Posts tonen met het label kruiswoordraadsels. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kruiswoordraadsels. Alle posts tonen

maandag 28 juli 2014

Authentiek


Wat heet authentiek? Wij hebben de gewoonte oude Grieken en Romeinen in toga en op sandalen af te beelden; onze middeleeuwse vrienden kozen voor een meer eigentijdse benadering, zoals hierboven Epicurus, in de uit 1493 stammende Kroniek van Nuerenberg, bewijst. Noch wij, noch de middeleeuwers waren er destijds bij. Gaan we dan beter voort op de klassieke standbeelden? Hoe betrouwbaar zijn die? Maken we ons niet allemaal wat deftiger en eleganter als we op de foto gaan? Zal dat bij Grieken en Romeinen anders zijn geweest als de beeldhouwer langs kwam? Dus, nogmaals: wat is authentiek?

De etymologie helpt de kwestie alleszins in perspectief te plaatsen:
Ontleend aan Frans authentique [12e eeuw] < Latijn authenticus ‘met eigen hand voltrekkend, veroorzakend’ < Grieks authentikós van het zn. authéntēs ‘die zelf doet’, gevormd uit autós ‘zelf’ (zie → auto-) en *héntēs ‘volbrenger’, aanvankelijk vooral als rechtsterm gebruikt.
Vermits de  illustratoren van de bovenvermelde kroniek de illustraties eigenhandig maakten, is de Epicurus in kousenbroek en tuniek net zo authentiek als zijn hedendaagse neefje op sandalen en in toga. Eigenlijk wel jammer dat een mens er binnen een paar honderd jaar niet meer bij is om te zien hoe ze oude Grieken en Romeinen dan afbeelden.

vrijdag 11 juli 2014

Duisternissen


Raar: in het Frans is de duisternis een woord dat je altijd in het meervoud gebruikt: les ténèbres.  Het Franse ténèbres komt van het Latijnse tenebrae, dat evenwel ook een enkelvoudsvorm kent. Je kunt nog veronderstellen dat onze Latijn sprekende vrienden die meervoudsvorm opspaarden voor bijzondere gelegenheden - de metafysische duisternis na de dood, bijvoorbeeld - maar ook daar zit geen lijn in. Tenebrae had gewoon meer toepassingsmogelijkheden: je kon het ook gebruiken om naar troebelen te verwijzen of naar obscuriteiten, woorden waarvoor wij in de Germaanse talen ook meervoudsvormen gebruiken.

Maar: die Franse gewoonte om duisternis in het meervoud te gebruiken heeft mogelijk wel verregaande theologische consequenties. Waar in de Nederlandse versie van Genesis het verhaal begint in de duisternis - In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water - is dat in het Frans in de duisternissen:  Au commencement, Dieu créa les cieux et la terre. La terre était informe et vide : il y avait des ténèbres à la surface de l'abîme, et l'esprit de Dieu se mouvait au-dessus des eaux. 

Dan vraag je je onwillekeurig af of daar één of andere kosmologie achter schuilt. Geloven de Fransen in het bestaan van meerdere duisternissen, en zo ja, wat moeten we ons daar dan bij voorstellen? Wie kent een Fransman/-vrouw en vraagt het eens?

Het prentje: je wil niet weten wat zich zoals in de duisternis/duisternissen ophoudt. Luis Ricardo Falero (1851-1896), Heksen op weg naar de Sabbat, 1878.

zaterdag 24 mei 2014

Woordenschat


Spaanse onderzoekers vonden iets interessants. Als je mensen morele dilemma's presenteert in hun moedertaal dan wel in hun tweede taal, dan maakt dat een verschil. In die tweede taal blijken ze, als je de onderzoekers volgt, eenduidiger en dus rationeler te zijn dan in die eerste. Met een slag om de arm, verklaren ze dat met een psychologentheorie over twee cognitieve systemen in ons brein en hoe we in de moedertaal gemakkelijker terugvallen op dat deel waarin we wat luier zijn en in de tweede taal op het andere deel waar logisch wordt geredeneerd (meer hier).

Het interessante is dat het gaat om onderzoek waar je mensen morele dilemma's voorlegt. Mag je één mens opofferen om er meerdere te redden? Zal je die ene die je moet opofferen zelf een zetje geven als je er twee andere mee kan redden? Doe je het als je er vijf kan redden, tien, dertig? Dat soort fijne dingen. Dilemma's gaan over keuzeproblemen. Je moet een keuze maken waarbij de alternatieven allebei onaantrekkelijk zijn. In dat soort gevallen is geen goed antwoord mogelijk. De vraag is dan ook of je hier van meer of minder rationele oplossingen kunt praten.

