zondag 31 augustus 2008

Zentoerisme


Waaruit bestaat precies het vakantiegevoel? Mensen vergissen zich wel eens en denken dat het in de uiterlijkheden zit. Lekker in het zonnetje, baantjes trekken in het zwembad, balletje trappen op het strand, koffietje drinken op een terras, uitslapen. Leuk! Maar eigenlijk kan je dat soort dingen het hele jaar door doen, zonder dat je ook maar enigszins in de buurt komt van het vakantiegevoel.

Vakantie zit tussen de oren. Vakantie is a state of mind. En daardoor kan je eigenlijk je hele leven op vakantie gaan.

Wat is het geheim? Twee dingen: onbevangenheid en lichtvoetigheid. Op vakantie vinden we alles even wonderlijk en interessant. Op vakantie weten we dat we onszelf niet zo ernstig moeten nemen en dat we ons humeur niet moeten laten afhangen van dingen die er eigenlijk niet toe doen. Niets belet je die ingesteldheid je het hele jaar door eigen te maken. Niets belet je als zentoerist door het leven te gaan.

Op vakantie doen we dingen waar we thuis nooit zouden aan denken. Dragen we gekke hoedjes. Gooien we al eens met geld. Bezoeken we oude kerken en kathedralen. Laten we ons welwillend folkloristische dansfestijnen welgevallen. Zijn we bereid vreemde gerechten te proeven en rare drankjes te proberen. Op vakantie zijn we ons bewust van de eindigheid: niet mopperen of zeuren, stoten we elkaar aan, we zijn op vakantie! Straks is het weer over en hebben we kostbare tijd verknoeid.

En het mooie is: niets belet om nu maandag en alle daaropvolgende dagen op die manier in het leven te staan. Onder de kasseistenen het strand, schreven ze in 1968 in Parijs op de muren. Zo moeten we tegen de dingen aankijken. Je kunt zonder probleem ernstig meevergaderen op kantoor en toch mentaal je zwembroek aanhebben en een duikbril met snorkelpijp op je hoofd. Ook hier valt er, als je goed kijkt, een hele wereld te ontdekken.

Straks is het leven voorbij en hebben we kostbare tijd verknoeid. Zentoerisme!

zaterdag 30 augustus 2008

Maandag leedvermaakdag!


Maandag leedvermaakdag! Lachen met het kleine grut dat terug naar school moet. Gedaan met de lol. Braaf zijn, stilzitten en saaie dingen doen. Zal ze leren. Het grotere grut kan nog even blijven uitslapen. De Grote Scholen beginnen maar tegen het einde van de maand.

Vraagje: waarom blijven we ook studenten samendrijven in klaslokalen en auditoria? Is dat nog wel van deze tijd, zo'n prof die vooraan de klas orakelt en boeken samenvat? Trouwens: proberen al die proffen er tegenwoordig sowieso al niet iets van te maken dat nog zo min mogelijk op een klassiek hoorcollege lijkt? Er wordt gegoocheld met powerpoints en mooie plaatjes, met filmpjes en geluidsfragmenten. Je moet de multimediaal overvoerde jongeren toch proberen bij te les te houden, leggen ze uit. Stoppen we daar dan beter niet gewoon mee? Ze kunnen toch thuis filmpjes kijken op hun computer en boeken lezen wanneer ze dat willen, op hun eigen tempo?

Het klassieke hoorcollege dateert uit de tijd voor boeken machinaal konden worden vermenigvuldigd. Een middeleeuwse universiteit had van elk Belangrijk Boek één exemplaar. Daaruit las de prof voor. De studenten zaten er op bankjes rond en probeerden te noteren wat werd voorgelezen. Vandaar het hoorcollege, vandaar de auditoria.

Waarom blijven we dat vandaag nog steeds doen? Een Amerikaanse economist, Brad deLong, brak er zijn hoofd over en bedacht vier redenen:

1. het is goedkoop. Als je één man of vrouw één les laat geven aan honderd studenten kost dat veel minder dan wanneer je elk van deze studenten persoonlijk moet begeleiden en overhoren over hun lectuur.
2. het disciplineert. Als je studenten één keer per week ergens op een vast uur laat verschijnen, is de kans iets groter dat ze hun leerstof enigszins bijhouden. Tegenwerping: maar dan kan je ze net zo goed één per één of in kleine groepjes laten langskomen. Tegenwerping tegen de tegenwerping: herlees punt 1.
3. we leren makkelijker als we iets via twee kanalen krijgen aangebracht. Lezen is goed, lezen en hetzelfde ook nog eens horen beter. Tegenwerping: je kunt in dat geval dus net zo goed het lezen van een boek combineren met het via het internet kijken naar een vooropgenomen filmpje van de prof. Tegenwerping tegen de tegenwerping: herlees punt 2.
4. Mensen -en dus ook studenten- zijn groepsdieren. We stammen af van voorouders die de hele tijd in groep samenzaten en elkaar verhalen vertelden. Zo leerden we toen het jonge grut de stiel. Zo doen we dat nu, omdat we nu eenmaal zo in elkaar zitten.

Voor zover het leven ons iets geleerd heeft met betrekking tot deze kwestie: wij neigen nogal naar verklaring vier. Studenten komen best wel graag naar de les, ook al beweren ze tegen elkaar wellicht het tegenovergestelde. Het bewijs? Niemand verplicht ze en toch zitten ze er steeds weer. Omdat ze elkaar dan nog eens zien, omdat ze het wel leuk vinden om bezig gehouden te worden, omdat alleen thuis voor de computer zitten ook verveelt, omdat je soms wel eens iets opsteekt in de les, omdat je zo soms hoort wat belangrijk is voor het examen en wat niet, omdat het de dag structureert, omdat generaties studenten dat ook zo hebben gedaan en het er dus blijkbaar bijhoort.

Nee hoor, als binnenkort ook de Grote Scholen weer beginnen gaat het er fundamenteel niet zo verschillend aan toe als duizend jaar geleden. Ergens wel geruststellend ook. Al dat nieuwerwetse gedoe altijd.

donderdag 28 augustus 2008

Port O' Brien


Het is vrijdag en de week zit er zo dadelijk op. Tijd om pizza te eten en felgekleurde cocktails-met-een-parasolletje-erin te drinken en iedereen die je tegenkomt amicaal op de schouders te slaan en geweldig veel succes toe te wensen bij al zijn of haar ondernemingen en samen nog zo'n parasoldrankje te bestellen. En geef al die vriendelijke mensen er ook nog één! Het moest zo lekker maar niet zijn. Tijd ook om leuke plaatjes op te leggen en vervolgens vrolijk shakend een rondedansje te maken. Dat doen we zo meteen.

Wie de enigszins verwaaid ogende jongeren op het prentje hierboven zijn weten we niet zo goed. Het zijn Amerikaanse folkrockers die door het leven gaan als Port O'Brien. Die groepsnaam, lees je op hun website, verwijst naar een Californisch kustplaatsje. De centrale groepsleden Van Pierszalowski en Cambria Goodwing -schitterende namen, overigens- plaatsten een fraaie bio op de site. Of het allemaal echt is of verzonnen maakt uiteraard niet uit. Het is vrijdag.

Every summer, Van works on his father's commercial salmon fishing boat, the Shawnee, on Kodiak Island in Alaska. The work is exhausting and the weather could be much better, but the contrast between the serenity of the wilderness and the rigorousness of the labor seem to cause quite a bit of musical inspiration. Meanwhile, on land and around the corner, Cambria also writes music while maintaining her position as the Head Baker at Larsen Bay Bakery. Her days can be even longer, and the work even more tiresome. After both write parts and lyrics separately, they fix them together when Van comes ashore.

Dát is het echte leven. Hier even klikken voor een mooi muziekje en een uiterst charmant filmpje: Port O' Brien zingen I Woke Up Today.

En nu is het weekend!

PS. Het blijkt nog te kloppen ook, dat Van aan de kost komt als visser en Cambria in de bakkerij staat. Hier lees je het verhaal, met fotootjes van op de werkvloer erbij. Cambria geeft zelfs het recept voor een Lekkere Taart. Fijne mensen.

Napoleon's edele deel


Verzamelaars zijn een beetje God. Waar chaos was, brengen ze orde. De wereld bestaat uit biljoenen voorwerpen, willekeurig door elkaar gegooid. Daar een paar schoenen. Ginds drie kamelen. Wat verder een oesterschelp. Daar een schilderij van een ongelukkig ogend meisje. Om radeloos van te worden, al die voorwerpen.

De verzamelaar selecteert. De verzamelaar brengt structuur en samenhang in het universum. De ene verzamelt theezakjes. De andere pre-Columbiaanse kunst. Nog één heeft een kamer vol handtekeningen van Vlaamse zangers. En daar: die heeft wel driehonderd verschillende luciferdoosjes. Om maar te zwijgen van de man die vrouwenondergoed bewaart. Alles netjes soort bij soort.

Verzamelaars maken het universum overzichtelijk en daar moeten we ze dankbaar voor zijn. Een heel bijzondere verzamelaar, kon je lezen in de New York Times, was Evan Lattimer. Lattimer was tijdens het Proces van Nuremberg dokter in de gevangenis waar nogal wat Nazi-kopstukken zaten. Daar begon het verzamelen. Lattimer bewaarde de onderbroek van Goering en de cyanidecapsule waarmee Goering zelfmoord pleegde.

En toen was er geen houden meer aan. Lattimer verzamelde de bril van Abraham Lincoln, het uitschuifbaar mes van Lincoln's moordenaar, een stuk leer van de bekleding van de auto waarin Kennedy werd doodgeschoten, een steen van het gebouw van waaruit het fatale schot kwam, brieven van de vermoedelijke moordenaar Lee Harvey Oswald aan diens oude moesje, Oswald's schriftjes van toen hij bij de marine diende, Greta Garbo's rijbewijs. De vreemdste dingen.

Het allervreemdste ding is wellicht het object in het doosje hierboven. Daarin zit Napoleon's penis. Het is nog een heel verhaal hoe die daarin is gekomen. Ene Vignali, de priester die Napoleon in zijn laatste ogenblikken bijstond, vond het wel een leuk idee om een souvenir mee te brengen van Sint-Helena. Samen met zijn knecht Ali besloot hij het stoffelijke overschot van de Keizer te ontmannen en het deel in kwestie mee naar huis te smokkelen.

In 1916 verkochten nazaten van de priester diens erfenis. Tussen de boeken vond de opkoper het inmiddels niet zo frisse edele deel. In 1924 werd het in New York, in -interessant detail- The New York Museum of French Art, tentoongesteld. Toeschouwers beschreven het deel als "a maltreated strip of buckskin shoelace", "a shriveled eel", "a shriveled sea horse", "a small shriveled finger", en "one inch long and resembling a grape."

