“All that belongs to human understanding, in this deep ignorance and obscurity, is to be sceptical, or at least cautious, and not to admit of any hypothesis whatever, much less of any which is supported by no appearance of probability.”Het prentje: deze week precies 237 jaar dood, David Hume. David zelf was blijkbaar niet zo verschrikkelijk bedroefd omwille van dat doodgaan. Lees hier het aangrijpende relaas van Adam Smith over zijn laatste bezoek aan het sterfbed van zijn vriend David Hume.
David Hume, Dialogues Concerning Natural Religion, 1776
Posts tonen met het label helden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label helden. Alle posts tonen
dinsdag 27 augustus 2013
Minstens voorzichtig
vrijdag 17 juni 2011
Patrick Leigh Fermor

Sir Patrick Leigh Fermor, reisschrijver en oorlogsheld, is niet meer. Leigh Fermor was 96, dus heel erg onverwacht kwam het bericht niet. Enkele eerbetuigingen: Robert Kaplan (hier), Christopher Hitchens (hier), Jan Morris (hier) en ook nog een mooi stuk uit The Telegraph (hier).
Leigh Fermor slaagde er tijdens de Tweede Wereldoorlog in samen met een kompaan de Duitse opperbevelhebber op Kreta te ontvoeren en uit het land, naar gevangenschap in Caïro, te smokkelen. Die dappere actie werd later verfilmd met Dirk Bogarde in de rol van Leigh Fermor (filmpje).
Het prentje: één van de mooiste boeken van Leigh Fermor, A Time of Gifts, het verslag van een voetreis door Centraal Europa in 1933/34.
woensdag 16 maart 2011
Bijvoorbeeld

"Life is so much luck. And people are so frightened to admit that. They want to think that they control their life. They think 'I make my luck'. And you want to keep telling yourself that you're in control, but you're not in control. Ninety-nine per cent of it is luck, the luck of the genes, the luck of the draw, what happens during the day, the bomb that goes off on the other guy's bus."Het prentje (via John McNab): inderdaad, je zult bijvoorbeeld maar het ongeluk hebben om een slechtgehumeurde gorilla tegen het lijf te lopen. Bijvoorbeeld.
Woody Allen, 'My wife hasn't seen most of my films... and she thinks my clarinet playing is torture', (The Guardian, 13.03.2011).
dinsdag 16 februari 2010
Le bon David

De Schotse filosoof David Hume had de reputatie een dermate goed mens te zijn dat hij in de wandelgangen als "le bon David" werd aangeduid. Het moet er van jongsaf hebben ingezeten.
At a dinner given in Edinburgh, when Hume was a child, the dog Pod was accused of making a foul smell. Cried young David, "Oh, do not hurt the beast. It is not Pod. It is me!" Recording the incident in her memoirs, Lady Anne Lindsay commended the child's honesty: "How very few people would take the evil odour of a stinking conduct from a guiltless Pod to wear it on their own rightful shoulders."
Uit: David Edmonds en John Eidinow, Rousseau's Dog. Two Great Thinkers at War in the Age of Enlightenment, Harper Perennial, 2006.
vrijdag 29 januari 2010
J.D. Salinger

I thought maybe I'd read something to her," Seymour said, and took down a book. "She's ten months old, for God's sake," I said. "I know," Seymour said. "They have ears. They can hear." The story Seymour read to Franny that night, was a favorite of his, a Taoist tale. To this day, Franny swears that she remembers Seymour reading it to her.
Uit: Raise High the Roof Beam, Carpenters:
Een trieste dag voor Seymour, Buddy, Boo Boo, Walt, Waker, Zooey en Franny, de briljant-tragische kinderen van Les en Bessie Glass.
J.D. Salinger is dood.
zaterdag 31 oktober 2009
Nu Rotterdam nog