Terug naar de taaldimensie. Een alternatieve verklaring ten behoeve van de onderzoekers: in een taal die we niet helemaal goed beheersen spreken we gemakkelijker in absolute termen, gewoon omdat we niet over de woorden beschikken om meer complexe oordelen te formuleren. Dat overkomt ons allemaal. In de moedertaal kunnen we genuanceerd uitleggen waarom we iets mooi vinden; in het Engels vallen we terug op enkele stopwoorden. Wellicht is dat ook wat de onderzoekers constateerden. Morele kwesties die je in je moedertaal niet alleen in vele dimensies kunt begrijpen maar ook onder woorden brengen, kan je onmogelijk tot een eenduidig ja/neen, wit/zwart, opofferen/niet-opofferen herleiden. In een taal die je minder goed beheerst doe je dat noodgedwongen wel.

Bezoek -dat doe je niet voor je plezier- een congres van menswetenschappers. Iedereen praat een soort Engels, vrijwel niemand beheerst die taal. Dan hoor je mensen die vermoedelijk heel slim zijn, vaak nogal banale dingen beweren. Dat komt niet door die menswetenschappen. Dat komt door de taal. De sprekers proberen wat er in hun moedertaal in hun hoofd zit, te persen in een Engelse woordenschat die daar te klein voor is.

Echt belangrijke dingen -en dus ook het beredeneren van morele dilemma's of het beoefenen van de menswetenschappen- doe je best in je eigen taal.*

Het prentje: Pieter Breughel de oudere (1525-1569), De Toren van Babel, ca. 1563. Een historisch moment: zo ongeveer de laatste keer dat we nog één taal spraken.

* Zo is het bijzonder gemakkelijk een I love you te laten vallen. Je geliefde in je eigen taal vertellen dat je hem of haar graag ziet, valt moeilijker. Dan besef je wat de consequenties van je woorden zijn. Dat is soms schrikken.

dinsdag 6 mei 2014

George Borrow


"George Borrow was a walker of awesome stamina and a linguist of almost inconceivable talent, who is said to have been able to speak twelve languages by the time he was eighteen and to have been competently acquainted with more than forty – including Nahuatl, Tibetan, Armenian and Malo-Russian – over the course of his life. In the winter of 1832– 3 the British and Foreign Bible Society invited him at short notice to an interview in London, wanting to see if he could translate the Bible into a number of difficult languages. He walked to the interview from Norwich, covering 112 miles in 27 hours, sustained by a pint of ale, half a pint of milk, a bread roll and two apples . The society liked what they saw and commissioned Borrow to translate the New Testament into Manchu. What Borrow hadn’t told them was that he did not have any Manchu. No problem. Once the job was landed, he acquired ‘several books in the Manchu-Tartar dialect’, and Amyot’s Manchu–French (French!) dictionary. Then he travelled home (by coach, understandably) and shut himself up with the books. Three weeks later he could ‘translate Manchu with no great difficulty’, and fulfilled the society’s commission."

Robert Macfarlane, The Old Ways: A Journey on Foot, Londen, 2012.

vrijdag 24 januari 2014

Wet van Morrissey


Morrissey heeft het heilig vuur te pakken en schrijft naarstig door. Na zijn autobiografie is het nu tijd voor fictie: Morrissey schrijft een roman. Meer: hier.

Om een beetje in de sfeer te komen, geeft de Eeuwige Kniezer ons alvast een fijne en opmonterende gedachte mee: "We all – without exception – end our lives in tears. Very few people die in a fit of hysterics on a ferris wheel."