Het object veranderde nog een paar keer van eigenaar, tot in 1977 Lattimer het in ruil voor 3000 dollar het zijne mocht noemen. Binnenkort wordt Napoleon's ding nog een keer verkocht. Lattimers dochter en erfgename weet niet zo meteen wat ze aan moet met die paar duizend voorwerpen die vaderlief mee naar huis sleepte en stelt ze nu afzonderlijk te koop. Zonde toch dat zo'n mooie verzameling uit elkaar wordt gehaald.

Er is overigens een mens die alle nieuwtjes over Napoleon's edele deel verzamelt. Op zijn website vind je links naar artikelen over het onderwerp. En als je er meer over weet of iets boeiends kan vertellen over de mannelijke delen van andere wereldleiders, mag je hem dat steeds laten weten.

Deze morgen verblijdde Hot Marijke ons met de mededeling dat een lid -woeha- van de regering Leterme wel eens bij haar over de vloer kwam om billenkoek te krijgen. 'Alles mocht, zolang ik maar geen sporen naliet. Kaarsvet en zweepslagen waren dus uit den boze. Verder liet hij het aan mijn fantasie over.'

En aan de onze dus ook.

woensdag 27 augustus 2008

Twee ogen, zo blauw


Onze moeders wisten het al: als je wil weten met welk volk je te maken hebt, let dan vooral op de ogen. Babytjes kunnen als ze vier maanden oud zijn perfect onze gezichten lezen door naar de ogen te kijken, lees je in Der Spiegel. Aan de ogen herkennen we de mens.

Logisch dan ook dat, als we liedjes maken, we van alle lichaamsdelen het meest de ogen bezingen. Dat is voor ons uitgezocht, kan je nalezen in Wired. In nagenoeg alle muziekgenres staan de ogen bovenaan het lijstje.

In nagenoeg alle genres. Behalve in hiphop. Hiphoppers zingen nog het liefst over de poep. Onze moeders hadden die vuilbekkerij er wel deskundig uitgeramd. Wat? Vuile woorden? Mond schuren met bruine zeep!

Ja, dat waren nog eens tijden. Speciaal voor alle moeders! Een fantastische live-versie van de onweerstaanbare klassieker Twee Ogen Zo Blauw.

Twee ogen zo blauw
Zo innig en trouw
Al mijn geluk zijn die kijkers van jou
Twee ogen zo blauw


En voor de hiphoppers, la même chose.

(Het prentje: de enige echte Willy Derby. Bedenker van tijdloze levensliederen als daar zijn: Twee Ogen Zo Blauw, Daar bij Die Molen en, niet te vergeten, Witte Rozen)

dinsdag 26 augustus 2008

Krijg de/het rambam


We hebben steeds minder met onze noorderburen te maken. Twee volkeren, gescheiden door dezelfde taal. Althans: we spreken allebei Nederlands, maar we begrijpen elkaar steeds slechter. Gisteren lazen we in NRC, in een artikel over de milieubeweging, deze passage: Langs de deuren gaan om alsnog de aanleg van de Tweede Maasvlakte te verhinderen terwijl alle procedures zijn doorlopen, daar krijg ik het rambam van.

Het rambam krijgen. Zonde toch dat we die uitdrukking, bezuiden Wuustwezel, niet kennen. Gelukkig is er de onvolprezen webstek van Het Genootschap Onze Taal. Daar weten ze alles. En daar lezen we:

Krijg de rambam (ook wel krijg het rambam) betekent 'verrek maar', 'val dood', 'bekijk het maar'. Ik krijg er de rambam van betekent iets als 'het werkt me op de zenuwen', 'ik word er gek van', en Zij werkt zich de rambam betekent 'zij werkt zich een ongeluk'.

Maar waar komt de term vandaan? Ook daarop weten die schatten het antwoord:

Van Dale (2005) vermeldt bij rambam dat dit een verbastering is van rabbi Moshe ben Maimon (1135-1204), een geleerde die de wetenschappelijke naam Maimonides voerde. Hij was niet alleen de grootste Joodse geleerde van de Middeleeuwen, maar ook arts. Dat laatste verklaart misschien dat de/het rambam de suggestie oproept van een of andere ziekte.

Hoe zijn ze, beste mensen van Onze Taal, bij Van Dale nu bij die Joodse geleerde terechtgekomen?

Maimonides was onder meer lijfarts van sultan Saladin. Hoe de naam van deze eminente geleerde in een verwensing is terechtgekomen, is niet helemaal duidelijk. Endt schrijft hierover in zijn Bargoens woordenboek (1974): 'Behalve om de klank, die gewelddadigheid suggereert, werd de naam van deze lijfarts van verschillende sultans wellicht ook aangeroepen om daarmee de ziektes waarvoor hij ingeroepen moest worden, op te roepen.' Maar H. Beem is daar niet zo zeker van. In 1974 schreef hij in Uit Mokum en de mediene: 'De Nederlandse populaire verwensing krijg de (het) rambam wordt nogal eens in verband gebracht met de naam Rambam. De veronderstelling dat deze woorden met elkaar in verband zouden staan, berust op niets anders dan de klankovereenkomst.' Zeker is dat harber rambam aan het begin van deze eeuw in het Jiddisch werd gebruikt voor 'een moeilijke plaats', dat wil zeggen: een moeilijk te interpreteren passage in een godsdienstig of filosofisch werk. Mogelijk werd met krijg het rambam oorspronkelijk bedoeld 'krijg een ziekte op een moeilijke plaats'. Dit thema komt bij verwensingen meer voor; denk bijvoorbeeld aan 'Krijg de kanker achter je hart, dat de dokter er niet bij kan komen.'

Doe zoals wij: maak je lid van Het Genootschap. Dat kost je 24 euro per jaar. Maar daarvoor krijg je wel tien keer per jaar het voortreffelijke tijdschrift Onze Taal thuis, mag je gratis vragen stellen aan de Taaladviesdienst én krijg je ook nog eens korting op allerlei leuke boeken over taal.

De Belgische taalkwestie is niet meer op te lossen, vrezen we. De Nederlandse mogelijk nog wel.

(Het prentje: een geïllustreerde pagina uit Maimonides' Wegwijzer voor de Verdoolden. Maïmonides -in het blauw- legt het nog één keer uit: eerste rechts, tweede links, rechtdoor tot aan het bruggetje en daar vraag je het nog maar eens.)

maandag 25 augustus 2008

Zeenonnen


Wat het katholieke geloof wel eens sympathiek maakt is dat het er vaak nogal aards aan toegaat. Alle kranten pikten vandaag het bericht op van de Italiaanse priester Antonio Rungi die een schoonheidswedstrijd voor nonnen organiseert. Geïnteresseerde religieuzes kunnen hun fotootje insturen, waarna de goede man ze op zijn blog tentoon zal stellen.

Rungi verzekert ons dat we niet teleurgesteld zullen worden: 'U denkt dat ons land enkel oude nonnetjes telt. Dat is niet langer het geval, want in ons land leven vandaag de dag heel wat jonge nonnetjes, afkomstig uit andere landen. Er zijn zusters afkomstig uit Afrika en Latijns-Amerika die zeer mooi zijn, vooral de Braziliaanse', aldus de priester in De Standaard. Rungi is overigens niet aan zijn proefstuk toe. Eerder organiseerde hij, aldus The Times, al religieuze diensten op het strand.

Mag dat allemaal wel van het geloof? "Nonnetjes zijn in de eerste plaats vrouwen en schoonheid is een gave van God", aldus de eerwaarde. Bovendien bepalen de nonnen zelf hoe ver ze willen gaan: "The nuns can decide whether to wear their full habits, including veils, or let their hair down. Each photo will be accompanied by an account by the nun of her life, personality, daily activities and spiritual development".

The Times, daaraan herken je de kwaliteitskrant, geeft natuurlijk ook duiding en achtergrondinformatie bij zo'n bericht. In dit geval wordt het artikel afgesloten met dit lijstje van wetenswaardigheden:
-For the past four years a calendar featuring handsome young priests and seminarians posing against Rome landmarks has been a bestseller at Italian newspaper kiosks.
— Inmates of a women's prison in Siberia enter an annual Miss Spring contest, to demonstrate good behaviour and win early parole
— The Mazayin Dhafra festival in Abu Dhabi this year staged a beauty pageant for camels, in a government-sponsored move to remind Emiratis of their heritage
— The Miss Mama Kilo contest in Cameroon is reserved for women weighing 90kg or more.


(Het prentje: Zeenonnen. Altijd al een iets frivolere soort.)

zondag 24 augustus 2008

Winkel, Noord-Holland


Zelf een Kremlin in je tuin! Dat vond Ger Leegwater wel een leuk idee. Inmiddels bouwt hij gestaag verder aan wat twintig jaar geleden de buren wellicht niet meer dan een gekkigheidje leek. Kijk, Ger bouwt wel een heel vreemd tuinhok. Beetje te diep in de wodka gekeken, Ger? Ha, ha, gekke Ger.

Ger is nog lang niet klaar. "Want ik wil weten hoe ver ik als individu kan gaan in het bouwen van dingen en dan is het nooit klaar" (De Volkskrant, 22.08.08). De vriendelijke mensen van fotoclub Niedorp trokken naar Winkel, Noord-Holland alwaar Ger's Kremlin staat. Hier klikken en je kan kijken naar de foto's die Triny Nobel-Pijper maakte.

De Franse postbode Ferdinand Cheval was ook nooit klaar. Op zijn dagelijkse ronde raapte hij stukjes glas op en mooie stenen. Thuis metselde hij die tegen de muur. Van het één kwam het ander. Veertig jaar later had Cheval zijn sprookjesachtig Palais Idéal klaar. Ferdinand vond het mooi geweest en schreef trots volgende woorden:

Fils de paysan je veux vivre et mourir
pour prouver que dans ma catégorie
il y a aussi des hommes de génie
et d'énergie. Vingt-neuf ans je suis resté
facteur rural. Le travail fait ma gloire
et l'honneur mon seul bonheur;
à présent voici mon étrange histoire.
Où le songe est devenu,
quarante ans après, une réalité.
Ferdinand Cheval, 15 mars 1905



Maar dat was buiten de autoriteiten gerekend. Ferdinand wilde graag, samen met zijn vrouw, begraven worden in zijn paleis. Dat kon natuurlijk niet, vonden de officiëlen. Als we daar mee begonnen, waar eindigde het dan. Dus begon Ferdinand opnieuw te bouwen. Acht jaar besteedde hij aan de bouw van zijn eigen mausoleum op de begraafplaats in Hauterives. Hij stierf een jaar nadat hij de bouw had voltooid. Ferdinand Cheval was klaar.

zaterdag 23 augustus 2008

Goede grond


Vandaag een fantastisch mooie foto -even erop klikken- om de lezer over de streep te trekken. We hebben het immers over een buitengewoon saai onderwerp: goede grond. In het nieuwe nummer van National Geographic gaat het daarover.