Het heeft een kleine vijftig jaar geduurd, maar nu is ze er: de Nederlandse vertaling van Jane Jacobs' The Life and Death of Great American Cities. Dat werd gevierd met een studiedag en dus trokken we gisteren naar Rotterdam, naar het Nederlands Architectuur Insitituut.
Dat het Jane Jacobs-event net in Rotterdam doorging was eigenlijk wel een beetje ironisch. Rotterdam is een treffend voorbeeld van hoe het volgens Jacobs niet moet. Maar misschien moeten we eerst maar iets vertellen over onze heldin, op het prentje: de dame met de bril.
(Inderdaad: vroeger trok je je mooiste kleedje aan als je ging betogen en, uiteraard, een deftig paar witte handschoenen. Those were the days.)
Jacobs was een journaliste die wel vaker over stedelijke onderwerpen schreef en die in de late jaren vijftig het verzet leidde tegen de New Yorkse stadsplanner Robert Moses die heel Manhattan, en de Greenwich Village in het bijzonder, wou doorkruisen en, letterlijk, overbruggen met autosnelwegen.
Op papier en in theorie leek dat een vanzelfsprekende en vooruitziende keuze. Steeds meer mensen hadden een auto, steeds meer mensen moesten in Manhattan zijn, dus maakte je best vrij baan voor die auto's. Overigens: waarom zou je nog in Manhattan willen wonen, dacht Moses. Je kon toch beter fijn buiten de stad een mooi huis in het groen hebben en dan snel, via de autoweg, met de wagen naar je werk. Modern! Weg met die oude huizen en smalle straten. Vooruitgang!
Jacobs slaagde er in Moses' plannen te dwarsbomen en in het verlengde daarvan schreef ze The Death and Life. Daarin haalde ze alle modernistische dogma's onderuit. Jacobs pleitte voor levendige, vitale steden. Steden waarin alle activiteiten door elkaar liepen, zodat er altijd volk op straat was. Dat was, vond ze terecht, trouwens ook de beste manier om criminaliteit te vermijden.
Rotterdam is het soort stad waar Moses van droomde. De stadskern werd in de Tweede Wereldoorlog platgelegd. Bij de wederopbouw kozen ze -héél modern toen- voor functiescheiding. Hier kom je winkelen, daar ga je wonen, op die plek werk je en langs die brede rijwegen, dwars door de stad, verplaats je je van de ene activiteit naar de andere. Geweldig idee.
Het resultaat? Een stad met heel veel dode plekken. Als de winkels sluiten heb je geen enkele reden meer om in het stadscentrum te zijn, terwijl je, als je het ongeluk hebt thuis te zitten in één van de woonwijken, je overdag geen mens tegenkomt.
Overigens: in Rotterdam lopen we telkens weer verloren. Gisteren natuurlijk ook weer. Twee keer zelfs. Al die moderne gebouwen lijken op elkaar, hoezeer de architecten ook hun best hebben gedaan om geweldig origineel te zijn.
Maar het was een bijzonder leuk congres. En de Nederlandse vertaling -Dood en leven van grote Amerikaanse steden- ziet er beeldig uit.
Nu Rotterdam nog.
vrijdag 23 oktober 2009
Filmkritiek

Een nieuwe Woody Allen bespreken: makkelijke klus voor filmcritici. Gewoon even dezelfde drie dingen herhalen die ze ook bij de vorige dertig Allens herhaalden. Hier komen ze.
Eén, "Allen draait altijd dezelfde film".
En dan? De hele wereldliteratuur bestaat uit variaties op een stuk of vijf oerverhalen, over liefde, bedrog, dood, hoop en ontgoocheling. Moeten er dan, tot de mensheid nieuwe verhalen en sentimenten bedenkt, ook maar geen nieuwe boeken meer worden geschreven? Besluiten we dit jaar dan maar geen Boekenbeurs te houden? Flauwekul.
Twee, "Allens films zijn niet realistisch". Specifiek gaat het dan over dingen als: "het gaat over mensen die de intellectuele bohème moeten voorstellen, maar ze wonen wel in kasten van huizen". Of: "alsof in het echte leven losers steeds weer met de mooie meisjes naar huisgaan". Of: "op het einde van de film haalt Allen altijd weer zo'n deus ex machina boven, om te verbergen dat zijn verhalen rammelen".
Ook weer flauwekul. Allens films zijn parabels: "korte verhalen, gewoonlijk gesitueerd in het dagelijks leven, die dienen om een religieus, moreel of filosofisch idee te illustreren". In de nieuwste Allen, Whatever Works, gaat het er over dat je je in een koud, absurd en gewelddadig universum best optrekt aan wat je ook maar enige warmte, zin en liefde kan geven, hoe absurd het ding in kwestie vanuit rationeel oogpunt ook is. Vandaar de titel: Whatever works. Allen maakt parabels, geen sociologische analyses of docudrama's.
Drie, "Allens vorige films waren grappiger".
Weerom flauwekul. Allen maakt, in tegenstelling tot wat filmcritici elkaar napraten, niet in eerste instantie dijenkletsers. Alleen heeft niet de bedoeling grappige films te maken over zenuwlijders. Allen maakt films over zenuwlijders, die vaak ook nog eens best grappige mensen blijken te zijn. Wie naar Allen gaat met het idee lekker onderuitzakken en bulderen, koos de verkeerde film. Eigenlijk maakt Allen films over slimme en gevoelige mensen die in een dom en ongevoelig universum terecht gekomen zijn. Allen probeert te laten zien hoe je, als je tot die bevolkingscategorie behoort, kunt overleven.
Samenvattend: wij vonden Whatever Works wél een goede film. Maar wij vinden dan ook ongeveer alle Allens goed. Zelfs de slechte. Ons probleem is veeleer dat we soms een beetje vergeten dat het maar film is.
Wanneer hoofdpersonage Boris Yelltikoff probeert uit te leggen dat niet hij een probleem heeft omdat hij alles altijd zo somber ziet, maar de rest van de mensen omdat die dat niet zien, dan hebben we de neiging om de andere filmgangers aan te stoten en te zeggen: het is verdorie toch waar...
Ach, whatever works.
donderdag 11 juni 2009
De stem van Orwell