Wat meteen de vraag opwerpt: waarom noemen onze Angelsaksische vrienden een reuzenrad een ferris wheel?  Ook dat weet wiki:
Het Ferris Wheel (ook bekend als het Chicago Wheel) was een 80,4 meter hoog reuzenrad dat ontworpen werd door George Ferris. Het was het eerste reuzenrad ter wereld en diende als publiekstrekker voor de World's Columbian Exposition van 1893 in Chicago. Het was destijds een vooruitstrevend stuk techniek. Ferris had zich laten inspireren door de techniek van het fietswiel waarbij de spaken van getrokken ijzer een wiel op spanning houden.
Het prentje: Wonder Wheel, Coney Island, ergens in de jaren 1940. De meneer en mevrouw in kwestie? Ended their lives in tears. De Wet van Morrissey. Onverbiddelijk.

maandag 20 januari 2014

Vogelangst


"Vogelangst, vogelfobie of ornithofobie is een ziekelijke angst voor vogels. Symptomen: een confrontatie met een vogel kan leiden tot diverse verschijnselen, zoals duizeligheid, overmatig zweten, kortademigheid, misselijkheid, trillen, onregelmatige hartslag en een droge mond tot een volledige paniekaanval. Ook het horen van vogelgeluiden of afbeeldingen van vogels kunnen deze symptomen opwekken. Angst om daadwerkelijk door vogels te worden aangevallen, zoals in de film The Birds van Alfred Hitchcock, komt weinig voor."

zaterdag 21 december 2013

In het honderd


Oef, het worden rustige eindejaarsdagen voor de brave burgers van Gotham City en daardoor meteen ook voor Batman. The Joker is er voor de feestdagen even tussen uit: een all-in surfvakantie in zonniger oorden. Benieuwd of The Joker er ook op vakantie in de kortste keren voor zorgt dat alles in de spreekwoordelijke honderd loopt.

Wat meteen de vraag oproept: wie of wat is die spreekwoordelijke honderd waar het dus beter niet in loopt? Dat zochten we op. Het gebruik van het telwoord "honderd" in gezegdes en uitdrukkingen duidde vroeger gewoon aan: erg veel, ontelbaar. Vervolgens kreeg het de afgeleide betekenis van: in het wilde weg, lukraak. En nog later werd die honderd synoniem voor chaos, ordeloosheid.

En chaos en ordeloosheid: dat is inderdaad helemaal des Jokers.

maandag 28 oktober 2013

Stormweer

Storm komt overeen met windkracht 9 op de schaal van Beaufort (Bft). Dit betekent dat de wind gemiddeld over 10 minuten en op een hoogte van 10 m boven het meetstation een snelheid bereikt van minstens 75 km/u.
Haalt de wind gemiddeld over 10 minuten een snelheid van minstens 90 km/u dan wordt gesproken van zware storm (10 Bft), terwijl een gemiddelde snelheid van 103 km/u staat voor zeer zware storm (11 Bft).
Indien de gemiddelde windsnelheden boven 117 km/u komt spreekt men van orkaankracht of 12 Bft.
Officieel spreekt men van storm vanaf 9 Bft. Op land wordt officieus van storm gesproken bij rukwinden boven 100 km/u (maar dit geldt niet tijdens buien zoals bij zomeronweer). Het is echter fout om rukwinden, die maar een ogenblik duren en dus geen 10 minuten, in te passen in de Beaufortschaal, (Bron: KMI - WeerWoorden)
Het prentje: John Constable (1776-1837), Seascape Study with Rain Cloud, 1827.

woensdag 17 juli 2013

Warlpiri rampaku


Je hoort vaker over uitstervende talen dan over talen die nieuw ontstaan. En dat laatste gebeurt natuurlijk ook de hele tijd, maar dat is een stuk minder spectaculair. Zo bericht de New York Times over de heuglijke geboorte van het Warlpiri rampaku. Dat blijkt een taal te zijn die wordt gesproken in Lajamanu, in Australië's Northern Territory. Opmerkelijk, maar als je er over nadenkt ook nogal logisch: de nieuwe taal wordt uitsluitend gebezigd door mensen jonger dan vijfendertig jaar (meer hier).

De nieuwe taal blijkt meer dan eenvoudigweg een combinatie van bestaande talen of dialecten. Vermoedelijk ontstond de taal toen ouders de kinderen toespraken in een soort pidgin gebaseerd op drie bestaande talen. En toen gingen de jongeren daar creatief mee aan de slag: ze introduceerden een nieuwe syntax en veranderden gaandeweg de woordstructuren. En zo ontstond een nieuwe taal.

Het mag ook al eens goed nieuws zijn.