Een minder tot de verbeelding sprekend ecologisch probleem: goede landbouwgrond wordt schaars. Dat heeft te maken met uitputting door te intensieve bewerkingsmethoden, door gebruik van zware machines die de grond samenpersen, door verzilting als gevolg van irrigatie, door wegspoelen van de vruchtbare toplaag als gevolg van ontbossing.

Het wegsmelten van de poolkap kan je illustreren met prentjes van zielig kijkende ijsberen. Het verdwijnen van het oerwoud met gorillaweesjes. Hoe illustreer je de bodemproblematiek? Fotograaf Jim Richardson doet dat vrij indrukwekkend. Mooie doorsneden van de bodem waarop je bijvoorbeeld uiterst gedetailleerd het netwerk van de plantenwortels ziet. Of waarop je helemaal niets meer ziet, omdat de grond dood is. Het zijn weliswaar geen schaarsgeklede meisjes, maar misschien toch eens kijken.

Ook het artikel van Charles Mann -wel een hele turf- waarbij de foto's de illustratie vormen, is interessant. Je leest bijvoorbeeld welk een ecologisch fiasco het Maoïstische landbouwexperiment in Dazhai werd. Oudere jongeren met een links verleden weten nog waarover dat ging: Leren van Dazhai! Ontelbare propagandaboekjes, -films en -reportages bezongen de wonderen die de Rode Brigadisten daar verrichtten. Goede zielen in het westen zagen er een voorbeeld in voor de Derde Wereld. Inmiddels weten we wel beter.

Wat wel werkt lees je ook: kleinschalige ingrepen, gebruikmakend van goedkope technische hulpmiddelen, inspelend op het eigenbelang van de boeren. Een voorbeeld uit Burkina Faso: Mathieu Ouédraogo assembled the farmers in his area, and by 1981 they were experimenting together with techniques to restore the soil, some of them traditions that Ouédraogo had heard about in school. One of them was cordons pierreux: long lines of stones, each perhaps the size of a big fist. Snagged by the cordon, rains washing over crusty Sahelian soil pause long enough to percolate. Suspended silt falls to the bottom, along with seeds that sprout in this slightly richer environment. The line of stones becomes a line of plants that slows the water further. More seeds sprout at the upstream edge. Grasses are replaced by shrubs and trees, which enrich the soil with falling leaves. In a few years a simple line of rocks can restore an entire field.

Vandaag lazen we ook over een bijzonder interessant ontwikkelingsproject: Friends of the African Village Libraries. Die geweldige mensen zetten bibliotheken op in Afrikaanse dorpen. We zoeken dat verder uit en hebben het er nog wel eens over. Lezers die weet hebben van andere lovenswaardige initiatieven mogen dat gerust altijd laten horen. Daar maken we graag reclame voor.

vrijdag 22 augustus 2008

Waarnemers


Wie wel eens het nieuws volgt op radio of TV is ze ongetwijfeld al tegengekomen: de waarnemers! Een journalist bericht over wat er bijvoorbeeld die dag op de Navo-top of in de Veiligheidsraad werd besproken en legt dan uit wat er volgens waarnemers eigenlijk aan de hand is of te verwachten valt.

In alle sectoren kom je die waarnemers tegen. Waarnemers denken het hunne van de beurs, weten hoe de prijzen van groenten en fruit evolueren en ook de toestand in Tsjetsjenië heeft voor hen geen geheimen. Nooit hoor je echter de naam van zo'n waarnemer vernoemen. Dat maakt natuurlijk nieuwsgierig. Daarom trokken we naar Herentals, waar Alfons Cools ons te woord stond, voorzitter van de Vlaamse Vereniging Van Erkende Waarnemers (VVVEW) en zelf ook waarnemer.

Wat neemt u zoal waar, meneer Cools?
Ik neem de economie waar, doping in de sport, de visserijsector en sinds kort ook het klimaat. Vroeger deed ik ook nog het Warschaupact en de dekolonisatie.
Dat zijn nogal uiteenlopende onderwerpen. Hebt u die allemaal bestudeerd? Hoe word je trouwens waarnemer?
Waarnemen wordt van vader op zoon -en vandaag natuurlijk ook op dochter- overgedragen. Waarnemen zit in de familie. Bij de Coolsen zitten we, als straks mijn kleinzoon Andy ook in de zaak stapt, toch al gauw aan de vijfde generatie. Je leert de stiel dan ook best in familieverband. Mijn vader zaliger was ook waarnemer. Ook hij deed al de economie. Ik herinner me dat ik als klein baasje bij hem op de knie zat en bijvoorbeeld leerde de bouwsector waar te nemen of de wisselkoers. Toen hij er op zijn vijfenzestigste mee ophield was ik er dan ook helemaal klaar voor.
Dus niet iedereen kan waarnemer worden?
Er geldt, net als voor apothekers of tandartsen, een vestigingswet. De VVVEW deelt vergunningen uit aan wie daarvoor in aanmerking komt. Alleen wie het vak geleerd heeft bij een erkend waarnemer komt in aanmerking. Soms komt er wel eens een vergunning vrij, bijvoorbeeld laatst nog toen de Puttemansen uit Kasterlee er mee stopten. Triest eigenlijk, de familie zat sinds 1870 in het vak. Maar ja, de jongeren worden weggelokt door de hoge lonen die ze in het buitenland betalen.
Hoe ziet het vak van waarnemer er uit? Ik neem aan dat U de hele tijd kranten leest en surft op het internet om bij te blijven op de terreinen die u waarneemt?
Dat valt nogal mee. Zelf ben ik niet zo'n lezer en surfen laat ik aan mijn zoon. Ik steek veel tijd in de vereniging en in mijn hobbies.
Maar hoe blijft u dan geïnformeerd?
Ho, ik luister af en toe ook wel eens naar de radio en TV kijk ik ook graag. Een mooie detective bijvoorbeeld of een programma over de natuur. Altijd interessant.
Maar wat doet u dan als de journalisten u opbellen?
Dat is een beetje een misverstand met betrekking tot ons vak. Wij worden niet gebeld. Ja, het gebeurt wel eens dat een beginnende journalist ons per ongeluk opbelt, maar die maken we dan snel duidelijk dat het zo niet werkt. Ieder zijn job: de journalist moet berichten maken, wij nemen waar.
Maar die journalist haalt zijn informatie dan toch bij u of bij andere waarnemers?
Neeneenee! Journalisten zijn ook maar mensen en ook voor hen duurt een dag maar vierentwintig uur. Als ze voor elk bericht dat ze maken alles ook feitelijk moesten natrekken, dan kwamen ze nooit door hun werk. Dan duurde het nieuws geen halve minuut. Daarom zijn wij er. Als zo'n journalist het niet zeker weet, maar toch wil klinken alsof hij weet waar over gaat, dan beroept hij zich op ons: "volgens waarnemers..."
Maar, als ik het goed begrijp is uw rol dan een beetje die van alibi? Journalisten doen hun werk niet naar behoren en verschuilen zich vervolgens achter u?
Ja, zo kan je het ook zien natuurlijk. Maar het is wel een heel mooi beroep. En je werkt thuis, dus je zit nooit in de file.
Hartelijk dank, meneer Cools.
Graag gedaan!


(Het prentje: aan dit speldje, discreet op de revers gedragen, herken je de Erkende Waarnemer. Als je er één ziet mag je die gerust wat vragen. Dat weten niet zoveel mensen.)

donderdag 21 augustus 2008

Catweazle!


Wie wel zich wel eens hoofdschuddend een wat gaan ze nog allemaal uitvinden laat ontvallen, heeft weer iets om over te mopperen. De wetenschap, lezen we in Knack Weekend, heeft ontdekt waarom er sommige dagen niets met ons haar is aan te vangen.

Amerikaanse wetenschappers hebben naar eigen zeggen voor het eerst een experimentele studie gedaan naar de subtiele fysieke en chemische krachten die zich voordoen wanneer haarvezels elkaar raken.

Onhandelbaar haar heeft, zo blijkt, twee oorzaken. In de eerste plaats raken haarvezels vaak beschadigd bij het föhnen of tijdens kleurspoelingen. Die beschadigde haren veroorzaken daarna meer wrijving bij het kammen, waardoor het haar ruwer en ongezonder oogt. Maar soms is ook gezond haar nauwelijks te kammen. Dat komt omdat haren die langs mekaar wrijven af en toe een negatieve lading opbouwen. Gevolg: de individuele haren stoten elkaar af en wijzen alle kanten op.

Wat ons brengt tot de vraag of iemand zich nog iets herinnert van de fantastische jeugdreeks Catweazle die in de vroege jaren zeventig menige druilerige vakantienamiddag opvrolijkte. De reeks verhaalde de wonderbaarlijke lotgevallen van de gelijknamige 11de eeuwse tovenaar (zie prentje) die, op de vlucht voor de Normandiërs, per ongeluk in het Engeland van tweede helft van de jaren zestig terechtkomt. (Op dit filmpje zie je de eerste tien minuten van de eerste aflevering: Catweazle tovert zich weg.)

Catweazle had vele opmerkelijke eigenschappen, waarvan zijn wilde en weerbarstige haardos niet de minste was. En enige tijd had dat ook zijn invloed op de Nederlandse taal. Waar tevoren langharige jongeren door boze opvoeders en hoogwaardigheidsbekleders wel eens op een minachtend Beatle of Hippie werden getrakteerd, lag in dat specifieke tijdsgewricht een snerende Catweazle! nog net iets beter in de mond.

Zou er overigens de afgelopen vijftien jaar nog iemand de uitdrukking ik heb niets tegen lang haar, maar het moet verzorgd zijn in niet-ironische zin hebben gebruikt?

Wetenschappers, zoek dát liever eens uit!

woensdag 20 augustus 2008

Dromen zijn, gelukkig, bedrog


Wetenschap is het mooist als het gaat over dagelijkse dingen. En nog mooier als het gaat over aspecten van die dagelijkse dingen waar je zelf nooit aan had gedacht. Zo hebben Finse onderzoekers uitgezocht of we vaker boze dromen hebben dan leuke. Knap, toch?

En wat blijkt? Eén, negatieve dromen halen de bovenhand. Mogelijk zit er een beetje ruis op: misschien onthouden we vaker enge dromen dan gewoon prettige dromen, dus dat kan de resultaten enigszins vertekenen, denken de Finnen zelf. Twee, we dromen veel vaker vreselijke dingen dan dat we die in het echte leven meemaken. Dat is toch wel bijzonder.

De Finse onderzoekers vroegen studenten twee weken een droomdagboek en een echt dagboek bij te houden. Bovendien werden de studenten ook nog eens bevraagd over eventuele dingen die hen waren overkomen. En wat blijkt? Threat experiences proved to be much more frequent and severe in dreams than in real life.

Marco Borsato hield ons zingend voor (fout filmpje!) dat de meeste dromen bedrog zijn. En eigenlijk bewijst de wetenschap nu: gelukkig ook maar. Knap van die Finnen.