Er valt altijd wel iets te vieren.
In Groot-Brittannië herdenken ze dat zestig jaar geleden George Orwell's 1984 verscheen. De BBC dook in haar archieven en kwam boven met documenten uit de tijd dat Orwell er werkte. Die staan nu op de webstek.
Tussen 1941 en 1943 maakte Orwell programma's voor de wereldomroep, gericht op het Verre Oosten. Orwell wou zijn bijdrage leveren aan de strijd tegen het fascisme. Orwell, die al in Spanje had gevochten, verkoos in eerste instantie gewoon soldaat te worden. Maar dat lukte niet, omwille van zijn gezondheidstoestand: hij leed aan tuberculose, wat hem in 1950 trouwens fataal zou worden.
Dan maar in het Territorial Army, waar alle kneusjes, actieve bejaarden, mensen met een arm of een been eraf, onderdak vonden. Wie ooit de komische reeks Dad's Army (Daar komen de schutters, in het Nederlands) zag, weet zo'n beetje waarover het gaat. Rondmarcheren met een houten geweer, bleek al gauw niet hoe Orwell zich de strijd tegen het fascisme had voorgesteld. Via via kwam hij bij de BBC terecht. Mensen met, zoals Orwell, ervaring in Azië, konden ze daar wel gebruiken.
Het was de bedoeling het Verre Oosten warm te maken voor de zaak van de geallieerden. Maar de BBC bleef de BBC. Dus ging het er vooral ook om cultuur bij de mensen te brengen. Orwell las doorwrochte analyses van de wereldpolitiek voor en inviteerde bevriende schrijvers als T.S. Eliot, Stephen Spender, E.M. Forster of Dylan Thomas om uit hun werk te komen voordragen. Zo bracht Eliot zijn Waste Land ten gehore, toch wel één van de meer hermetische werken uit de geschiedenis van de moderne dichtkunst. Volksverheffing.
Eén probleem. Niemand wist of er ook luisteraars waren. Was het signaal van de omroep wel sterk genoeg? Waren er daarginds in Rangoon, Delhi of Kuala Lumpur effectief mensen die een radiootje hadden waarop ze de BBC konden horen? In 1943 hield Orwell het om die redenen voor bekeken.
Wat kwam er zoal boven uit het BBC-archief? Een vertrouwelijke nota over Orwell's stem, bijvoorbeeld. Die was "thin and flat". Kon dat wel op de radio? Overigens: we weten niet hoe Orwell klonk. Alle BBC-uitzendingen werden destijds wel opgenomen, maar daarna ook weer vernietigd. En dus moeten we voortgaan op hoe tijdgenoten zijn stem beschreven.
Vaak lees je ook over zijn nogal merkwaardige, hoogst persoonlijke accent. Orwell had op kostschool gezeten en dus een upper class-accent meegekregen. Maar Orwell wou als een man van het volk klinken en probeerde zich dus een working class-accent eigen te maken. Dat lukte nooit helemaal. En dus klonk Orwell vooral als iemand die nergens bijhoorde. Wat ook wel klopte, natuurlijk.
Nog een overigens: we hebben ook geen filmmateriaal van Orwell. Eén van de biografen beweert dat er een toeristenfilmpje bestaat, gedraaid in de badplaats Southwold, waar je twee seconden een boomlange man met enigszins verwaaid haar en een fijn snorretje ziet passeren. Onmiskenbaar Orwell, zeggen de enen. Neen: een andere boomlange man met verwaaid haar en een dun snorretje, zeggen de anderen.
Erg veel weten we dus niet met zekerheid.
dinsdag 9 juni 2009
Naar Morrissey geweest

