dinsdag 30 september 2008

Fijne god die dat bedenkt


Een vreemd soort god die mensen laat geboren worden, ze allerhande kwaliteiten meegeeft en als die kwaliteiten helemaal tot ontwikkeling zijn gekomen, ze vervolgens een sadistische ziekte als kanker bezorgt. Een hoop cellen het signaal geven om te beginnen woekeren en wildgroeien. Fijne god die dat bedenkt.

Vandaag raakte bekend dat Marc Moulin overleed. Marc Moulin: ook een beetje een stuk van ons leven.

Thierry Coljon schreef in Le Soir een mooi stuk over een mooie mens. We citeren uitvoerig. Goed voor het Frans van onze lezers.

Marc Moulin est décédé ce vendredi 26 septembre, des suites d'un cancer de la gorge. Il avait 66 ans. Afin de respecter ses dernières volontés, ses funérailles se sont tenues, mardi au cimetière d'Ixelles, dans la plus stricte intimité. Ainsi s'en va discrètement, sur la pointe des pieds, un homme sensible dont on retiendra l'élégance et l'humilité. Même s’il a touché à l’écriture et au théâtre, on gardera de Marc Moulin le souvenir d’un grand musicien et d’un homme de radio exceptionnel. Rien qu’en cela, il a touché plusieurs générations de personnes séduites par son esprit fin, sa culture aussi vaste que n’étaient humbles sa façon de vous la communiquer et surtout cet humour pince-sans-rire distillé en privé, au Jeu des dictionnaires et à la Semaine infernale (qu’il a lancés, sur la Première, avec Jacques Mercier), ou dans ses Humoeurs pamphlétaires hebdomadaires de Télémoustique.

Certains l’ont découvert par le biais de ses premiers concerts de jazz dans les années 70, avec Philip Catherine qu’il produisit ou au sein de Placebo qu’il fonda. D’autres ont appris ce qu’était la bonne musique en l’entendant dans des émissions de la RTBF comme Cap de nuit, King Kong, Radio Crocodile et surtout, le week-end, Radio Cité (de 1978 à 1986). Et puis il y a ceux qui ont craqué pour Telex, ce concept électro-BD typiquement belge. Sans oublier ceux qui ignorent encore que Marc fut impliqué dans les meilleurs albums de Lio et d’Alain Chamfort. Enfin, il y a tous ceux qui, de par le monde, ont craqué pour ses trois albums Blue Note qui mêlaient jazz, soul et électronique. Nous avons tous un peu de Marc dans nos souvenirs de jeunesse.

Marc a marié à la perfection ses deux passions : la musique et le son, innovant avec la bande FM pour Radio Cité. Ses émissions étaient une vraie mine d’or pour tous ceux qui s’intéressaient à la musique. Marc avait le chic pour toujours trouver des imports introuvables chez nous, pour se passionner pour des musiques méconnues qu’il aimait tant partager avec le plus grand nombre. Musiques noires, musiques métissées, à l’image d’un Miles Davis qu’il vénérait.

Issu d’une famille d’intellectuels (le papa, Léo Moulin, est écrivain et enseignant ; la maman, Jeannine Moulin, est poétesse), Marc n’a cessé au cours de sa longue carrière de marier l’élitiste au populaire, de mettre à la portée de tout un chacun un art dit cérébral (le jazz) à une musique dite populaire (la chanson, la soul ou la musique électronique). Un jeu radiophonique ou télévisé se devait d’être aussi éducatif. Avec Moulin, le divertissement se doit d’être intelligent, jamais bête, parfois mordant, jamais vulgaire.

Marc Moulin, c’était la classe à l’état pur, alliant discrétion, pudeur (ah, cette main dont il se couvrait le bas du visage quand il riait…), bon goût et raffinement. Marc était un homme de l’ombre, préférant la radio à la télévision, se cachant au sein de Telex comme sur ses pochettes de disques. Top secret n’a pas ouvert pour rien sa trilogie Blue Note.

Marc Moulin s’en est allé, nous laissant nous dépatouiller avec cette Belgique moribonde, ce siècle aux grandes idées mortes, cette actualité déprimante. Et maintenant, qui nous fera rire et penser ? Restent ses amis proches, Geluck et Kroll. Chargés de perpétuer son œuvre, à sa mémoire. Lourde tâche.


(Het prentje van Marc Moulin en het sympathieke hondje Sadie, dat ook de hoes siert van de CD Entertainment, haalden we hier. Koop dat plaatje.)

maandag 29 september 2008

Wesley's wereldgoal


Mooie goals dit weekeinde. Dembele maakte met AZ een heel fraai doelpunt tegen Willem II (zie filmpje). En Proto dan! Een doelman die scoort en dan ook nog eens met het hoofd (nog een filmpje). Leuke dingen voor de mensen.