(Het prentje: Frederick Leighton, Flaming June, 1895)

dinsdag 19 augustus 2008

De snor van Bob Barr


Natuurlijk is Obama een mooie man. Uiteraard kan hij geweldig spreken en ziet hij er formidabel sympathiek uit. En ja, alle coole Amerikaanse popsterren en filmacteurs -Scarlett Johansson!- zijn ook voor Obama. Maar is er iemand -even eerlijk zijn- die precies weet waar Obama voor staat? Waar hij naar toe wil met het land? Hoe hij de problemen wil aanpakken? Nu blijft het stil, vrezen we.

Hetzelfde geldt overigens ten aanzien van Mc Cain. Maar daar is iedereen gemakshalve tegen. Zal wel een Vriend van Bush zijn. Zal wel Vreselijke Dingen in het vooruitzicht hebben. Dat is misschien ook zo, maar -opnieuw eerlijk zijn- niemand weet dat eigenlijk. Beide kandidaten blinken uit in vaagheid.

Waarop moet je, stel dat je Amerikaan bent, dan voortgaan? Een interessant hulpmiddel is de liedjestest. Recent gaven beide kandidaten een lijstje vrij met hun favoriete liedjes. Hier komen ze:

John McCain's Top Ten

1. 'Dancing Queen' ABBA
2. 'Blue Bayou' Roy Orbison
3. 'Take a Chance On Me' ABBA
4. 'If We Make It Through December' Merle Haggard
5. 'As Time Goes By' Dooley Wilson
6. 'Good Vibrations' The Beach Boys
7. 'What A Wonderful World' Louis Armstrong
8. 'I've Got You Under My Skin' Frank Sinatra
9. 'Sweet Caroline' Neil Diamond
10. 'Smoke Gets In Your Eyes' The Platters


Barack Obama's Top Ten

1. 'Ready or Not' Fugees
2. 'What's Going On' Marvin Gaye
3. 'I'm On Fire' Bruce Springsteen
4. 'Gimme Shelter' Rolling Stones
5. 'Sinnerman' Nina Simone
6. 'Touch the Sky' Kanye West
7. 'You'd Be So Easy to Love' Frank Sinatra
8. 'Think' Aretha Franklin
9. 'City of Blinding Lights' U2
10. 'Yes We Can' Will.i.am


Hoe scoren de kandidaten gemeten aan onze persoonlijke smaakvoorkeur? McCain haalt 8/10, Obama 5/10. Het idee ook om absolute schertsfiguren als Kanye West, U2 of Will i.am op je lijst te zetten. Die laatste maakte, is ons verteld, Obama's campagnelied: een draak van een liedje. En dan die poseurs van U2! Obama, waar zat je met je gedachten?

Sterk overigens van McCain om twee ABBA-nummers te kiezen. Vinden wij ook geweldig leuk. Dan maar McCain voor ons? Hmmmm.

Gelukkig is er nog de kandidaat van de Libertarian Party, Bob Barr. Barr lijkt weggelopen uit een komisch feuilleton. In de Washington Post hadden ze net een lang stuk over hem, met daarin nogal hilarische interviewfragmenten. Lees misschien even de inleiding mee:

I still plan someday to do a book on Bob Barr's laws of the universe," says Bob Barr, the Libertarian candidate for president.

The rules of Bob Barr's universe are many and fascinating. Several have to do with his libertarian principles, like "No matter how much power government has, it never has enough." Others are more holistic, like "The world is full of idiots." There are deeply personal ones: "The most difficult thing about politics is dealing with people with really bad breath."

Really?

"You wouldn't believe," Barr explains in his deathly serious way. "Some people -- just awful halitosis."

Is there any human being on the planet more committed to his seriousness than Bob Barr? The 59-year-old Barr is so into the Founding Fathers that most of his phone numbers, including his cellphone, end in "1-7-7-6." He only reads weighty books, his wife says, like "George Washington on Leadership." He talks about himself in the third person. Even Bob Barr's mustache is serious.

Bob Barr's law: "Never run a 100-yard dash in a 90-yard room."

What does that mean?

"It doesn't mean anything," he says, and then adds, sternly, "It's a joke."


En het mooiste: Bob Barr houdt van Bob Marley en Pink Floyd! Wij weten het wel.

maandag 18 augustus 2008

Krulbol en kuipsteken


Doet België het slecht op de Olympische Spelen? Het hangt er natuurlijk van af wat je als maatstaf neemt. Onze zwemmende jongens en meisjes zijn niet verdronken. Onze boogschutters hebben alleszins geen toeschouwers verwond. Geen van onze wielrenners is hopeloos verloren gereden in de kleine straatjes van Peking. In die zin valt het dus allemaal nog mee.

Maar in termen van medailles is de oogst niet best. Nul gouden, nul zilveren, nul bronzen. Uiteraard heeft het geen zin om onze prestaties te vergelijken met die van de grote landen. Je laat ook geen pekineesjes meelopen in de windhondenrace. Maar hoe doen we het in vergelijking met landen van ongeveer ons formaat?

Ook niet zo best. Al gauw zesentwintig landen met vergelijkbare of kleinere bevolkingsaantallen (tien miljoen of minder) deden beter: Slovakije, Tsjechië, Jamaïca, Nieuw-Zeeland, Denemarken, Zwitserland, Georgië, Azerbeidjan, Noorwegen, Slovenië, Finland, Mongolië, Tunesië, Hongarije, Belarus, Zweden, Oostenrijk, Kroatië, Servië, Estland, Portugal, Singapore, Trinidad en Tobago, Armenië, Tadjikistan, Litouwen. Die haalden allemaal minstens één en vaak veel meer medailles.

Slechts één land met een vergelijkbare bevolkingsomvang deed even slecht: Tsjaad. Als sportland een beetje een onbekende. Wat lezen we op wikipedia: Football is Chad's most popular sport. The country's national team is much followed during international competitions, and Chadian footballers have played for French teams. Basketball and freestyle wrestling are widely practiced, the latter in a form in which the wrestlers don traditional animal hides and cover themselves with dust. Tja.

Zijn er dan geen grotere landen die ook buiten de prijzen vallen? Kunnen we ons daar niet aan optrekken? Ja, hoor. In de categorie tot 20 miljoen inwoners geeft dat: Zambia, Mali, Senegal, Guatemala, Malawi, Niger, Cambodja, Burkina Faso, Angola, Sri Lanka, Madagascar, Syrië, Mozambique, Jemen en Ghana. Stuk voor stuk ook nul medailles. Dat zijn, toegegeven, evenwel ook niet echt sportmogendheden.

Zijn er, buiten België, misschien nog EU-lidstaten zonder medailles? Natuurlijk! Malta, Luxemburg, Letland, Cyprus en Ierland. En de Ieren hebben dan nog als excuus dat hun nationale sporten -Gaelic Football en Hurling- niet op het programma staan.

Tijd om het nationale sportbeleid om te gooien. Het heeft geen zin om er in de toekomst nog meer geld tegen aan te gooien. We hebben geen behoefte aan sportmanagers en topsportscholen. We hebben hoogstens nog één minister van sport met-beperkte-opdracht nodig. Diens taak bestaat er in bij het IOC te lobbyen opdat een aantal sporten waarin wij traditioneel goed zijn eindelijk ook Olympische status krijgen. Als daar zijn:

bakschieten, doelschieten, dopspel, eggeschieten, gaaibol, hamertjesspel, hoefijzerwerpen, kegelbaan, kegelen, krulbol, kuipsteken, liggende wipschieten, mannetjesspel, pagschieten, pierbol, pietjesbak, platte bol, pudebak, ringsteken, schaarbaankegelen, schijfschieten, schuiftafel, sjoelbak, steltlopen, stopschieten, struifvogel-groot, struifvogel-klein, tafelkegelspel, tonspel, toptafel, touwtrekken, trou-madame, uilebolling, vloerbol, vogelpik.

(Op de foto: de legendarische Meetjeslandse krulbolkampioen Jozef -Jef Sigaar- Van Herck. Zes keer Keizer van Lovendegem. Twee keer eerste in Kaprijke-Knesselare. Vier keer winnaar van de Grote Prijs van Evergem. Had ongetwijfeld meermaals goud behaald in Peking.)

zondag 17 augustus 2008

Voetbal is een heidense sport


Deze week kon je in de krant (De Standaard, 11.08.08) lezen dat Jezus met zijn vriendjes cricket speelde. Ene Abraham Terian ontdekte in een klooster in Jeruzalem een oud manuscript met daarin een beschrijving van de jeugd van Christus.

Volgens Terian vertelt de tekst over een negenjarige Jezus, die leerling was van de stoffenverver Israël, in het dorp Tiberias aan de kust van het meer van Galilea. "Jezus werd opgedragen om het huis van Israël te bewaken terwijl zijn meester zelf door het dorp ging om kleren te verzamelen die geverfd moesten worden. Maar zodra Israël het huis had verlaten, ging Jezus er vandoor om met zijn vriendjes te spelen".

En nu komt het: "Jezus nam zijn vrienden mee naar de waterkant, en liep met bal en knuppel het water op alsof het een bevroren oppervlak was. Zijn vrienden riepen ’Kijk het kind Jezus, wat hij doet op de golven van de zee!’ En velen kwamen daar samen, en keken naar hem, en waren verbaasd".

Om één of andere reden verbaast óns dat dan weer niet. Cricket is, als je er over nadenkt, wel een héél christelijke sport. Er is geen lichamelijk contact, iedereen loopt er in smetteloos wit bij, wedstrijden kabbelen eindeloos voort, er valt geen onvertogen woord, de spelregels zijn ondoorgrondelijk, niemand denkt er aan de beslissingen van de scheidsrechter in twijfel te trekken. Uitermate saai en vervelend allemaal. Net alsof je in de kerk zit.

Je kunt je daarentegen moeilijk onze heidense voorvaderen voorstellen op een cricketveld. Heidenen speelden ongetwijfeld voetbal. Heidenen vonden het immers niet erg als het er een beetje ruw aan toeging. Heidenen maalden niet om regen of slijk. Heidenen gaven niet om het resultaat, heidenen gaven zich altijd voor het volle pond. Anders kon je net zo goed niet spelen.

Het is vandaag niet anders. Supporters vergeven hun team alles als ze het gevoel hebben dat er met overgave wordt gespeeld. Dat de spelers vechten voor de bal, dat ze, als ze klappen krijgen, weer opstaan en verder bikkelen. Dan wordt er voetbal gespeeld. Dan is het resultaat van ondergeschikt belang.

Onze jongens hadden vandaag, als je louter voortgaat op de cijfers, niet zo'n beste dag. Van het een reeks hoger spelende Walem werd met 2-5 verloren. En toch gingen de supporters niet ontevreden naar huis. Er werd met inzet gespeeld. Er werden aanvallen opgezet. Er werd gelopen en geknokt. Er werd, wanneer de anderen scoorden, met nieuwe moed weer opnieuw geprobeerd. Er werd gevoetbald. Dat zien supporters graag.