We zijn naar Morrissey geweest. En was het, zoals destijds de Dichter van Ertvelde na zijn bezoek aan de Lichtstad meesterlijk in rijm vatte, ook een reuzefeest?
Inderdaad.
Enkele impressies:
1. Meer Smithsnummers dan verwacht/verhoopt. Niet, zullen alle fans beamen, dat we de liedjes uit de latere solocarrière minder vinden. Maar, laten we eerlijk wezen, de Smiths dat was toch nog net iets meer.
2. Heel slim: Morrissey kiest altijd voor jonge muzikanten. Een podium vol oude rockers is immers niet noodzakelijk bevorderlijk voor de appetijt. Noch bij het publiek, noch bij de optredende artiesten. Morrissey had een stel jonge honden bij dat duidelijk nog alles wil bewijzen. En dan heeft iedereen er plezier aan.
3. Onze held werd recent vijftig. Het overgrote deel van het publiek duidelijk ook. Sommigen zien er inmiddels uit als de bibliothecarissen, computerprogrammeurs of sales managers die ze in het dagelijkse leven zijn geworden. Maar toen Morrissey het podium betrad stonden ze weer allemaal, net als toen, enthousiast mee te shaken. Tegen het einde van het concert zag je er wel meer en meer die maar even terug gingen zitten. De wil is er nog wel, maar de fysiek doet niet altijd meer mee.
4. Ook fijn: Morrissey's concerten worden altijd voorafgegaan door filmpjes die onze held leuk vindt. Stukjes traditionele musical, dialogen uit oude films, clipjes van rockers uit de pionierstijd, Shirley Bassey in de jaren zestig op een Italiaans songfestival. Dat soort dingen. Ook: het clipje van het liedje dat de Sparks vorig jaar over hem schreven: Lighten' Up Morrissey. Zelfspot, als het ware.
Dankzij de wonderen van de techniek kan je zo'n volledig Morrisseyconcert thuis nog eens dunnetjes over doen. Een goede ziel verzamelde de filmpjes voor alle nummers die op deze tournee op de setlist staan. En zette die vervolgens op een site. Met meteen ook de liedjesteksten erbij: hier. Een werk van liefde.
En nog een spreekwoordelijk toemaatje: het officiële filmpje van de single uit de laatste CD, I'm Throwing My Arms Around Paris. Met daarin ondermeer twee vriendelijke Franse hondjes.
Samenvattend: we zijn naar Morrissey geweest. En het was een, eh, reuzefeest.
(Het verslag uit de krant: hier)
donderdag 28 mei 2009
Leeftijd en schoenmaat

Allerlei fantastische mensen worden dit jaar vijftig. Waaronder, vorige week, ook Morrissey. En uiteraard heeft die daar een gefundeerde mening over:
"Age shouldn't affect you. It's just like the size of your shoes - they don't determine how you live your life! You're either marvellous or you're boring, regardless of your age."
De prentjes: onze held, voor (boven) en na (onder). Irish Blood, English Heart (filmpje.)
dinsdag 26 mei 2009
donderdag 23 april 2009
Mensen en heiligen

Many people genuinely do not want to be saints, and it is probable that some who achieve or aspire to sainthood have never felt much temptation to be human beings.
George Orwell, 1903-1950.
Het prentje: Orwell's officiële paspoortfoto, toen hij nog koloniaal ambtenaar was. Dat soort snorren was, zullen we maar aannemen, in die dagen nog onverdacht.
Gelicht uit Orwell's file bij de geheime dienst MI5, waarin we ondermeer lezen: "This man has advanced Communist views, and several of his Indian friends say that they have often seen him at Communist meetings. He dresses in a bohemian fashion both at his office and in his leisure hours."
Dat moest slecht aflopen.
Overigens: gisteren werden de jaarlijkse Orwell Prizes uitgereikt. In de categorie beste boek-met-inhoud won Andrew Brown, journalist bij The Guardian, met Fishing in Utopia. Sweden and the Future that Disappeared. Een stukje uit het juryrapport:
“The book tells, in a style which is both charming and crystalline, the story of how the author fell in love with Sweden and everything Swedish, including his first wife, the fishing and the socialism, more particularly the spirit of equality which seemed to pervade the whole country. And when he falls out of love, it is not a straightforward disillusionment but rather a rueful recognition of how incredibly hard it was and is for a country of dirt-poor farmers to emerge into an industrial nation without losing some of the idealism in the affluence. The descriptions of fishing are as enchanting as anything since Izaak Walton, but in its light and easy way the book is as profound as it is enchanting.”
Hier de shortlist en hier de longlist van de geselecteerde boeken. Er zitten ongetwijfeld nog fijne dingen tussen.
vrijdag 17 april 2009
donderdag 25 december 2008
Rastajoden en islampunks