Maar de allermooiste kwam van onze jongens. Maccabi won na een flink spannende wedstrijd met 3-2 van FC Ekeren. En op de achtentachtigste minuut geschiedde een klein wonder. Aanvaller Wesley Van Der Put -nu citeren we uit het wedstrijdverslag- rolde heel de verdediging van Ekeren op. Mooi rond de doelman en hij maakte het overwinningsdoelpunt.

Een verdediger of drie op een hoopje gespeeld en dan ook nog eens de doelman opzij gezet. Een wereldgoal. En dat op het mooiste moment van een toch al erg fraaie nazomerzondag. Al wat oranje in de lucht, de zon achter de gebouwen verdwenen. Toeschouwers die rechtstaan en stilletjes afzakken, hoofdschuddend over wat weer een gelijkspel lijkt te worden. En dan de ontlading: het doelpunt. Wie er niet bij was heeft iets gemist.

Ook al omdat er vermoedelijk geen filmpje van bestaat. Denkelijk zelfs geen foto. Tegenwoordig zie je in grote stadions de hele tijd overal flitslampen oplichten. Sommige mensen kijken naar de wedstrijd door het schermpje van hun fototoestel of houden hun telefooncamera hoog zodra het spannend wordt. Dat soort foefjes zie je niet zo gauw in derde provinciale.

En dus leeft Wesley's wereldgoal alleen voort in de hoofden van wie er gisteren bij was. Enerzijds: jammer. Als die toeschouwers er niet meer zijn, verdwijnt ook elk spoor van dat magische doelpunt. Anderzijds: misschien wel beter zo. Wanneer we binnen een paar jaar op de tribunes weer eens door een diep dal moeten, wanneer onze spitsen kreupel over de bal trappen en weer niets lijkt te lukken, dan hebben we nog altijd met elkaar de herinnering aan Wesley's wereldgoal.

En zo wordt dat doelpunt steeds formidabeler. Wesley vertrok tegen dan zowat van achter de eigen kleine backlijn. Hij rolde eigenhandig wel tien Ekerenaars op en draaide ook nog eens twee keer om de scheidsrechter. Toen hij op doel trapte, ging de bal gewoon los door de netten. Eén van de miniemen die later de bal opraapte, verbrandde er zijn handjes aan. Je kon op het gras nog weken een schroeivlek zien.

Wesley's wereldgoal.

zondag 28 september 2008

De palenkraker komt


Soms is lelijk zo lelijk dat het weer bijna mooi wordt. Op bovenstaand prentje (foto: ANP) worden noeste werkzaamheden op de Nederlandse Maasvlakte afgebeeld. Wat de betrokken werknemers doen is niet zo duidelijk, maar volgens het bijschrift bouwen ze aan de fundering voor een nieuwe elektriciteitscentrale. Daarbij maken ze gebruik, lees je nog, van de grootste palenkraker van Europa. Helemaal niets te zien en toch blijf je kijken.

Modder, putten en plassen, gevlochten ijzer, roestig staal. Graaiende grijpklauwen, zand en grint. Weinig goeds voorspellende wolken. En zo meteen ook nog de palenkraker. Vaders, hou je dochters binnen. Sluit ramen en deuren, laat de luiken neer. Haal de honden van de ketting. De palenkraker komt er aan.

Zullen we nog even in de sfeer van de werktuigenpoëzie blijven? Een stukje uit een gedicht van H.H. -toen nog onder de pennaam Habakuk II De Balker- Ter Balkt:

Oud Gereedschap, Mensheid Moe.

Oud gereedschap ver van huis
bedenkt geen rondeel om te klagen
Oud gereedschap huilt niet in het donker

lange weg, lange lange weg,
en zingt geen blues want heeft geen stem.

Vlashekel, wan, geen achterban
van dichtkunst, geen plantage, borst
van essehout om aan te rusten.
Oud gereedschap mensheid moe, eeuwen
van huis, zoekt geen plankier
van zangen, van stof, van twist.

Lange weg, lange lange weg
oud gereedschap zingt niet de blues.
Regen geen rum slijpt zijn lemmet en steel,
zijn afgeklapte spaak die hakkelt.


Zo is het maar net. Werktuigenpoëzie.

(Oud Gereedschap Mensheid Moe, Uitgeverij de Harmonie, Amsterdam, 1976. En wat is een wan? Een platte mand die gebruikt wordt om het kaf van het koren te scheiden. De wanner schudt de wan, zodat het kaf opvliegt en weg waait. Voila: het landleven heeft geen geheimen voor ons.)

zaterdag 27 september 2008

De Beatles? Geldwolven


Wat niet zoveel mensen weten is dat The Beatles ongeveer alles hebben gestolen. Van wie? Van een ander groepje uit Liverpool: The Rutles. Eén van de grote onrechtvaardigheden uit de geschiedenis van de popmuziek.

