits -weerom, we volgen Virginia- de zigeuners in kwestie geen woord hebben voor mooi, moet Orlando terugvallen op het woord dat in de zigeunertaal het dichtst het gevoel van schoonheid benadert: "How good to eat! How good to eat!".

En dan volgt Woolf's commentaar:
[I]t is a curious fact that though human beings have such imperfect means of communication that they can only say "good to eat" when they mean "beautiful" and the other way about, they will yet endure ridicule and misunderstanding rather than keep any experience to themselves.
En die commentaar vat eigenlijk enkele eeuwen kunstkritiek samen. We beschikken niet over de woorden om uit te drukken waarom dingen die niet in woorden kunnen worden gevat, zijn wat ze zijn. Muziek, literatuur, tekeningen, architectuur, film, dans, beeldhouwwerken: alles wat we er over zeggen en schrijven is niet veel meer dan een variant op "How good to eat! How good to eat!". En daar moeten we het mee doen. Wat ons uiteraard niet moet beletten het te proberen.

1 opmerking:

leenhuet zei

Alweer een triomf voor Virginia!