Het prentje: Lettie Nungurrayi (Betty Nungurrayi Watson), Kunajarryi (Mt Nikki Dreaming), ca. 1990. Kunst uit, inderdaad, Lajamanu.

maandag 24 juni 2013

Navelstaren

"Het navelstaren (Grieks: omphaloskepsis) is een historische meditatietechniek, in sommige opzichten vergelijkbaar met yoga.
In de 13e eeuw ontstond in het gebied van het vroegere Oost-Romeinse Rijk de gebeds- en medidatiebeweging van het Hesychasme, die in de 14e eeuw tot een theologische controverse zou leiden. Een van de gebruikte gebedsvormen van de beweging bestond uit het navelstaren terwijl men een gebed sprak. Volgens de Hesychastische navelstaarders zouden zij tijdens hun meditatie het Taborlicht zien, de Goddelijke energie.
De belangrijke navelstaarder Gregorius Palamas bereikte tijdens twee synodes in 1341 en in 1351 de erkenning van de beweging door de Griekse Orthodoxie. Dit veroorzaakte een heftige controverse, waarop Barlaam van Calabrië als grootste tegenstander van de navelstaarderij naar Italië vertrok en toetrad tot de Rooms-katholieke Kerk. Hij werd er later bisschop. Barlaam en zijn volgelingen werden in 1351 door de Grieks-orthodoxe Kerk geëxcommuniceerd.
De Barlaamieten kregen in hun afwijzing van het navelstaren steun van de scholastiek. Een van de twistpunten was dat Palamas en zijn navelstaarders werkelijk beweerden in direct contact met God te staan. Het "zien van God" werd daarnaast afhankelijk gemaakt van de juiste medidatietechniek, een stelling die de betekenis van genade marginaliseert. De discussie rond de navelstaarderij werd in het westen en door de scholastiek als ketterij gezien. Het zou te veel op de gelovige persoon zelf gericht zijn, te weinig op Christus", (bron: wikipedia).
Het prentje: Gregorius Palamas (1296-1359), Byzantijns theoloog en notoir navelstaarder.

woensdag 12 juni 2013

Kop van Jut


Op 12 juni 1878 overleed op zevenentwintigjarige leeftijd in de gevangenis van Leeuwarden Henricus Jacobus Jut, de man die vereeuwigd werd in de uitdrukking die naar zijn hoofd verwijst. Jut en zijn geliefde Christina Goedvolk (allebei onderaan op bovenstaand prentje) pleegden zes jaar eerder een dubbele roofmoord op de rijke weduwe M.Th. van der Kouwen-ten Cate en haar dienstbode Leentje Beeloo (beiden bovenaan). Na de moord vluchtte het drieste duo naar New York en Zuid-Afrika. Het daaropvolgende jaar kwamen ze terug naar Nederland, waar ze in Rotterdam een nieuw leven begonnen. Maar Jut werd wat te loslippig op café en voor ze het goed doorhadden zaten deze negentiende-eeuwse Bonny en Clyde in de cel. Jut werd in de paar jaar die hem nog restten regelmatig in de populaire pers opgevoerd als de meest verschrikkelijke boef ooit.

In tegenstelling tot wat vaak wordt aangenomen werd Jut's hoofd niet afgehakt: in Nederland bestond geen doodstraf meer. De uitdrukking die naar Jut's hoofd verwijst werd bedacht door een foorkramer die zijn attractie - met een hamer om ter hardst op een hefboom slaan, als gevolg waarvan een gewichtje in de hoogte schiet - een extra dimensie gaf door mensen aan te sporen zich te verbeelden dat ze een mep gaven op de kop van de gehate moordenaar Jut.

Jut's hoofd werd na zijn dood wel degelijk van zijn lichaam gescheiden en op sterk water gezet en tentoongesteld. Tot de pot begon te lekken en het hoofd er ook niet beter op werd en uiteindelijk niet meer te redden viel. Einde van de kop van Jut. Een gipsen afgietsel (zie prentje centraal) is al wat er nog rest.

vrijdag 24 mei 2013

Pedagogie

"The word 'pedagogy' comes from the Greek term for the slave who escorted a child to school."
The New Yorker, 13.05.2013
Het prentje: via The Nite Tripper.

dinsdag 7 mei 2013

Paardenkracht


Het is een troostgevende gedachte dat we het vermogen van auto's en andere machines gemakshalve nog altijd in paardenkracht uitdrukken, ook al komen de meesten van ons vrijwel nooit nog een werkend paard tegen. Maar wat slaat die term paardenkracht eigenlijk op?