(De oude Grieken -zie foto- trapten wel eens een balletje. Vanzelfsprekend: heidenen.)

zaterdag 16 augustus 2008

Onze soort


Deze was te mooi om er geen aandacht aan te besteden. Pinguïn Nils, met als thuisbasis de zoo van Edinburgh, werd in de adelstand verheven. Nils was al een tijdje mascotte van de Noorse Koninklijke Garde en omdat hij dat blijkbaar redelijk geweldig deed kwam er nu, als toetje, nog een Noorse adelijke titel bij.

De Noren, kan je lezen op de site van de BBC -alwaar ze ook een leuk filmpje hebben van het gebeuren- komen elk jaar naar Edinburgh voor de Militaire Parade. Op één van die tripjes bezochten ze de zoo en zagen ze Nils. Liefde op het eerste zicht. En zo werd Nils de mascotte van het regiment.

Ach, op zo'n momenten ben je weer verzoend met je soort. We kniezen en zeuren en treuren. We maken ruzie, we maken oorlog. We voelen ons voortdurend te kort gedaan en nemen ons voor dat ze ons niets zullen wijsmaken. Maar bij het zien van zo'n enigszins dom waggelend vogeltje, dat net een te grote broek aanheeft, worden wij mensen helemaal wak. Zelfs de stoere soldaten van de Noorse Koninklijke Garde.

Dat maakt onze soort dan weer erg, eh, menselijk.

vrijdag 15 augustus 2008

Middelburg


Er zijn mensen die beweren dat er geen grenzen meer bestaan. Dat alle landen op elkaar lijken. Dat het overal eenheidsworst wordt. Die mensen dwalen.

Het volstaat de A12 te nemen richting Nederland. Tussen Zandvliet en Woensdrecht voltrekt zich het mirakel. Zolang je op Belgische bodem bent is het landschap morsig en rommelig. Overal verkeersborden, richtingaanwijzers, betonnen afsluitingen, brugpilaren en zendmasten. Het landschap werd verkaveld door dronken landmeters. Geen twee huizen lijken op elkaar.

En dan rijd je Nederland binnen. Ineens zijn er wijdse vergezichten. Plots lijken de velden eindeloos. Alle huizen zijn familie van elkaar. Meteen rijd je ook op beter asfalt. De wegen zijn perfect onderhouden en alles ademt orde en rust. Je hebt België verlaten. Je passeerde de grens.

Op weg naar Middelburg! Het Zeeuws Museum werd heropend na een grondige renovatie en dat vieren ze met een kleine, maar bijzonder mooie tentoonstelling: Terug Naar Zeeland. Topstukken die ooit bij Zeeland hoorden, maar elders terechtkwamen, werden opnieuw bijeen verzameld. Een zeer heterogene collectie, van Mesdach tot Mondriaan, van zilveren schalen tot wandtapijten. Absoluut hoogtepunt is bovenstaand schilderij van de Congolese ambassadeur Don Miguel de Castro, in 1643 geschilderd geschilderd door Jasper of Jeronimus Becx.

(Ook bijzonder, maar in een heel andere categorie is een tentoongestelde gemummificeerde kat. Die vonden ze in 1958 bij de restauratie van de Grote Kerk van Veere. Mogelijk werd de kat destijds ingemetseld bij de bouw van de kerk, om boze geesten te bezweren.)

De renovatie van het Zeeuws Museum is bijzonder goed gelukt. Erg leuk bijvoorbeeld is de zolderverdieping, waar ze enkele wonderkamers hebben ingericht. Ze brachten er de prullaria bijeen die vermoedelijk overal in de bergplaatsen van musea ligt te verstoffen: porseleinen potten, stukken ceramiek, opgezette vogeltjes, exotische schelpen, een indianenkostuum, een krokodillenembryo op sterk water. Door al die voorwerpen kris kras door elkaar te plaatsen, bereik je het effect van een zeventiende eeuws rariteitenkabinet en benader je een beetje het gevoel van betovering dat onze voorouders moet te beurt gevallen zijn bij het zien van zoveel wonderlijks en vreemds. Mooi gedaan.

Voor de rest, op de andere verdiepingen, veelal zaken die de regio betreffen. Wat opgegraven gebruiksvoorwerpen en grafstenen, de afstudeerwerken van de lokale mode-academie en, uiteraard, aangrijpende foto's en filmbeelden van de grote Watersnood van 1953.

De renovatie heeft ook de cafetaria niet onveranderd gelaten. Daar hebben ze nog altijd puike bruine broodjes met belegen Zeeuwse kaas, maar die worden nu geserveerd op een artistiek bordje met een streepje aceto balsamico en wat sierlijk gedrapeerde nootjes erbij. Dat had nu ook weer niet gehoeven.

Eten en drinken doe je in Zeeland best met inachtname van de regionale tradities. En dus sloten we, na een bezoek aan boekenwinkel De Drvkkery en nog een tussendoortje bootjes kijken in Veere, de dag af in Yerseke. Lekker mosselen eten in restaurant De Schelde.

Alwaar de hele zaak vol zat met Belgen. Van ruimtelijke ordening kennen we niets. Maar als er ergens goed te eten valt schuiven we graag als eerste onze voetjes onder tafel. Ook kunst.

(Morgen zaterdag is het in Yerseke weer de jaarlijkse Mosseldag! Ze zijn er helemaal klaar voor.)

donderdag 14 augustus 2008

Komkommernieuws


Hoeveel mannen denken, wanneer ze een geit zien, aan sex? Noem ons naïef, noem ons geen man van de wereld, maar wij denken dat je dat soort pipo's niet zo vaak tegenkomt.

De gasten van Al-Qa'eda denken daar anders over. Je neemt maar beter het zeker voor het onzekere, vinden ze. Daarom vragen ze de Iraakse bevolking met aandrang om voortaan de geslachtsorganen van vrouwelijke geiten bedekt te houden. Kwestie van niemand op slechte gedachten te brengen.

Maar, kan je lezen in de Daily Telegraph, er zijn, als je er begint op te letten, nog massa's andere dieren, voorwerpen, groenten en fruit die mensen aan sex kunnen doen denken. En dus moeten die volgens de de Al-Qa'eda's ook allemaal hetzij uitgebannen worden, hetzij onder controle worden gehouden.

Zo verbieden de mannen van Al-Qa'eda bijvoorbeeld dat vrouwen suggestively-shaped vegetables kopen, zoals bijvoorbeeld komkommers en augurken. Vrouwen mogen wel tomaten kopen. Met tomaten is voorlopig niets mis. Willen ze een komkommer, dan vragen ze dat maar aan hun man. Die kan, goddank, aan de erotische uitstraling van deze suggestively-shaped vegetable weerstaan.

Het vermogen van religieuze fundamentalisten om overal sex te zien blijft ons verbazen. Maar eigenlijk denken we dat we het mechanisme nu hebben doorgrond. Het gaat als volgt.

Als je begint met mannen en vrouwen strikt van elkaar te scheiden en van alles te verbieden, dan zoekt de geest een uitweg. Voor je het weet begint die effectief bij het zien van geiten en komkommers oververhit te geraken. En daardoor voelen mensen zich, begrijpelijk, zondig en slecht. Maar dat zet ze dan weer aan om zich met nog meer ijver op hun geloof te gooien en nog meer dingen taboe te verklaren. Als gevolg waarvan de geest nog meer verhit geraakt, enzoverder, enzovoorts.

Nee, geloven doe je niet voor je plezier. Maar je hebt er wel een voltijdse dagtaak aan.

woensdag 13 augustus 2008

Brede verbanden


Het is een stuk makkelijker om kant te kiezen als je niet te veel van een onderwerp afweet. Dat merk je als je leest -geen goed idee, trouwens- wat mensen allemaal de wereld insturen op de discussiesites van de kranten.

Zo vind je denkelijk nergens ter wereld zoveel Kaukasusspecialisten als hier bij ons. We winnen dan wel geen medailles op de Spelen, maar in Kaukasologie moeten we voor niemand onder doen. Hier te lande weet blijkbaar ongeveer iedereen waarom Georgië en Rusland deden wat ze deden en hadden moeten doen wat ze niet hebben gedaan. Toch knap van ons.

Nog zo'n onderwerp waar Vlamingen alles van af weten is het Midden-Oosten. Opmerkelijk hoe snel we ook daar, telkens er iets gebeurt, de analyses klaar hebben. Opmerkelijk hoe gemakkelijk dan ook weer alle oude clichés bovenkomen. Mensen weten heel erg precies wat het probleem is met de joden. Daaraan herken je trouwens de deskundigen: in een analyse over Israël en de Palestijnen hebben ze het in één beweging over de joden in het algemeen en wordt meteen ook maar georakeld over de joden hier in België, nu en in de jaren dertig. Daaraan herken je de specialisten: die durven brede verbanden leggen.

Een tijdje terug stond er in de Guardian een interessant stuk over een zo goed als vergeten geschiedenis. Toen de staat Israël ontstond repliceerden een reeks Arabische staten daarop met het afpakken van de nationaliteit van hun joodse burgers. Die werden dan later ook uit het land gezet. Dat ging vaak gepaard met relletjes en plunderingen, waarbij soms doden vielen. Landverlaters werden uiteraard niet vergoed voor de bezittingen die ze achterlieten, meer zelfs: ze moesten een document ondertekenen waarbij ze verklaarden af te zien van schadeclaims. Volgens de VN ging het om zo'n 800.000 mensen die statenloos werden en alles kwijt waren.

Geen haar op ons hoofd denkt er aan om die 800.000 te vergelijken met de 700.000 Palestijnen die, ook als gevolg van de stichting van Israël, huis en haard kwijtraakten en vluchteling werden. Het ene leed compenseert nooit het andere. Maar het gaat wel om een stuk geschiedenis dat, denken we althans, al die deskundige meningspuiers jammer genoeg gemist hebben. Als je weet dat een groot deel van die joodse vluchtelingen en hun nazaten vandaag in Israël woont, begrijp je iets beter hoe moeilijk de verhoudingen daar liggen.

Maar goed: het is een stuk makkelijker om kant te kiezen als je niet te veel van een onderwerp afweet.

(Het prentje: Eugène Delacroix, Joods huwelijk in Marokko, 1837–41. Zorgelozer tijden)

dinsdag 12 augustus 2008

Zo is Boris dus niet


Wij vinden Boris Johnson steeds sympathieker. De enigszins flamboyante Londense burgemeester (op de foto: de achterkant van zijn hoofd) wist vorig jaar ons hart al te stelen met zijn geweldige boek over de Romeinen (genomineerd voor de almaar kleiner groeien-literatuurprijs 2007).