De gelovigen nooit onderschatten! Vroeger hanteerden ze als regel: als het leuk is, mag het niet. Dat was overzichtelijk. Zowel voor de gelovigen als voor de ongelovigen.
Fijne liedjes bijvoorbeeld, die waren per definitie heidens of des duivels. Het gevolg was een duidelijke taakverdeling. Saaie muziek: voor het gelovige volksdeel. Opwindende deuntjes: de ongelovigen.
Maar de gelovigen kregen door dat het niet zo slim was de beste melodieën aan de duivel te laten. En daardoor krijg je vandaag merkwaardige mengvormen. In de New York Times hadden ze het onlangs over islampunks: jonge moslimamerikanen die proberen tezelfdertijd goede moslims en goede punks te zijn. En wat te denken van deze leukerd? Matisyahu, een orthodoxe jood die zich van reggae en rap bedient om de goede boodschap te brengen (filmpje).
Waar blijven de ongelovigen? Wanneer begint het Humanistisch Verbond een boysband? Welke atheïstische hiphopper maakt in het binnenkort van start gaande Darwinjaar iets wervends over de evolutietheorie? Kunnen eventuele agnostische gitaargroepjes een teken van leven geven?
Dan maar iets uit overzichtelijker tijden. Roy Wood met de ultieme kerstsingle: I Wish It Could Be Christmas Everyday (filmpje). Zoals je merkt was er, in 1973, nog geen sprake van een wapenbestand tussen gelovigen en ongelovigen. Zowel de presentator van het programma in kwestie als Roy Wood, zien er uit alsof ze door de duivel zelf betaald werden om onschuldige kinderzieltjes in het verderf te storten. Wat vermoedelijk daadwerkelijk ook het geval was.
Met Roy Wood, één van de helden uit onze jeugd, is het overigens allemaal nog goedgekomen. In januari 2008 kreeg hij zowaar een eredoctoraat van de Universiteit van Derby als "one of the most significant British musicians of post rock and roll popular music history, contributing to Glam Rock, Rock, Progressive Rock, and Psychedelia" (einde citaat).
En op zijn officiële website lees je ook dat Roy nu jingles maakt voor het zoutjesmerk Pringles. Iemand moet het doen, zullen we maar denken.
dinsdag 25 november 2008
Het graf van David Hume
Mensen vragen wel eens hoe het in Edinburgh was. Bijzonder prettig, dank u. Mooie stad, veel te zien, vriendelijke mensen, goed gegeten. Zelfs het weer was prima. Terwijl hier sneeuw viel en iedereen blijkbaar van her naar der schoof, bleef het in Edinburgh de hele tijd droog en scheen de zon. En dat kunnen we met fotografisch bewijsmateriaal staven.
Eén van de hoogtepunten was de pelgrimage naar het graf van David Hume. Het graf is een cylindervormig mausoleum dat bovenaan open is. Het werd in 1777 ontworpen door Robert Adam en het daaropvolgende jaar gebouwd.
David Hume steeg overigens nog in onze achting. Eén van de mooiste plekken in de stad is Calton Hill. En wat lazen we bij het betreden van park? Nadat het terrein in 1724 eigendom werd van de stad, startte de filosoof een petitie om het toegankelijk te maken voor het publiek en om wandelpaden aan te leggen "for the health and amusement of the inhabitants". Om één of andere reden verwacht je dat niet van, bijvoorbeeld, Rousseau of Wittgenstein.
Het mausoleum van Hume is wel enigszins aan restauratie toe. Wie een donatie wil leveren kan dat doen, hier.
dinsdag 21 oktober 2008
Ezelsbibliotheek