Ron, Dirk, Stig en Nasty, alias The Rutles, hadden alles al een keer gedaan voor de Beatles het vervolgens kopieerden. Ongeloof en twijfel? Ga gerust eens kijken. Hier de Rutles in 1964 bij Ed Sullivan met een liedje in 1963 gecomponeerd: Hold My Hand. Klinkt bekend? Natuurlijk, omdat een jaar later die broodrovers van de Beatles er mee gingen lopen en met I Want To Hold Your Hand een wereldhit scoorden. Diefstal, natuurlijk.

Toeval? Flauwekul! Luister eerst naar dit: the Rutles in 1967 in Piggy in the Middle. Al eerder gehoord? Vermoedelijk in deze versie: I Am The Walrus. Nogal duidelijk, nemen we aan. Weerom: de Beatles. Een paar maanden later. En weer een wereldhit.

Ach, we kunnen zo nog een tijdje doorgaan. Ongeveer alles hebben the Fab Four gepikt van de enige echte Pre-fab Four: de Rutles.

Als U de kans krijgt: bekijk deze schokkende film uit 1978. All You Need is Cash, waar U hier een voorstukje uitziet. Zéér onthullend.

Waarom niemand vandaag nog over de Rutles spreekt en iedereen de Beatles kent? Ach de Rutles waar niet zo geweldig goed in geld en ook nogal goedgelovig. En dat werd hun ondergang. Kijk maar even naar dit filmpje. Dat verduidelijkt veel.

De Beatles? Geldwolven. Bekijk hier dit onthullend filmpje: George Harrison die voor 60.000 dollars Paul Mc Cartneys onderbroek probeert te verkopen. Schandelijk!

Meer over de Rutles: op hun website.

vrijdag 26 september 2008

In het veld


Weet iemand waarom aliens, als ze met ons contact zoeken, dat altijd ergens op het platteland doen, liefst in een afgelegen veld? Lijkt het, als je de mensen wil ontmoeten en je ze een belangrijke boodschap wil meegeven, niet vanzelfsprekender en makkelijker om te landen daar waar die mensen ook echt wonen?

Waarom landen aliens nooit bij de Eiffeltoren of, waarom niet, meteen op het grasveld voor het Witte Huis? Waarom ontvoeren aliens nooit eens gekende mensen? Waarom zuigen ze, bijvoorbeeld, tijdens de Tour de France niet het halve peloton op in hun vliegende schotel? Waarom abducten ze niet, het is maar een idee, George Clooney of Carla Bruni? Dàn pas zouden ze onze aandacht trekken.

En nog meer vragen: waarom maken ze van die ingewikkelde tekeningen in maïsvelden (zie prentje)? Erg mooi, hoor, daar niet van. Maar waarom zo omslachtig? Kan er niet gelefoneerd worden of een smsje gestuurd of desnoods een emailtje? Als je de technologie hebt om van de ene uithoek van het heelal naar de andere te vliegen, als je artistiek een aardappelveld kan heraanleggen, moet je toch ook in staat zijn om netjes in een tekst uit te leggen wie je bent en wat je wilt?

Hoe meer we er over nadenken, hoe meer we tot het besluit komen dat de aliens niet goed bezig zijn. Steken ze al die tijd en energie in zo'n reis helemaal door het heelal, komen ze vervolgens hier terecht in zo'n van god en de mensen verlaten maïsveld. Leggen ze, na al die inspanningen, contact met een aardbewoner, is het steevast zo'n oen waarvan de geloofwaardigheid bij zijn medemensen vrijwel nul is. Dat kan toch veel beter.

Aliens, niets op tegen hoor. Maar bijzonder slecht in communicatie.

donderdag 25 september 2008

Zonder god, met humor


Mooie tekst van de fysicus Steven Weinberg over geloof en wetenschap in de New York Review of Books . En omdat het wel een flink stuk lezen is hebben we er alvast de juicy bits uitgezocht voor de gehaaste blogbezoeker.

Strikt genomen hoeven wetenschap en geloof elkaar niet in de weg te staan, maar de praktijk leert dat het anders is. Nadat de 11de eeuwse islamitische theoloog Al-Ghazzali poneerde dat het bestaan van natuurwetten godslasterlijk was, vermits zulks impliceerde dat er grenzen waren aan de almacht van God, begon het lange proces van stagnatie in de islamitische wetenschapswereld. Vandaag, zegt Weinberg, zijn er nog slechts drie gebieden waar wetenschappers uit islamitische landen een rol spelen: desalination, falconry, and camel breeding.