Wat ons nog meer voor hem innam was dat Johnson, na zijn verkiezing, even non-conformistisch bleef. Recent kon je op zijn weblog bijvoorbeeld een stukje lezen over waarom je als Brit beter niet op vakantie ging in eigen land:

Some time before the end of August, I will grab a week’s leave, like a half-starved sealion snatching an airborne mackerel, and whatever happens, that leave will not be taken in some boarding-house in Eastbourne. It will not take place in Cornwall or Scotland or the Norfolk Broads. I say stuff Skegness. I say bugger Bognor. (...) As I prepare for my last-minute booking, I consider it my patriotic duty to find a destination as sunny and foreign as possible.

Elk ander politicus zou in zijn broek doen bij de gedachte alleen al. Iets controversieels zeggen over plekken waar kiezers wonen! Je eigen land niet het allermooiste ter wereld vinden! De burger tegen de haren instrijken! Zo is Boris dus niet.

Vandaag nog leuker. Johnson erfde van zijn voorganger Livingstone de volgende Olympische Spelen. Tijdens de verkiezingscampagne stond Johnson al behoorlijk sceptisch tegenover de plannen: te duur, te groots, te veel wishful thinking. Vandaag als burgemeester, lees je in de krant, blijft Johnson bij dat standpunt. Boris maakt zich zorgen over de geplande infrastructuurwerken. Hij betwijfelt of de bouw van ondermeer een olympisch dorp of een wielerpiste op lange termijn waardevol is en wil er zeker van zijn dat alles wat gebouwd wordt, de komende vijftig jaar nuttig kan gebruikt worden.

Een andere burgemeester zou dromen van jobs, van toeristen, van subsidies, van mega-bouwwerken, van photo opportunities met sportlui en wereldleiders en dus ten allen prijze de Olympische bobo's tot vriend willen houden. Zo is Boris dus niet.
Goed dat tenminste iemand die Olympische windbuilen niet de hele tijd naar de mond praat.

(We gaan nog even door met fulmineren. U mag gerust in tussentijd een koffietje gaan drinken.) Ha! De idioten van het Internationaal Olympisch Comité die dachten dat, door de Spelen aan China te geven, het regime zijn greep op de samenleving zou lossen. Dat ze journalisten overal hun gang zouden laten gaan. Dat er geen censuur zou zijn. Dat ze netjes spreektijd zouden geven aan dissidenten.

Zo'n regime laat niets aan het toeval over. Lees even dit hartverscheurende bericht in de New York Times van vandaag. Het schattige meisje dat tijdens de Openingsceremonie zo mooi zong over het Moederland zong niet. Het meisje waarvan we de stem hoorden was niet fotogeniek genoeg, aldus het regime. Dus moest ze uit beeld blijven.

Zo zijn dat soort regimes. Zo is Boris dus niet.

maandag 11 augustus 2008

Blond zijn is ook niet makkelijk


Vandaag lezen we in de Gazet van Antwerpen -altijd een goeie bron om kennis te nemen van lopend wetenschappelijk onderzoek- dat ook Darwin zich het hoofd brak over de fundamentele kwestie why gentlemen prefer blondes, but marry brunettes.

Blonde dames konden ook in Darwins tijd rekenen op meer dan gewone belangstelling van de heren. Toch bleven ze -althans die indruk leefde- vaker ongetrouwd. Hoe kon dat? Darwin correspondeerde over die vraag met ene John Beddoe, een arts die onderzoek had verricht naar de haarkleur van vrouwelijke patiënten en daaruit concludeerde dat brunettes veel vaker een echtgenoot en kinderen hadden dan blondines. Beddoe wou van Darwin horen hoe dat kwam.

Helaas moest ook de grote Darwin het hoofd buigen. Nochtans had hij zijn best gedaan. Darwin riep, aldus het bericht in de krant, de hulp in van een arts in een ziekenhuis te Bristol die hem cijfermateriaal moest bezorgen. Ook zoon George werd ingeschakeld om die gegevens te analyseren. Maar het mocht niet baten. Zoals Darwin schreef in een hoek van de laatste brief die hij daarover van Beddoe ontving. “Ik moet deze zaak laten vallen”.

Hoe ver staat de wetenschap inmiddels? Dat mannen een voorkeur voor blondines vertonen is wel vaker in wetenschappelijk onderzoek aangetoond. Over of die, desondanks, vaker vrijgezel blijven hebben we nooit cijfers gezien. Maar recent lazen we bij Robert H. Frank wel een verklaring waarom het ons niet zou moeten verbazen zo dat effectief wel het geval zou zijn.

Frank is een econoom en kijkt dus met enige nuchterheid naar de huwelijksmarkt. Bewust of onbewust geven we onszelf en potentiële huwelijkskandidaten punten, meent Frank. Sommige mensen lijken een bijzonder goede partij, omdat ze mooi zijn, jong, gezond, slim, grappig en rijk. Laten we die mensen negens noemen. Naarmate mensen minder van de bovenvermelde eigenschappen bezitten scoren ze lager. Ze zijn zesjes of zevens.

Laten we er van uitgaan dat, als het werkelijk zo is dat mannen blond geweldig belangrijk vinden, dat één van de eigenschappen is op basis waarvan je een negen scoort. Waarom willen dan niet alle mannen liefst een blonde partner?

Omdat, in het algemeen gesproken, blond zijn dames van jongsaf een voordeel biedt. Daardoor zullen zij -of hun ouders- minder de nadruk leggen op de ontplooiing van andere talenten. Iedereen vindt blonde meisjes schattig. Blonde meisjes zullen zich, in het algemeen, minder moeten inspannen om sociaal aanvaard te worden of hun weg te vinden in de samenleving.

Maar dat speelt, als ze later op de huwelijksmarkt komen, in hun nadeel. Mannen gaan er gemakshalve van uit dat een blonde vrouw, behalve haar haarkleur, niet zoveel te bieden heeft. Andere talenten heeft ze immers nooit hoeven te ontplooien, denken ze. Als ze de puntentelling maken van eventuele huwelijkskandidaten weegt die negen voor haarkleur plots in het nadeel van de dames in kwestie: automatisch krijgen ze lagere scores toebedeeld op andere dimensies. Daarom scoren blondines slechter dan brunettes. Ze huwen onder hun niveau of raken zelfs helemaal niet van de straat. Bijzonder onrechtvaardig, natuurlijk.

Blond zijn is, laat het een troost wezen voor blondines én brunettes, dus ook niet altijd makkelijk.

zondag 10 augustus 2008

Redelijk onredelijk


Mensen kunnen niet anders dan overal orde en regelmaat zoeken, zin en betekenis zien. Dat zit in onze genen. Voor moord, genocide en oorlog zoeken we rationele verklaringen. Zo hopen we het onredelijke tot redelijke proporties te herleiden. Dat maakt het leven leefbaar.

Als er dezer dagen vreselijke beelden en berichten binnenstromen uit Georgië en Zuid-Ossetië, dan duurt het niet lang of een deskundige komt uitleggen dat het allemaal goed te begrijpen valt. Olie, strategische belangen, bondgenootschappen: daarom wordt er gevochten. Het onredelijke in redelijke banen gestuurd.

Alsof de dingen zo eenvoudig waren. Waarom staan mensen elkaar naar het leven? Ressentiment, afgunst, angst, misverstanden, onkunde, onkennis, onnadenkendheid, jaloezie, haat, domheid, wraak, bekeringsdrang, superioriteitsgevoelens, groepshysterie, nationalisme, verdwazing, sadisme, zucht naar avontuur, naar sensatie, naar glorie. Bijvoorbeeld.

Allemaal dingen die zich buiten de sfeer van het redelijke situeren en dus ook niet zo vanzelfsprekend ooit zullen worden kunnen uitgebannen. Daarom zoeken mensen liever verklaringen in de materiële sfeer: geld, ongelijkheid, olie, invloedssferen, grondstoffen, allianties. Dat soort zaken kan in principe rationeel worden aangepakt en opgelost. Dat maakt het enigszins beheersbaar. Hopen we althans.

Mensen blijven altijd maar hopen. Ook dat zit blijkbaar in de genen.

(De afbeelding: Pieter Breugel, De Dulle Griet, 1562. Te zien in Antwerpen, Museum Mayer van den Bergh. Op de site van museum geven ze deze toelichting bij het schilderij: Bruegel slaagde erin om op meesterlijke wijze "te schilderen, wat niet te schilderen is", zoals zijn vriend Ortelius over hem schreef, d.w.z. een verschrikking boven mensenmaat, kosmisch en alomvattend.)

zaterdag 9 augustus 2008

De dagelijkse concentratie


Sinds vandaag blogt ook George Orwell zijn woordje mee. Op de site van The Orwell Prize vind je voortaan elke dag een stukje uit Orwell's dagboeken, vandaag een stukje van 9 augustus 1938.

Houden mensen vandaag nog dagboeken bij? Vervangt de blog in toenemende mate het dagboek? Vervult een blog dezelfde functie als het dagboek?

Deels wel. Waarom houden mensen een dagboek bij? Om dingen niet te vergeten, om samenhang en betekenis te geven aan het dagelijkse leven, om hun gedachten te ordenen en nauwkeuriger te verwoorden, om kwijt te kunnen wat ze niet gezegd krijgen, omdat ze graag schrijven. Waarom bloggen mensen? Precies.

Is dagboekschrijven niet een uitermate private aangelegenheid, terwijl bloggers net hun lief en leed met de hele wereld willen delen? Niet echt. Nogal wat dagboekschrijvers vinden het helemaal niet erg om hun zogezegd intiemste gedachten door anderen te laten lezen. Sommigen schrijven zelfs met het oog op publicatie of hopen stiekem dat ze later, na hun dood, worden gelezen.

En ook: wie blogt om de wereld te veranderen, om het laatste woord te hebben, om anderen van zijn gelijk te overtuigen, houdt het meestal niet zo lang vol. Zo verschrikkelijk veel volk leest nu ook weer niet wat je boos en verontwaardigd cyberspace instuurt. Niemand, leer je snel, zit op jouw mening te wachten. Bovendien: al dat schelden en preken wordt al gauw eentonig. Voor de eventuele lezer, maar ook voor jezelf.

Wat bloggen in het bijzonder bevordert is het vermogen om alerter naar de dingen te kijken. Als je jezelf oplegt om elke dag een stukje te maken, let je ook iets scherper op wat er om je heen gebeurt en daardoor ook op jezelf. Je probeert meer consistent te zijn in je voor- en afkeuren. Je doet meer moeite om redeneringen af te maken. Je bent meer opmerkzaam. Bloggen bevordert de dagelijkse concentratie.

Orwell schreef daar het volgende over:

To see what is in front of one's nose needs a constant struggle. One thing that helps toward it is to keep a diary, or, at any rate, to keep some kind of record of one's opinions about important events. Otherwise, when some particularly absurd belief is exploded by events, one may simply forget that one ever held it.