Deze mens verdient de hemel. Luis Soriano, van beroep schoolmeester, reist met zijn ezeltjes Alfa en Beto door de binnenlanden van Columbia. Samen vormen ze de Biblioburro, ofte "ezelsbibliotheek". Luis Soriano brengt het boek tot bij de mensen. Ook en vooral naar mensen die daar uit eigen beweging nooit om zouden vragen.
Een mooi en hartverwarmend artikel uit de New York Times. Het soort verhaal waarbij wij moeilijk de ogen droog kunnen houden. Mensen als Luis Soriano zijn moderne heiligen.
Vooral zijn wedervaren tijdens een beroving spreekt tot onze verbeelding. Uitgeschud door struikrovers die, teleurgesteld omdat ze geen geld vinden, besluiten zich dan maar tevreden te stellen met een boek. Welk boek willen bandieten graag hebben? They stole one item from his book pouch: “Brida,” the story of an Irish girl and her search for knowledge, by the Brazilian novelist Paulo Coelho. “For some reason, Paulo Coelho is at the top of everyone’s list of favorites,” said Mr. Soriano.
Columbiaanse beurzensnijders die bij voorkeur boeken lezen van een Braziliaanse new age-schrijver: dat werpt meteen een heel nieuw licht op de problematiek van de globalisering.
zaterdag 9 augustus 2008
De dagelijkse concentratie

Sinds vandaag blogt ook George Orwell zijn woordje mee. Op de site van The Orwell Prize vind je voortaan elke dag een stukje uit Orwell's dagboeken, vandaag een stukje van 9 augustus 1938.
Houden mensen vandaag nog dagboeken bij? Vervangt de blog in toenemende mate het dagboek? Vervult een blog dezelfde functie als het dagboek?
Deels wel. Waarom houden mensen een dagboek bij? Om dingen niet te vergeten, om samenhang en betekenis te geven aan het dagelijkse leven, om hun gedachten te ordenen en nauwkeuriger te verwoorden, om kwijt te kunnen wat ze niet gezegd krijgen, omdat ze graag schrijven. Waarom bloggen mensen? Precies.
Is dagboekschrijven niet een uitermate private aangelegenheid, terwijl bloggers net hun lief en leed met de hele wereld willen delen? Niet echt. Nogal wat dagboekschrijvers vinden het helemaal niet erg om hun zogezegd intiemste gedachten door anderen te laten lezen. Sommigen schrijven zelfs met het oog op publicatie of hopen stiekem dat ze later, na hun dood, worden gelezen.
En ook: wie blogt om de wereld te veranderen, om het laatste woord te hebben, om anderen van zijn gelijk te overtuigen, houdt het meestal niet zo lang vol. Zo verschrikkelijk veel volk leest nu ook weer niet wat je boos en verontwaardigd cyberspace instuurt. Niemand, leer je snel, zit op jouw mening te wachten. Bovendien: al dat schelden en preken wordt al gauw eentonig. Voor de eventuele lezer, maar ook voor jezelf.
Wat bloggen in het bijzonder bevordert is het vermogen om alerter naar de dingen te kijken. Als je jezelf oplegt om elke dag een stukje te maken, let je ook iets scherper op wat er om je heen gebeurt en daardoor ook op jezelf. Je probeert meer consistent te zijn in je voor- en afkeuren. Je doet meer moeite om redeneringen af te maken. Je bent meer opmerkzaam. Bloggen bevordert de dagelijkse concentratie.
Orwell schreef daar het volgende over:
To see what is in front of one's nose needs a constant struggle. One thing that helps toward it is to keep a diary, or, at any rate, to keep some kind of record of one's opinions about important events. Otherwise, when some particularly absurd belief is exploded by events, one may simply forget that one ever held it.
Ja, dat ook natuurlijk.
woensdag 6 augustus 2008
Man op koord