En wat met Amerika vandaag? Als iedereen steeds geloviger wordt, gaat dat dan niet ten koste van de wetenschap? Weinberg denkt dat Amerikanen vooral zeggen dat ze geloven. Occasionally I have found myself talking with friends, who identify themselves with some organized religion, about what they think of life after death, or of the nature of God, or of sin. Most often I've been told that they do not know, and that the important thing is not what you believe, but how you live. I've heard this even from a Catholic priest. I applaud the sentiment, but it's quite a retreat from religious belief.

Echt geloven is gelovigen een brug te ver. For many people, the important thing about their religion is not a set of beliefs but a host of other things: a set of moral principles; rules about sexual behavior, diet, observance of holy days, and so on; rituals of marriage and mourning; and the comfort of affiliation with fellow believers, which in extreme cases allows the pleasure of killing those who have different religious affiliations.

En dat soort geloof zonder echt te geloven is, denkt Weinberg, uiteindelijk geen lang leven beschoren. To compare great things with small, people may go to college football games mostly because they enjoy the cheerleading and marching bands, but I doubt if they would keep going to the stadium on Saturday afternoons if the only things happening there were cheerleading and marching bands, without any actual football, so that the cheerleading and the band music were no longer about anything.

Leven zonder God, besluit Weinberg is niet altijd makkelijk. But its very difficulty offers one other consolation — that there is a certain honor, or perhaps just a grim satisfaction, in facing up to our condition without despair and without wishful thinking—with good humor, but without God.

En dat is een erg opmonterende gedachte.

(Het prentje: Het aardse paradijs met de zondeval van Adam en Eva, Peter Paul Rubens en Jan Brueghel de Oude, 1615, Mauritshuis, Den Haag)

woensdag 24 september 2008

Kasteelheer/-dame


Wim Delvoye heeft een kasteel gekocht. Voor 3,3 miljoen euro werd de kunstenaar, lezen we in de krant, eigenaar van het kasteeldomein van Corroy-Le-Château. Het omvat een landgoed met de oppervlakte van twaalf voetvalvelden en met een natuurstenen bouwwerk van 5.000 vierkante meter groot, waarvan 3.000 bewoonbaar.

Eerder kocht Delvoye ook al een kasteel in Kwatrecht, bij Gent. We zijn uiteraard blij dat in dit land kunstenaars blijkbaar nog naar waarde worden geschat. Maar kunnen wij, minder met artistieke talenten begiftigde armoezaaiers, ook op kasteel wonen? In Nederland wordt er alleszins aan gewerkt.

In het noordwesten van 's-Hertogenbosch, op het oude eiland Engelen, worden duizend woningen en appartementen gebouwd, gegroepeerd in negen kastelen en in het kroonstuk, Slot Haverleij. Elk kasteel biedt plaats aan zo'n 50 tot 90 woningen. In het Slot komen ongeveer 450 woningen.

Het project verdient alleszins respect. De moderne kastelen beantwoorden aan een ideaal dat dezer dagen door ruimtelijke ordenaars wordt gehuldigd: compact wonen. De kastelen worden ingeplant in het groen. Als je duizend woningen naast elkaar bouwt, met elk een fraai lapje grond er rond, blijft er niet zoveel groen over. Vandaar deze oplossing: netjes gegroepeerd in het groen, samen op kasteel.

En wie wil er niet als kasteelheer/-dame door het leven? Op de site van het project zie je hoe het er aan toe gaat. Als je een beetje rondsurft op de site kom je ook een aanschouwelijk filmpje tegen. Het ziet er allemaal nog erg nieuw en proper uit en zich erg nadrukkelijk richtend tot de bemiddelde mens die graag tussen zijn gelijken vertoeft. Maar we vinden het idee op zich -gegroepeerd in het groen wonen, in een moderne versie van een kasteelburcht- best wel interessant.

Wel vragen we af hoe er in de burcht wordt geleefd tijdens de kantooruren, als iedereen elders aan de slag is. Zo'n vroegere kasteelburcht was ook een economisch centrum, hier wordt uitsluitend gewoond. En, natuurlijk, het leven vroeger in de kasteelburchten was wel iets gemengder. De kans is niet groot dat je, op weg naar de golfbaan, je in de nieuwe kastelen een weg moet banen tussen kreupelen en bedelaars. Maar goed, dat is een andere discussie.