Ja, dat ook natuurlijk.

vrijdag 8 augustus 2008

Wetenschappelijk bewezen


De wetenschap staat voor niets! Australische psychologen hebben de geheimen van de opgroeiende jeugd weten te doorgronden. Bange ouders en radeloze jongerenwerkers kunnen voortaan op beide oren slapen. Het volstaat de muzikale smaak van de jongeren in het oog te houden om te weten hoe het met ze is gesteld. Nog zo gemakkelijk.

Wat ontdekten de Australische vorsers? Teens who listened to pop music were more likely to be struggling with their sexuality, those tuning in to rap or heavy metal could be having unprotected sex and drink-driving, and those who favoured jazz were usually misfits and loners. Het allerergste is blijkbaar een muzieksoort waarvan we het bestaan zelfs niet vermoedden, maar waarbij we ons inderdaad de vreselijkste dingen kunnen voorstellen: Franse rap. Some genres of rap music, such as French rap, were linked to more deviant behaviours, including theft, violence and drug use.

In één beweging wordt dokters aangeraden om, wanneer ze pubers over de vloer krijgen, meteen ook even door te vragen naar de muzikale voorkeuren. Bij het artikel staat alvast een handige overzichtstabel die voor diagnostische doeleinden kan worden gebruikt:

POP: Conformists, overly responsible, role-conscious, struggling with sexuality or peer acceptance.

HEAVY METAL: Higher levels of suicidal ideation, depression, drug use, self-harm, shoplifting, vandalism, unprotected sex.

DANCE: Higher levels of drug use regardless of socio-economic background.

JAZZ/RHYTHM & BLUES: Introverted misfits, loners.

RAP: Higher levels of theft, violence, anger, street gang membership, drug use and misogyny.


Nog uit Australië, een ander interessant nieuwsbericht, ook over de jeugd van tegenwoordig. Toen destijds ook down under de alcoholpops -frisdranken met een beetje alcohol er in- in de winkelrekken verschenen, vreesden ouders het allerergste. En dus besloot de overheid de prijs van die alcoholpops met 70% op te trekken. Dat zou de jongeren van de drank afhouden.

De jongeren in kwestie zagen dat anders. Jongens en meisjes kochten voortaan zelf flessen sterke drank, die ze vervolgens bij hun frisdrank goten. Na de prijsverhoging van de alcoholpops ging de verkoop van sterke drank met 46% omhoog. Oeps, niet de bedoeling.

Ach, eerder schreven we: "Ouders moeten dingen verbieden en onredelijke regels verzinnen. Jongeren moeten verontwaardigd zijn en die regels met de voeten treden. Het kan het plezier van alle betrokken leeftijdscategorieën alleen maar vergroten."

Maar ja, wij luisteren dan ook nog het liefst naar jazz. Introverted misfits, loners.

woensdag 6 augustus 2008

Snel eten


Zelf doen we de meeste dingen traag. Als we fietsen worden we wel eens voorbijgestoken door oude vrouwtjes op rijwielen die al dienst deden toen er nog voor de Duitsers moest worden gevlucht. Als we wandelen veroorzaken we soms files. En deze zomer, op vakantie, zwommen we zo traag dat de kindertjes dachten dat we wel heel lang konden watertrappelen.

Alles traag, behalve koken. In theorie zijn we helemaal voor slow food. Producten zelf gaan halen bij een oude boer. Ingrediënten dagen marineren. Potjes uren laten pruttelen op een zacht vuurtje. Het zal wel. Er gaat, vinden we, minstens een even grote charme uit van snel en geïmproviseerd koken. Thuiskomen, kijken wat er nog in voorraad is, kijken wat eventueel bij wat past en, hopla, aan de slag.

Interessant is dat veel traditionele volkse gerechten uit het zuiden al evenmin geweldig veel tijd vergen. Misschien kwam de oorspronkelijke fast food wel van de kanten van de Middellandse Zee. Uit het boek van de sympathieke Rick Stein -we gedenken nog regelmatig zijn uitermate karaktervolle hondje Chalky (zie de foto) dat menige televisieuitzending opvrolijkte- Rick Stein's Mediterranean Escapes, bijgevoegd zeer simpel, zeer lekker en, bovenal, zeer snel klaar te maken recept:

Nodig:
pasta (in dit geval: spaghetti), zout, goede olijfolie, twee tenen look, een chilipepertje, fijn gesneden, een kleine halve kilo kerstomaten of een beetje zoeterige Roma-tomaten, in stukjes gesneden, een flinke eetlepel kappertjes (je kan in azijn opgelegde gebruiken, maar in dit geval zijn in zout ingelegde lekkerder; wel goed afspoelen), drie grote eetlepels gehakte munt, zwarte peper.

1. Breng water aan de kook voor de pasta. Kook de pasta.
2. Verwarm in tussentijd de olie (twee eetlepels als je met twee bent) in een diepe pan. Pel en plet de teentjes look -zachtjes- en gooi ze mee in de olie. Zet het vuur wat lager en laat de look meebakken tot die goudbruin wordt, haal hem er dan uit en gooi weg.
3. Doe de chilipeper en de tomaten bij de olie. Laat een minuutje bakken, tot de tomaten hun sap beginnen af te geven.
4. Gooi de kappers er bij en de munt. Werk af met zwarte peper.
5. Giet de pasta af en gooi hem bij de saus. Goed door elkaar husselen.
6. Klaar is kees. In ongeveer tien minuten.

Zelf doen we graag op het laatst nog wat garnalen bij de saus. Zowel de kleine grijze als de grote tijgergarnalen passen er uitstekend bij. En afsluitend nog een wijntip: bij Delhaize hebben ze een spotgoedkope, best lekkere Chileense rosé. Het is zomer, dus dan mag dat wel. Casillero del Diablo heet hij, op basis van Shiraz.

Zonder dank.

Man op koord


In het licht van wat er gebeurde krijgt alles wat met de Twin Towers te maken heeft natuurlijk een extra betekenis. Maar dit was wel heel uitzonderlijk: op 7 augustus 1974 wandelde de Franse goochelaar en evenwichtskunstenaar Philipppe Petit op een stalen draad van het dak van de ene toren naar de andere.

En het meest opmerkelijke: niemand, behalve Petits medewerkers, wist er op voorhand van. Petit had zijn stunt gedurende vele jaren voorbereid. Schaalmodelletjes gebouwd van de torens om uit te zoeken hoe ze de zaak moesten aanpassen. Zich laten insluiten om te weten te komen hoe je op het dak geraakt. Materiaal naar boven smokkelen. Bewakersuniforms namaken om geen argwaan te koesteren. En de avond voor de feiten, met pijl en boog, van het ene gebouw naar het andere, steeds dikkere draden over en weer schieten, waarlangs vervolgens een stalen kabel wordt getrokken.

En dan de dag zelf. Petit stapt, honderdentien verdiepingen hoog, de draad op. Beneden kijkt iemand naar boven en ziet iets wat eigenlijk niet kan: kijk een man loopt van het ene gebouw naar het andere. Kijk dan! Meer mensen stoppen: Petit loopt over en weer, doet stunts, maakt sprongetjes, gaat op de draad zitten, liggen, voert een komisch nummertje op met een bijzonder geïnteresseerde zeemeeuw. In totaal loopt Petit acht keer over en weer van het ene gebouw naar het andere. Wie er die dag bij was is een gelukkig mens.

Minder gelukkig waren de autoriteiten. De politie trachtte hem naar beneden te halen. Pas toen ze dreigden hem per helicopter van zijn draad te plukken, zwichtte Petit. Hij vreesde dat de turbulentie van de helicopter te grote schommelingen zou veroorzaken. Petit werd gearresteerd en er kwam een rechtszaak van. De rechter in kwestie begreep de poëzie van Petits daad en veroordeelde hem tot een symbolische straf: Petit moest, voor de kinderen van de stad, opnieuw een wandeling op een koord maken, deze keer over Belvedere Lake in Central Park.

Heel mooi was het antwoord van Petit wanneer men hem vroeg wat hem die dag in augustus 1974 bezielde: “When I see three oranges, I juggle; when I see two towers, I walk.”

Eerder dit jaar won een film, Man on Wire, gebaseerd op Petits exploten, een hele reeks prijzen op Amerikaanse filmfestivals. Hier een trailer van de film, hier een stukje erover. En nu maar wachten tot iemand de film ook naar hier haalt.

Op 11 september 2006 herdacht The New Yorker de Twin Towers met deze cover: een mannetje in het ijle, wandelend van de ene toren die er niet meer is, naar de andere die ook weg was.


“When I see three oranges, I juggle; when I see two towers, I walk.” Groots.

dinsdag 5 augustus 2008

Veel volk vandaag, buurman!


Een goed idee komt nooit alleen. Denk je, als je bij het opstaan de gordijnen opzij schuift: beetje grijs weer vandaag, misschien eindelijk het moment om die zolderkamer eens aan te pakken. Sta je wat later in de Brico tussen tientallen mannen die allemaal hetzelfde idee kregen toen ze deze morgen uit het raam keken.

Wellicht overkwam hetzelfde de brave burgers van de stad Suining in de Chinese regio Sizhuan. Toch wel vreselijk warm, dachten ze die ochtend. Misschien een dagje naar het strand, daar is het vast wel koeler, besloten ze elk voor zich. En een beetje later kreeg je bovenstaand resultaat. Veel volk vandaag, buurman!

Zo'n foto -klik er gerust even op: dan pas zie je hoeveel volk er zich die dag op het strand verzamelde- zegt veel en zegt niets. Enerzijds denk je: toch wel een ander soort, die Chinezen. Je moet wel goed gek zijn om je in dat soort gedrang te wagen en -bestudeer de gelaatsuitdrukkingen van de gefotografeerden- dat bovendien ook nog eens leuk te vinden. Typisch Chinees.

Maar anderzijds: wie weet is deze foto wel geënsceneerd. Misschien was het wel een ideetje van de pientere jongens van de Gazet van Suining, die in volle komkommertijd elke dag weer de krant moeten zien te vullen. Goed idee, Zhu, we vragen mensen om met zoveel mogelijk tegelijk voor de foto te poseren! Misschien kon je wel een mooie prijs winnen als je die dag naar het strand kwam met je opblaasbare eendje of drijfband. Misschien is het een poging om in het Guinness Book of Records te komen.

Misschien niet zo typisch Chinees.

En dat overvalt je de hele tijd bij al die sfeerreportages over China waarmee dezer dagen de kranten en televisiejoernaals worden gevuld. Als je het houdt bij de prentjes kan je meestal alleen maar besluiten: vreemd volkje, die Chinezen. Als er een beetje uitleg wordt bijgegeven, begrijp je de Chinese medemens al een stuk beter. Zo erg verschilt die nu ook weer niet van ons.