James Watt -die van de stoommachine én overigens ook van het kopieerapparaat- definieerde, zo omstreeks 1770, één paardenkracht als -en hier volgen we gemakshalve wikipedia33000 foot-pounds per minute. Dat wil zeggen: omgerekend het vermogen van een trekpaard om 150 kilogram in één minuut 30 meter op te hijsen. Later, lees je, werden nog wat verbijzonderingen aan die definitie aangebracht.

Het nadeel met dat soort realistische omschrijvingen is dat ze de verbeelding prikkelen. Koos Watt een willekeurig trekpaard uit en liet hij dat éénmalig 150 kilogram in één minuut 30 meter ophijsen? Liet hij dat paard dat verschillende keren doen en berekende hij dan het gemiddelde? Hoeveel keer liet hij het bewuste paard dan hijsen?  Was het een vrouwtjespaard of was het een mannetje? Was het zijn paard? Hoe oud was het? Hoe heette het? Wat is er later van geworden?

Wellicht net om dat soort redenen besloot het Internationaal Bureau van Maten en Gewichten in 1978 de paardenkracht als eenheid van vermogen uit te bannen. Tegenwoordig worden we geacht in termen van de volledig geabstraheerde kilowatt te rekenen: de opgewekte of verbruikte hoeveelheid energie per tijdseenheid

Er wordt werkelijk niets meer aan de verbeelding overgelaten.

Het prentje: paardenkracht aan het werk.

donderdag 25 april 2013

Duivenmelker

duivenmelker m., nabootsing van geitenmelker = die geiten kweekt om van de opbrengst te leven. Uit:  J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal
Bron: etymologiebank.nl
Het prentje: de eerste Nederlandse tourwinnaar ooit, Jan Janssen, was bijzonder onpopulair in Vlaanderen. Dat kwam omdat hij onze gouwgenoot Herman Van Springel nipt versloeg in de afsluitende tijdrit van de Tour van 1968. Dat was opmerkelijk en in de ogen van de Vlamingen verdacht: immers, Janssen die -aldus wikipedianog nooit een belangrijke tijdrit had gewonnen- bleek die dag boven zich uit te stijgen en zo in één beweging de rit én de Ronde te winnen. Dat kon niet kunnen, oordeelden ze in Vlaanderen. Bedrog. Een complot. Een vuile streek. Jan Janssen was echter, zoals het prentje illustreert, duivenmelker. Dat pleit voor hem en voor zijn onschuld. Duivenmelkers doen dat soort dingen niet.

donderdag 11 april 2013

Magenta


Magenta is één van die woorden die er tijdens de lessen fysica werden ingehamerd en die je weliswaar nooit meer vergeet, maar waarvan je ook geen idee meer hebt waar het ook weer over gaat. Magenta, om maar met de deur in huis te vallen, is een primaire kleur in het subtractieve kleursysteem en een secundaire kleur in het additieve kleursysteem.

Magenta verscheen in het dagelijkse leven nadat aniline, één van de eerste kunstmatige kleurstoffen, uit indigo werd geïsoleerd, door een geleerde met een naam die je veeleer in stripverhalen verwacht: Otto Unverdorben. De commerciële toepassing kwam op de markt net na de Slag bij Magenta, waar in 1859, in de Tweede Italiaanse Onafhankelijkheidsoorlog, Frankrijk en Sardinië het opnamen tegen Oostenrijk (prentje). Je leest wel eens dat magenta, de naam van de kleurstof, een verwijzing was naar de bloederigheid van de veldslag. Dat komt dan wel van historici die vermoedelijk niet geweldig goed opletten in de fysicalessen. Magenta situeert zich op het kleurspectrum namelijk in de buurt van roze, fuchsia en paars. Niet echt slagveldkleuren.

woensdag 10 april 2013

Oebychs


De Laatste Man Die Oebychs Sprak

Soms, tijdens die laatste maanden,
dacht hij aan een woord
en probeerde zich de boom of de kikkersoort
te herinneren die ermee werd aangeduid:

de werkelijke boom, kikker of stemming
en niet het synoniem in een andere taal,
de spraak die zijn zonen en het berglicht had weggenomen,
de graven die hij veegde en aanharkte, de bruiloftsliedjes.

Terwijl jaren van stilte samenschoolden in de hitte
stond hij op zijn erf
en fluisterde de naam van een vogel
in zijn moedertaal,

terwijl herinneringen van sneeuw en marktdagen,
de handen van zijn vader, de geur van tamarinde
zich terugtrokken in uitgediende namen:

het blauw van de kindertijd opgevouwen als een laken
en opgeborgen.