Het prentje: één van de kastelen, Leliënhuyze. Op de plek waar we de foto haalden lees je als onderschrift: Haverleijers zijn trots op hun besloten woonomgeving en dragen dit uit met eigen kasteelvlaggen en golfwedstrijden die tussen de kastelen worden georganiseerd. Daar wordt je dan weer niet echt vrolijk van. Maar ieder zijn meug. Vrijheid, blijheid.

dinsdag 23 september 2008

De Klassieker viel tegen


Het heeft niet mogen zijn. Tegen Verbroedering Hemiksem moesten onze jongens de duimen leggen. Onverdiend, lees je op de clubsite. Maar, ach, in Nederland kijken ze ook sip. De Klassieker Feyenoord-Ajax viel weer tegen. Maar de column van Nico Dijkshoorn, gisteren in De Volkskrant, maakt dan weer veel goed. Toch leuk als je zo kunt schrijven:

Geen Klassieker

Was deze Feijenoord - Ajax een klassieker? Nee. In een interview legde Marco van Basten deze week uit dat het uiteindelijk toch om de wedstrijden tegen PSV gaat. Feijenoord, een leuke club, maar niet echt meer serieus te nemen als klassieke vijand.

De anderhalf uur voorbeschouwing bij het betaalkanaal Eredivisie Live deden me ook geen goed. Ik zag te weinig verbeten koppen. In een kort filmpje stelden de middenvelders van Feijenoord zich voor. Drie jongens op een zeilkamp na hun eerste plak hasjcake. Er kwam geen zinnig woord uit. Alleen al bij het noemen van hun naam kregen ze minutenlang de slappe lach. Als er een antwoordde op een vraag stonden de andere twee te huilen van het lachen.

Ik geloof niet dat Theo Laseroms en Rinus Israel dat zou zijn overkomen. Als je het woord Ajax noemde begon hun lip te trillen. Twee genetisch doorgefokte Feijenoordhonden, al jaren tegen hun wil in een kooi. John de Wolf stond drie dagen voor De Klassieker zijn wenkbrauwen zwart te verven. En dan nu die drie lachebekjes in de catacomben.

De catacomben... Gisteren zag ik de spelers vlak voor de wedstrijd door de spelerstunnel drentelen. Die was beschilderd met Romeinse pilaren. Zoals je een Italiaans restaurant in Schiedam een authentiek sfeertje wilt geven. Als een amateur toneelvereniging zogenaamd een scène in Rome moet spelen hangen ze zo’n doekje op. We hebben het hier over het mooiste stadion van Nederland. Daar hoort een lange, vervelende betonnen gang in, met aan het eind een zwart-wit foto van Willem van Hanegem.

Nu lopen de spelers door een Anton Pieck straatje. Foeilelijke kitsch. Iemand bij Feijenoord moet de opdracht hebben gegeven. “ Peter, jouw zoon had op de basisschool toch goed tot zeer goed voor tekenen? Wat denk je, vindt hij het leuk om onze spelerstunnel te schilderen? Ja, doe maar iets met pilaren enzo. Met schaduw. Dat het net echt lijkt.”

Nog veel erger was de sfeer in de spelerstunnel. Een love in. Woodstock in De Kuip. We hebben het hier over Feijenoord - Ajax. Dan hoor je verbeten voor je uit te kijken. Makaay omarmde, vol in beeld, Ajax-speler Evander Sno. Spelers die in het Olympisch team met elkaar hadden gevoetbald stonden nog net geen vakantiefoto’s uit te wisselen. Er werd gelachen. Zo te zien vertelde De Cler aan Stekelenburg dat hij nu een ook een erker aan zijn huis heeft laten bouwen.

Ter vergelijking: toen De Klassieker nog een Klassieker was werd er in heel Zuid-Holland in zeventien jaar tijd precies 1 fles Ajax schoonmaakmiddel verkocht.

Ik zeg niet dat er gehaat moet worden, maar een beetje onverstoorbare, aangeboren wrok mag er wel weer in. Gertjan Verbeek als coach, dat helpt ook niet. Hij leek de gedroomde man voor Feijenoord, maar door een paar storende details komt dat er nog niet helemaal uit. Ten eerste heeft hij te veel en te raar haar op zijn hoofd. Feijenoord trainers horen kaal of bijna kaal te zijn. Dat is een wet. Ernst Happel stond ook niet met een uit zijn hoofd geëxplodeerde eland-vacht te coachen.

Je ziet bij Verbeek iets te goed dat hij tijdens Feijenoords jubileumjaar verplicht een zwart jasje met een gouden das moet dragen. Jon Bon Jovi op een crematie, denk daar maar aan. Verbeek maakte ook een cruciale fout. Na de wedstrijd liep hij gezellig keuvelend met Marco van Basten het veld af. Hij lachte zelfs even. Na een gelijkspel. Dag Klassieker.

Volgende keer, bij de return, graag een knietje in het bovenbeen van van Basten. Een ouderwetse vechtpartij in de tunnel, alleen die kan De Klassieker nog redden.


Voor wie nog een lange week voor de boeg heeft: er staan nog wel meer pareltjes op de blog van Dijkshoorn. Pas dan merk je hoe zouteloos hier over sport wordt geschreven.