Zelf zijn we in het algemeen niet zo onder de indruk van theorieën die willen in de verf zetten hoe verschillend culturen wel niet zijn. Mensen, vandaag of een paar honderd jaar geleden, hier of in Suining, zijn fundamenteel één soort, denken wij.

Het bewijs? We begrijpen elkaars grappen.

Recent kon je op de site van de BBC een selectie lezen van moppen met wel een heel lange baard. Sommige ervan zijn ook nu best grappig. Eéntje van bij de Romeinen, bijvoorbeeld, uit de eerste eeuw voor Christus:

Keizer Augustus wandelt door de stad en merkt een man op die sprekend op hem lijkt. Wel, wel, denkt de keizer. Hij stapt op de man af en vraagt: "Was jouw moeder vroeger misschien in dienst op het paleis?" Antwoordt de man: "Neen, uwe keizerlijke hoogheid, maar mijn vader wel."

Niet zo'n rare jongens, die Romeinen. De Chinezen vermoedelijk ook niet.

(Foto: Reuters, gehaald op de site van Le Figaro)

maandag 4 augustus 2008

Een plezierige voetbalavond


Hoe je het ook draait of keert: sport is nog het leukst als de toeschouwers er ook iets aan hebben. Op de Olympische Spelen van 1900 in Parijs introduceerden de organisatoren een ongetwijfeld fascinerende sport: onderwaterzwemmen. Er waren zelfs punten te verdienen voor verschillende proeven: om ter langst en om ter verst, eh, onder water zwemmen. Ook al werden de proeven in volle Seine georganiseerd (zie foto), het publiek vond er niet zoveel aan en dus verdween de sport al snel terug van het programma.

Op diezelfde Olympische Spelen introduceerden de Fransen nog een andere tot de verbeelding sprekende sport: schieten op levende duiven. Voor de tribunes stonden kooien met daarin de vogels in kwestie. Die werden losgelaten en dan mochten de deelnemers naar hartelust knallen. Ongetwijfeld viel er in dat geval wél iets te zien. Een probleem was echter dat het publiek in de kortste keren onder het bloed en de veren zat. Driehonderd aan flarden geschoten vogels laat sporen na. En zo verdween ook deze sport van het programma.

Wat we willen zeggen is: sport is nog het leukst als je als toeschouwer in de pret kan delen.

Het nieuwe voetbalseizoen komt er aan en gisteren gingen we, ter voorbereiding, kijken naar de eerste thuismatch van onze ploeg, Maccabi. Vorig jaar was er niet altijd veel vreugde te beleven in de tribunes. Er waren keren dat we ons, echt waar, afvroegen waarom we, behalve uit clubliefde, eigenlijk bleven komen. Verf zien opdrogen was soms spannender dan wat er op het veld gebeurde.

Maar gisteren was het gewoon goed. Veel enthousiasme en inzet, maar vooral een ploeg die aanvallend voetbalde en waarvan de spelers zich niet wegstopten als de bal in de buurt kwam. Toegegeven, het was gisteren tegen Rumst, een ploeg uit een lagere reeks, en het was niet echt voor de punten, maar toch. Vaak zijn dat soort wedstrijden nog de moeilijkste.

Onze voorzitter, vorig jaar naarmate het seizoen vorderde de grootste criticus van de ploeg, zag er nu tevreden uit. De nieuwe spelers -of de teruggekeerde oude spelers- brengen de ploeg duidelijk wat bij. Vooral de invalbeurt van onze meest exotische nieuwkomer, Zourab Shiolashvili, volgens diegenen die er meer van weten ooit nog aan de slag bij Dynamo Tblissi, kon ons en de voorzitter bekoren.

Een uitermate plezierige voetbalavond, waarvan we hopen dat het de opmaat wordt van een leuk voetbalseizoen!

(Een gedetailleerd verslag van de feiten staat op de clubsite)

zondag 3 augustus 2008

Verrukkelijk


Soms is traag uitermate voordelig. Vaak gebeurt het dat we een leuk plaatje horen, maar dat het er op één of andere manier gewoon niet van komt om dat dan ook onmiddellijk te kopen. En vermits tegenwoordig boeken en cd's zichzelf in de winkels vooral in de eerste weken moeten bewijzen is dat plaatje, tegen de tijd dat wij er klaar voor zijn, al lang uit de rekken verdwenen. Pech gehad.

Maar gisteren hadden we geluk. In de zomerkoopjesperiode kom je soms, in de uitverkoopbakken, die plaatjes weer tegen die je schandelijk uit het oog had verloren. Gisteren vonden we zowaar het verrukkelijke Breakfast on the morning tram van Stacey Kent.

Voor wie Stacey niet Kent -een flauw grapje, maar het was sterker dan onszelf- hebben we alvast een leuk liedje geselecteerd: The Ice Hotel, het openingsnummer van de CD.

Voor wie dat soort dingen graag weet: de tekst van dit liedje -en van nog een paar andere nummers op de CD- is geschreven door Kazuo Ishiguro. En dat is dan weer de auteur van de roman The Remains of the Day, een jaar of vijftien geleden geweldig verfilmd met Anthony Hopkins en Emma Thompson in de hoofdrollen.

Dat wordt scoren bij Trivial Pursuit!

zaterdag 2 augustus 2008

Halfgaar en halfwild


Gisteren in de Volkskrant een lezersbrief van een waarlijk boos mens:

Uitstinken
Houd alstublieft op met het propageren van de barbecue en de barbecuerecepen (Servicepagina, 31 juli). Ik woon in een bovenhuis en ben bij mooi weer verplicht mijn ramen te sluiten omdat ik anders het huis uitstink. Leer de mensen behoorlijk koken en eten en niet van dat halfwilde en halfgare gedoe.
H. Dorff, Amsterdam


Zouden de benedenburen van H. Dorff ook De Volkskrant lezen?

En nu we het toch over eten en drinken hebben, in dezelfde krant kon je ook lezen dat de stad Los Angeles besliste om fast-food restaurants geen vergunning meer te geven zich te vestigen in de arme buurten. Zo wil de stad iets doen aan het gegeven dat met name arme Amerikanen veel te vet zijn.

Er is een klassiek filosofenargument dat in het jargon wel eens als the thin end of the wedge-move wordt omschreven. Het is de redeneertruc waarbij je opwerpt: ja, maar als we daar mee beginnen, waar eindigt het dan...

In dit geval moet er ons effectief een krachtig geformuleerd ja, maar als we daar mee beginnen, waar eindigt het dan... van het hart. Moeten we, zoals een tegenstander van de maatregel opwerpt, in de toekomst veiligheidsmensen verwachten aan de deur van restaurants, die zwaarlijvige mensen tegenhouden en zeggen: jij bent te dik, je mag geen cheeseburger?

En nog eentje over modern leven en eten en drinken. In het best vermakelijke Discover Your Inner Economist, van allesweter Tyler Cowen, staat een boeiend gedachtenexperiment. Mensen, weten we, presteren nog het best als er iets op het spel staat. Een uitermate effectieve manier van diëten is dan misschien wel dat je, als je gewicht wil verliezen, een contract afsluit met iemand. Haal je op de afgesproken datum je afgesproken streefgewicht niet, dan moet je die ander een flinke som geld. Zou dat werken? Iemand dat al eens uitgeprobeerd?

(Cowen raadt ten stelligste af om te proberen je geliefde tot matiging aan te zetten door per kilo gewichtsverlies een som geld in het vooruitzicht te stellen. Daar komt geheid gedonder van. In sommige gevallen vormt geld geen geschikte prikkel, leert de wetenschap.)

Ons lukt het diëten tot hiertoe overigens wonderwel. Goed tien kilo kwijt op zeven maanden. Has it ever struck you that there's a thin man inside every fat man, just as they say there's a statue inside every block of stone, schreef George Orwell. Als je goed kijkt zie je bij ons het dunne exemplaar al komen piepen.

vrijdag 1 augustus 2008

Dame met hondje


Lang geleden dat we het nog eens over onze vrienden de dieren hebben gehad. Vandaag: onze vrienden de dieren in Saoedi-Arabië. Daar hebben de mollahs beslist dat het houden van katten en honden mensen alleen maar op slechte gedachten brengt. Daarom: geen honden en katten meer.

Het is opmerkelijk waarvan de mollahs niet allemaal denken dat het tot slechte gedachten leidt. Het vergt bijzonder veel verbeelding -of een geest geneigd tot slechte gedachten- om volgende redenering tot een goed einde te brengen:
1. Mensen hebben hond of kat;
2. er zijn mannetjes- en vrouwtjesmensen;
3. mensen wandelen met hond of -in mindere mate- kat;
4. daarbij komen mensen elkaar tegen;
5. daarbij komen die mannetjes- en vrouwtjesmensen elkaar tegen;
6. SEX, SEX, SEX;
7. dus: honden en katten verbieden!

Gek toch dat de meeste godsdiensten zo bezeten zijn van sex. Overal zien ze verleidingen die dan prompt ook maar moeten worden uitgebannen. Alle godsdiensten? Hindoes en Boeddhisten leken tot hiertoe een enigszins meer ontspannen houding aan te nemen, maar ook dat lijkt te veranderen, aldus de Brits-Indiase filosoof Bhikhu Parekh.

In zijn nieuwste boek (A New Politics of Identity: Political Principles for an Interdependent World, Londen, Palgrave Macmillan, 2008) merkt hij op dat, naarmate in Azië de middenklasse groter wordt, de godsdiensten puriteinser worden. Waarom? Mensen die opwaarts mobiel zijn willen zich distantiëren van het gepeupel. Dat wordt geacht tot een iets primitievere soort te behoren. De opwaarts mobiele mens toont zijn superioriteit doordat hij in staat is zijn driften te bedwingen. Daarom hangt hij dan ook bij voorkeur een versie van het geloof aan waarin slechte gedachten en vuile manieren worden verketterd.

Dat is een interessante observatie. Wat Parekh constateert is precies wat er in de loop van de negentiende eeuw ook in Europa gebeurde. Een opwaarts mobiele groep -de ondernemers, de bedienden, later het respectabel deel van de arbeidersklasse- wou zich onderscheiden van het lager gesitueerde bevolkingsdeel, dat geacht werd ruw en primitief te zijn en zijn driftleven niet onder controle te houden. Die opwaarts mobielen zochten in de kerk bevestiging van hun gelijk. Vandaar de puriteinse wind die door het protestantisme en later ook door het katholicisme waaide.

In de negentiende eeuwse romans hebben dames steevast een hondje, waarmee ze gaan wandelen of die ze, als er bezoek komt, er de hele tijd bij halen. Nu weten we waarom: SEX, SEX, SEX.

Die mollahs niet onderschatten.

(Het prentje: Sir John Everett Millais (1829-1896), The Black Brunswicker. Achter het rode strikje, linksbeneden, gaat een hondje schuil. Even klikken op de foto en je ziet Fikkie beter zitten.)