Niets van wat hij zei werd herinnerd; niets van wat hij deed
was feit of legende
op het dorpsplein.

Toch zouden ze later het woord onthouden
dat hij die ochtend sprak, vlak voordat hij stierf:
een naam voor de dood, misschien,
of weidegras,

of, opgedoken aan de rand van zijn denken,
een ander woord dat ze hadden toen hij jong was,
een woord dat ze zelden gebruikten, hoewel het bestond
voor alles wat niemand zich wist te herinneren.

John Burnside, 'The Last Man To Speak Ubykh', vertaald door Ingmar Heytze, in: Ademhalen onder de maan, Uitgeverij Podium, Amsterdam 2012.

Het prentje: de man in kwestie, Tevfik Esenç, de laatste spreker van het OebychsHier hoor je hem aan het woord, in het, jawel, Oebychs.

zaterdag 30 maart 2013

Flierefluiten


Van  2 tot en met 9 april vindt in het Finse Turku het wereldkampioenschap flierefluiten plaats."Onze sport heeft haar naam niet mee", zucht Noël Willemssens (links op het prentje), erevoorzitter van de Belgische Flierefluitbond. "En nochtans heeft flierefluiten -fluiten op een uit vlierenhout gesneden blaasinstrument- helemaal niets van doen met lapzwansen en slampampen"."Het is topsport, wat zeg ik: kunst", voegt echtgenote Brenda (rechts op het prentje) er aan toe  

Het flierefluiten omvat vier disciplines, legt Noël uit: kunstfluiten, fluiten vrije stijl, ambachtelijk fluiten en humoristisch fluiten. Die laatste discipline is eigenlijk maar nep, oordeelt Brenda: het werd ingevoerd door de internationale flierefluitfederatie in de hoop de jeugd voor de sport te winnen. "Het gaat er om rare geluidjes met je instrument te maken. Vooral de Duitsers zijn er dol op.". Het kunstfluiten, vernemen we, wordt dan weer helemaal gedomineerd door de Noord-Koreanen. Brenda vertelt met duidelijk afgrijzen over ware flierefluitfabrieken waar kindjes van hooguit drie jaar voor het topfluiten worden klaargestoomd en hun kleine vingertjes blauw oefenen op sonates van Brahms. Zelf beoefent Brenda nog altijd het fluiten vrije stijl, een sporttak waarin ze haar persoonlijkheid helemaal kwijt kan, vertrouwt ze ons toe. Met hulp van nichtje Naomi Devolder wordt de repertoirekeuze up to date gehouden: zo brengt Brenda tegenwoordig onder meer hits van Shakira en Beyonce ten gehore op de vlierfluit.

Bij het ambachtelijk fluiten, ten slotte, moeten de deelnemers zich in de kortst mogelijke tijd zelf een vlierfluit snijden en er vervolgens een door de jury opgelegde melodie, bijvoorbeeld het volkslied van het organiserende land, mee ten gehore brengen. Het is de moeilijkste discipline, besluit Noël. "Niet zozeer het snijden, want met wat oefening doet iedereen dat in minder dan vijf minuten. Maar wel die nationale hymnes. En nu in Finland. Man, dat wordt geen lachterje."

Een vlierfluit maken in minder dan vijf minuten? In dit educatief verantwoorde filmpje wordt stap voor stap uitgelegd hoe dat moet. En hier is het Finse volkslied, voor wie zich wil meten met de topfluiters (filmpje) Onmogelijk om je tijdens de komende paasvakantie te vervelen.

Het prentje: via Dancing Fish.

vrijdag 22 februari 2013

Gevoelstemperatuur


Er is de feitelijke temperatuur en de gevoelstemperatuur. De weerman vertelt, bijvoorbeeld, dat het morgen een graad of zes wordt, maar dat het door de koude wind zal aanvoelen alsof het eigenlijk vriest. Dat klinkt behoorlijk a peu près en subjectief. Dat blijkt, als je het opzoekt*, niet zo te zijn. Voor meteorologen gaat het om een heel precies en, merkwaardig genoeg, ook meetbaar concept. Zo verneem je dat er -je kunt er je weinig bij voorstellen- net als de allerkoudste feitelijke temperatuur ooit gemeten, ook iets als de allerkoudste gevoelstemperatuur ooit ervaren bestaat. Het record bedraagt, voor wie het wil weten, -28°, op 14 januari 1987 in het noorden van Nederland vastgesteld.