(Het prentje: in de reeks Dat Waren Nog Eens Tijden. 18 september 1983, Ajax-Feyenoord: 8-2)

maandag 22 september 2008

Creatief met sardines


Eén van de grote ironieën van het moderne leven is dat, als de jonge mens van tegenwoordig enige interesse betoont voor goed en smakelijk eten, dat het gevolg is van de inspanningen van een reeks, hou je vast, Britse koks. Voor een vorige generatie was Brits eten iets als Duitse humor: te mijden.

Als jonge mensen vandaag kunnen koken, dan komt dat door de BBC. Daardoor maakte de wereld kennis met Delia Smith, Nigella Lawson, Antonio Carluccio (een Italiaan, maar een Britse Italiaan), the Two Fat Ladies, the Hairy Bikers, Rick Stein en andere Jamie Olivers. We dragen ze allemaal in het hart. Maar Jamie Oliver krijgt toch een speciaal plaatsje, omdat we nog het allermeest naar zijn boeken grijpen of variaties maken op dingen die we hem eerst zagen doen.

En we zijn niet de enige bewonderaar. Prince Charles schreef recent een fanbrief. Hij dankt Jamie Oliver omdat die een grote kwaliteitsinjectie heeft gegeven aan het eten in schoolkantines. "De Britse schoolkinderen hebben de weg naar gezonde voeding teruggevonden en dat alleen al is een grote pluim waard. Maar de campagne van Jamie Oliver voor meer gezonde voeding sloeg wat mij betreft alles. Ze was baanbrekend."

En let op, beste lezers, er fonkelt al weer een nieuwe ster aan het culinaire firmament van de BBC. Vorige week maandag maakten we voor het eerst kennis met Valentine Warner. Een fantastische man. Je zag hem ondermeer konijnen afknallen en die vervolgens uitermate smakelijk klaarmaken. Hij maakte een geweldig uitziende lasagne met boschampignons en we zagen hem een omelet met truffels klaarmaken op een campinggasvuurtje. Elke maandagavond, zes weken op rij, van 21.30 tot 22 uur (Belgische tijd), op BBC2. Hier een interview met Warner, om alvast wat in de sfeer te komen.

En nu nog even tijd voor een eigen uitvinding: creatief met sardines.

Men nemen een blikje sardines, bij voorkeur Marokkaanse, met olie en met piment. Men peutere de sardines uit het blik, er zorg voor dragend zoveel mogelijk olie en piment in het blik te laten. Men legge de sardines op een plankje en snijde ze -dat gaat vanzelf, sardines vallen ongeveer uit elkaar- in stukjes van elk een centimeter. Men nemen een stuk of acht kleine, zoete tomaten of vier Roma-tomaten en men snijde die ook in blokjes van dezelfde omvang.

Men gooie tomaten en sardines in een schaal. Men voege er twee flinke eetlepels kappertjes aan toe. Men werke af met een handvol fijngesnipperde peterselie. Men hutsele alles door elkaar. Men kruidde met zout en peper naar eigen goeddunken; extra olie is vermoedelijk niet nodig: die hebben de sardines al meegebracht. Men neme een stevige bruine boterham, bijvoorbeeld van het Dagelijks Brood/Pain Quotidien, en scheppe er naar hartelust van de sardinensla op. Men neme mes en vork en taste toe. Men sluite de ogen en verpoze een wijl bij de gedachte aan de vriendelijke meneer van deze blog die de mensheid zoveel lekkers schonk.

Zonder dank.

zondag 21 september 2008

Filmpjes voor Richard Wright


We moeten daar nu ook niet hypocriet over doen. Er is een periode geweest dat we heel erg te vinden waren voor Pink Floyd. We hebben ons zelfs ooit laten binnensmokkelen in de school van onze jeugdvriend Rik, die keer toen een progressieve leraar zedenleer daar een vertoning van de film Pink Floyd in Pompeï organiseerde. Binnensmokkelen in een school: veel nerdier kan moeilijk.

Pink Floyd was -we winden er geen doekjes om- geweldig, althans tot zo ongeveer 1973. Tevoren maakten ze klassiekers als The Piper at the Gates of Dawn (1967), A Saucerful of Secrets (1968), Ummagumma (1969), Atom Heart Mother (1970) en Meddle (1971). Vanaf Dark Side of the Moon haakten we af. Een beetje melig en saai allemaal.

Maar tevoren was Pink Floyd ver uit. Zeker in de eerste periode met Syd Barret. Wat leuke filmpjes ter illustratie: See Emily Play, en Arnold Layne. Ook nog een tijdsdocument: Bike, een psychedelische creatie uit 1968 van de BRT. Heel even zie je het Atomium. Vonden bezoekende rockers altijd wel lachen.