In het licht van wat er gebeurde krijgt alles wat met de Twin Towers te maken heeft natuurlijk een extra betekenis. Maar dit was wel heel uitzonderlijk: op 7 augustus 1974 wandelde de Franse goochelaar en evenwichtskunstenaar Philipppe Petit op een stalen draad van het dak van de ene toren naar de andere.
En het meest opmerkelijke: niemand, behalve Petits medewerkers, wist er op voorhand van. Petit had zijn stunt gedurende vele jaren voorbereid. Schaalmodelletjes gebouwd van de torens om uit te zoeken hoe ze de zaak moesten aanpassen. Zich laten insluiten om te weten te komen hoe je op het dak geraakt. Materiaal naar boven smokkelen. Bewakersuniforms namaken om geen argwaan te koesteren. En de avond voor de feiten, met pijl en boog, van het ene gebouw naar het andere, steeds dikkere draden over en weer schieten, waarlangs vervolgens een stalen kabel wordt getrokken.
En dan de dag zelf. Petit stapt, honderdentien verdiepingen hoog, de draad op. Beneden kijkt iemand naar boven en ziet iets wat eigenlijk niet kan: kijk een man loopt van het ene gebouw naar het andere. Kijk dan! Meer mensen stoppen: Petit loopt over en weer, doet stunts, maakt sprongetjes, gaat op de draad zitten, liggen, voert een komisch nummertje op met een bijzonder geïnteresseerde zeemeeuw. In totaal loopt Petit acht keer over en weer van het ene gebouw naar het andere. Wie er die dag bij was is een gelukkig mens.
Minder gelukkig waren de autoriteiten. De politie trachtte hem naar beneden te halen. Pas toen ze dreigden hem per helicopter van zijn draad te plukken, zwichtte Petit. Hij vreesde dat de turbulentie van de helicopter te grote schommelingen zou veroorzaken. Petit werd gearresteerd en er kwam een rechtszaak van. De rechter in kwestie begreep de poëzie van Petits daad en veroordeelde hem tot een symbolische straf: Petit moest, voor de kinderen van de stad, opnieuw een wandeling op een koord maken, deze keer over Belvedere Lake in Central Park.
Heel mooi was het antwoord van Petit wanneer men hem vroeg wat hem die dag in augustus 1974 bezielde: “When I see three oranges, I juggle; when I see two towers, I walk.”
Eerder dit jaar won een film, Man on Wire, gebaseerd op Petits exploten, een hele reeks prijzen op Amerikaanse filmfestivals. Hier een trailer van de film, hier een stukje erover. En nu maar wachten tot iemand de film ook naar hier haalt.
Op 11 september 2006 herdacht The New Yorker de Twin Towers met deze cover: een mannetje in het ijle, wandelend van de ene toren die er niet meer is, naar de andere die ook weg was.

“When I see three oranges, I juggle; when I see two towers, I walk.” Groots.
vrijdag 20 juni 2008
Forvik

Een mooie dag voor de liefhebbers van alles wat klein is: Forvik heeft zijn onafhankelijkheid uitgeroepen! Het eilandje, behorend tot de Shetlandgroep, telt één inwoner, Stuart Alan Hill. En die had genoeg van eeuwen en eeuwen van tyrannie en sprak gisteren de historische woorden:
We hold these truths to be self-evident, that all men are created equal, that they are entitled to certain inalienable rights and that among these are life, freedom and the expression of their full potential.
To secure these rights, a Government is instituted, deriving its just powers from the consent of the governed. Whenever any form of Government becomes destructive of these ends, or when there is a long train of abuses and usurpations, it is the right and duty of the people to alter or to abolish it. Then to institute new Government, laying its foundation on such principles and organising its powers in such form, as shall seem most likely to effect their security and prosperity. In Shetland there has been for many years abuses and usurpations by both government and Crown.
De rest -een opsomming van schandelijke misbruiken en vrijheidsberovingen door de Britse Kroon- kan u hier nalezen. In het algemeen dragen we natuurlijk elke vorm van kleinstaterij een warm hart toe. De Oostenrijkse filosoof Leopold Kohr -één van onze helden- hield destijds in The Breakdown of Nations een gloedvol pleidooi voor een wereld van ministaatjes. We konden hem daar grotendeels in volgen. Kleine staten zijn, argumenteerde Kohr, democratischer, transparanter en efficiënter.
Kohr hoopte dat zo'n wereld van lilliputters ook vredevoller zou zijn. Kleine staten betekenden, volgens Kohr, kleine legers en burgers die twee keer nadenken vooraleer ze zichzelf en/of hun zonen naar het front sturen. Daar durven we enigszins aan twijfelen. Je hebt maar een paar idioten nodig om, in zo'n wereld van kleine staten, bijzonder veel onheil aan te richten. Zo heb je vandaag langs de kusten van Somalië -in de praktijk een land dat al in ministaatjes is uiteen gevallen- terug piraten. Stel je een wereld voor als Somalië: wie kan optreden tegen kapers en roversnesten? Dan moeten een paar kleine staatjes een federatie vormen. Maar dan doen die rovers dat ook. En voor je het weet heb je terug een wereld van tot de tanden bewapenden grote staten. Vrezen we.
Los daarvan: wij wensen Forvik het allerbeste. Hill roept alvast de andere Shetlanders op om zijn voorbeeld te volgen en ook voor de onafhankelijkheid te kiezen. Maar er is meer:
Further, I also invite any suitable person from any country in the world, who supports these aims, namely to become free of liars, thieves and tyrants in government, to become a citizen of Forvik. It is my earnest desire that Forvik will provide an example for Shetland to follow and that Shetland in turn will provide an example for other countries and regions, the people of which would prefer a system where their politicians represent, rather than rule them.
Stuart Alan Hill, een man naar ons hart.
(Het prentje bovenaan: Stuart Alan Hill, gefotografeerd door Malcolm Younger - Millgaet Media)
maandag 9 juni 2008
Goede bedoelingen