Dat lijkt nogal bizar. Dus: als iemand morgen roept, voor mij voelt het aan als -29°, dan hebben we een nieuw record? Het is, zoals altijd, ingewikkelder dan dat. Er blijken zelfs verschillende methoden bestaan om te meten wat we precies voelen. De beste blijkt de JAG/TI-methode te zijn en daarvoor hanteer je op één of andere manier deze formule:



Gevoelstemperatuur. Harde wetenschap.

(*. Mentale noot aan onszelf: jongens die het zinvol vinden om te googlen wat we eigenlijk precies onder gevoelstemperatuur verstaan, moeten wellicht gewoon wat vaker onder de mensen komen.)

zondag 17 februari 2013

Andere cultuur


Nog iets over die dialecten. Of dialecten overleven, leer je uit het bijzonder interessante stuk van Gaston Dorren ('Klein taalgebied, grote verschillen', Onze Taal, januari 2013), heeft niet alleen te maken met geografische factoren (groot taalgebied, moeilijk bereisbaar, dun bevolkt), maar ook met culturele. Dorren verwijst naar de verschillen tussen Denemarken en Noorwegen. De Deense dialecten zijn bijna allemaal verdwenen, de Noorse zijn grotendeels intact. Hoe komt dat?

Gek genoeg om dezelfde reden. In beide landen bestaat een opmerkelijk egalitaire cultuur. Maar, nu komt het: "De Denen redeneren:'Iedereen is gelijk, dus iedereen praat hetzelfde'. De Noren redeneren: 'Iedereen is gelijk, dus iedereen mag praten hoe hij wil'." Zelfde oorzaak, ander gevolg...

Dat fenomeen, trouwe lezers voelen het al komen, is waar Montaigne het destijds al over had"De mens is een verbazend ijdel, complex en veranderlijk wezen. Je kunt er haast geen staat op maken of er algemene uitspraken over doen." Inderdaad.

zaterdag 16 februari 2013

Dialectvariatie


We hadden het al eerder al over het raadsel van de grote dialectvariatie in de Lage Landen. Wat we toen nog niet wisten is dat het een raadsel is dat ook heuse taalkundigen bezighoudt. Even recapituleren, er zijn  redenen waarom binnen één taalgebied veel varianten ontstaan en overleven: als mensen bijvoorbeeld heel ver uit elkaar wonen, als taalgebieden heel erg groot zijn, als reizen tussen de verschillende delen van dat taalgebied moeilijk is. Dat klinkt logisch en overtuigend, maar jammer genoeg gelden die condities niet voor Vlaanderen en Nederland. Wat dan?

Maar misschien even dit: bestaat er hier echt wel zoveel variatie? Taalkundige Gaston Dorren heeft het uitgezocht ('Klein taalgebied, grote verschillen', Onze Taal, januari 2013). Er bestaat meer variatie op die twee zakdoeken die we Vlaanderen en Nederland noemen, dan bijvoorbeeld in heel Spanje. In Noorwegen, dat geweldig uitgestrekt is, bestaat minder dialectvariatie dan in de dichtbevolkte Lage Landen. Dat is niet niets. Maar hoe komt dat dan?

Eigenlijk, en dat is toch wel een beetje een verrassing, zou het wel eens kunnen te maken hebben met dat, in de periode waarin de verschillende Europese dialecten vorm kregen, mensen hier, weerom verhoudingsgewijze, minder verhuisden. Dat was elders in Europa dus anders: daar zijn onder de invloed van invasies, burgeroorlogen en buitenlandse veroveringen de groepen die verschillende varianten van één taal spraken, regelmatig door elkaar gegooid en vermengd. Het gevolg was minder robuuste en minder gevarieerde dialecten.

Dat van die betrekkelijke bevolkingsstabiliteit is ook wel een eye-opener. Wij hebben het beeld van onszelf alsof wij vreselijk geleden hebben onder de geschiedenis. Dat blijkt dus nogal mee te vallen: elders was de miserie zo groot, dat mensen om de zoveel tijd moesten verkassen. Hier bleef dat veel beperkter. En daar houden we dus een grote dialectvariatie aan over. Fascinerend.

Het prentje: Ier worstelt met Nederlands. Wie wint?  Hier lees je het vervolg.