En hiervoor slopen we binnen in de school van vriend Rik: A Saucerful of Secrets, uit Pink Floyd in Pompeï. Net zoals Careful with that Axe, Eugene en natuurlijk: One of These Days.

Wat we willen zeggen: de gasten van Pink Floyd betekenden écht wel iets als je destijds een jaar of dertien, veertien was. Daarom spelen we de filmpjes zo meteen nog een keer, speciaal voor Richard Wright die deze week overleed.

zaterdag 20 september 2008

Dapper man/mens


Dit is Sinil Babu Pant. Het enige homoseksuele parlementslid van Nepal. Nepal is een, zullen we maar zeggen, nogal traditioneel land. Mensen leven nog zoals hun voorouders en de voorouders van hun voorouders leefden. Homoseksualiteit kennen ze niet, tenzij om mee te lachen. Een man die openlijk voor zijn homoseksualiteit uitkomt: dat is redelijk bijzonder.

Sinil Babu Pant pakt het heel rustig en educatief verantwoord aan, lees je in dit artikel in The New York Times. Hij heeft op zijn laptop een powerpointje gemaakt. Op dode momenten roept hij collega-parlementsleden bij zich en dan toont hij zijn presentatie.

Om het allemaal wat toegankelijker te maken heeft Pant het over the third gender. Buiten mannen en vrouwen heb je ook mensen die tot een derde soort behoren, houdt Pant zijn gehoor voor. Dat is blijkbaar makkelijker verteerbaar in de Nepalese context.

Pant kadert zijn verhaal ook politiek. Hij verwijst naar de Grondwet van Zuid-Afrika die discriminatie van mensen behorend tot het derde geslacht verbiedt. En hij haalt er, zelf communistisch parlementlid, Lenin en Trotsky bij, die na de Revolutie homoseksualiteit legaliseerden. De leider van de regerende Maoïstische partij ziet dat vooralsnog toch enigszins anders: homoseksualiteit is het product van het kapitalisme.

Wij vinden Sinil Babu Pant een dapper man. Of mens, als hij het liever zo hoort.

vrijdag 19 september 2008

Oom Ab was clown Flappie


Dit prentje van Jan Cremer uit 1964 drukt vermoedelijk nog het best het vroegejarenzestiggevoel uit. Het moment net voor het allemaal ging beginnen. Hier en daar hing al iets van andere tijden in de lucht.

Moderne dichters gingen meestal nog schuil achter pak en das. Artistieke meisjes droegen een nette rok en het haar in een pony. En allemaal droegen ze een duffelcoat, waarvoor toen het hippe woord houtje-touwtje-jas werd uitgevonden. Dat zie je op de, uiteraard, zwart-wit foto's van Wim van der Linden. Die zijn nu verzameld in een ongetwijfeld heel erg mooi fotoboek, Wim van der Linden -fotograaf, uitgegeven bij uitgeverij Voetnoot.

Vandaag in de Volkskrant begon Arjan Peters zijn recensie van dat boek erg beeldend. Hij legt uit dat van der Linden, om niet altijd goed te doorgronden redenen, als een gekweld mens door het leven ging:

Misschien vanwege de oorlog -zijn vader was Joods, en in 1943 werd zijn hondje Fikkie op de Middenweg doodgereden. Op het Spinoza Lyceum zat Wim bij Tim Krabbé in de klas, hij had een oom Ab die optrad als clown Flappie, en Simon Vinkenoog trouwde in 1964 met zijn zus Reineke - men kan zich leukers voorstellen, maar de ware oorzaak van Wims gekweldheid lijkt hier almaar niet tussen te zitten.

Zijn kornuit Jan Cremer, die in 1964 door Van der Linden werd geportretteerd op een antieke Harley (neergezet op het Raphaëlplein in Amsterdam) voor de cover van Ik Jan Cremer, die kan in zijn koele kenschets de spijker op de kop slaan: 'Een leuke gozer en goede fotograaf. Maar hij had een complex. Als je hem complimenteerde met zijn foto's was hij niet verbaasd of bescheiden maar terughoudend. Hij was niet trots op zijn werk. (...) Hij zat niet goed in zijn vel.' En ja, als je dan in de jaren zestig in kringen verkeert waar verder iedereen buitengewoon onbescheiden is, apetrots op eigen prestaties, provocerend vrij van complexen én daverend in zijn vel zittend, dan hoeft je oom niet eens clown Flappie te heten om iets van wrevel te gaan voelen.


Schitterend. En meteen begrijp je ook beter de rest van van der Lindens leven. Afbraakbuurten fotograferend, cameraman, uitvinder van time coders voor het monteren van films: een steeds grotere afstand tussen zichzelf en het artistieke werk creërend. En dan sterven aan een hartaanval, in je eentje in Miami, nadat je huwelijk op de klippen is gelopen.