Als het over moraal gaat heb je, blijkbaar onvermijdelijk, twee strekkingen. De enen redeneren in termen van principes en goede bedoelingen. De anderen proberen de gevolgen en resultaten in te schatten. Die van de principes vinden die wikkers en wegers koud en ongevoelig. Die van de gevolgen en resultaten vinden de principiëlen naief.
De Stad Antwerpen onderzoekt of bij overheidsopdrachten voorrang gegeven kan worden aan bedrijven die werk maken van diversiteit. Bedrijven die voor de Stad willen werken zullen moeten kunnen aantonen dat ze allochtonen, homo's of mensen met een handicap tewerkstellen (Gazet Van Antwerpen, 5.06.08).
In termen van Goede Bedoelingen valt zo'n maatregel te begrijpen. De arbeidsmarkt is geen afspiegeling van de samenleving. Leden van sommige groepen zijn oververtegenwoordigd in de werkloosheidscijfers en ondervertegenwoordigd in de maatschappelijk meest begeerde functies. In termen van Goede Bedoelingen luidt de concusie dan: de overheid moet het goede voorbeeld geeft en bij voorkeur banen geven aan diegenen die op de arbeidsmarkt aan het korste eind trekken.
In termen van Gevolgen en Resultaten herleid je die maatregel tot een eenvoudige rekensom. Stel: bij een aanwerving bieden zich twintig kandidaten aan. Eén slechts wordt de uitverkorene. Negentien zullen daardoor een beetje ongelukkig zijn. Maar als die negentien denken dat die ene het haalde op basis van een faire procedure, kunnen die daar vermoedelijk mee leven.
Zelfde situatie, maar nu met zo'n achtergestelde groepen bevorderende maatregel erbij. Nog altijd is er slechts één die het haalt en zijn er negentien die sip kijken. Als echter die ene gelukkige het ongeluk heeft om tot zo'n achtergestelde groep te behoren, is het voor die andere negentien meteen duidelijk. Ze haalden het niet, niet omdat ze niet goed genoeg waren, maar omdat de procedure onfair was: die ene moest het wel halen.
Reken vervolgens zelf uit: een paar honderd vacatures en aanbestedingen, waarbij de achtergestelde groepen bevorderende maatregel geldt. Hoeveel mensen moet je zeggen dat ze de job of het contract niet hebben gehaald? Hoeveel mensen zeggen voortaan tegen hun vrienden en kennissen: ik ben geen racist, maar...
Precies. Is moraal dan alleen maar een kwestie van rekenen? Neen, want ook nadat je de sommetjes hebt gemaakt moet je een principiële afweging maken. In dit geval: weegt deze specifieke maatregel, bedoeld om achtergestelde groepen een duwtje in de rug te geven, op tegen het ressentiment dat je daardoor bij grote groepen oproept.
In dit geval: wij denken van niet.
(Het prentje: dat onderscheid tussen ethiek van goede bedoelingen en ethiek van gevolgen vind je, enigszins complexer geformuleerd, bij de socioloog Max Weber. Meestal zie je Weber -één van onze helden- op foto's somber en getourmenteerd kijken. Het doodsmasker toont, vreemd genoeg, een ontspannen en bijna vrolijke Weber. Vermoedelijk zegt dat iets over zo'n man. Het doodsmasker vind je in Hans Norbert Fügen, Max Weber, Rowohlt, Berlijn 1985.)
Abonneren op:
Posts (Atom)