Oom Ab was clown Flappie. Doèk.

donderdag 18 september 2008

Eigenlijk, jongens en meisjes


Nog eventjes en ook de heel grote kinderen mogen weer terug naar school. Maar waarom zou je eigenlijk naar hogeschool of universiteit gaan? Laten we het eenvoudig houden: ofwel ga je in de hoop een diploma te halen waarmee je veel geld verdient, ofwel ga je omdat je een wijzer mens wil worden.

In het eerste geval: denk nog maar eens goed na. Als stielman of stielvrouw heb je meer kansen om werk te vinden en om een goed belegde boterham te verdienen. Er zijn, het is hard, het is onrechtvaardig, gewoon teveel mensen die een hoger diploma halen waar ze eigenlijk nooit iets mee zullen zijn. Als die mensen ook nog eens tegen hun zin studeerden, met de wortel van een toekomstig hoog loon voor ogen, zijn dat later bijzonder veel ongelukkige mensen.

En wat in het tweede geval, de jonge mensen op zoek naar wijsheid? Dat valt vaak nogal tegen. Universiteiten, zeker in de letterenfaculteiten en bij de humane wetenschappen, proberen vooral heel erg wetenschappelijk te ogen. Daarom gaan ze alles uit de weg wat maar een beetje spannend is: daarover kan je, op gezag van de wetenschap, nu eenmaal vaak niet zoveel zeggen. Nogal wat leraars aan de Grote Scholen vertellen vooral over wat vakgenoten interessant vinden. Meestal hebben studenten daar geen boodschap aan.

De onvolprezen Alain de Botton schrijft daar interessante dingen over in dit artikel. Een citaat:

On the menu of the ideal university, you wouldn’t find subjects like “philosophy”, “French”, “history” and “the classics”. You would find yourself able to sign up for courses in “death”, “marriage”, “choosing a career”, “ambition”, “child rearing” or “changing your world”. Too often, these head-on assaults on the great questions are abandoned to the second-rate efforts of gurus and motivational speakers. It is time for high culture to reappropriate them and to consider them with all the rigour and seriousness currently too often lavished on topics of minor relevance.

Eigenlijk, jongens en meisjes, moet je vooral je zin doen. Wil je geld verdienen: fijn. Kies dan een goed vak. Wil je wijsheid, kom naar de Grote School, maar trek je plan. Doe voor de meeste vakken wat je moet doen om uit de problemen te blijven. Probeer van die mensen die het over dingen hebben die je interesseren, te weten te komen wat je zelf kunt lezen of bestuderen.

Steek daar je tijd in. Spreek die leraars daar vervolgens over aan. Leraars zijn door het dolle heen als eindelijk een student gewoon een beetje interesse betoont. Dan doen ze alles voor jou. Dan bloeien ze open en vinden ze iets terug van hun jongere, enthousiastere en leergierige zelf. En dan lijkt zo'n Grote School een heel klein beetje op de Botton's ideale universiteit.

(Het prentje: de werkkamer van Alain de Botton. Hier lees je er meer over.)

woensdag 17 september 2008

Mickey moet dood


Het moet niet altijd gemakkelijk zijn als Allerhoogste. Bedenk je een universum en zet je op één van de planeten een stelletje mensen. Geef je ze een boek mee met de basisregels. Maken ze er in de kortste keren toch nog een potje van. Immers, allerhande pipo's denken, op basis van een creatieve interpretatie van dat boek, te weten wat eigenlijk jouw diepste bedoelingen zijn. Erg vermoeiend allemaal.

Zo is er een imam die de gelovigen oproept Mickey Mouse te doden, lezen we in The Daily Telegraph. De imam in kwestie legt zelf wel even uit hoe hij, logisch redenerend, tot die conclusie komt:

The mouse is one of Satan's soldiers and is steered by him.
If a mouse falls into a pot of food – if the food is solid, you should chuck out the mouse and the food touching it, and if it is liquid – you should chuck out the whole thing, because the mouse is impure.
According to Islamic law, the mouse is a repulsive, corrupting creature. How do you think children view mice today – after Tom and Jerry?
Even creatures that are repulsive by nature, by logic, and according to Islamic law have become wonderful and are loved by children. Even mice.
Mickey Mouse has become an awesome character, even though according to Islamic law, Mickey Mouse should be killed in all cases.


Daar valt geen speld tussen te krijgen. Mickey moet dood. Op zo'n momenten voelen we mee met de Allerhoogste: c'est dur d'être aimé par des cons.

En maken we van de gelegenheid gebruik om even reclame te maken. Binnenkort in enkele betere filmzalen: C'est dur d'être aimé par des cons, van Daniel Leconte. Over de perikelen van de makers van het Franse satirische blad Charlie Hebdo die, omdat ze wel eens lachen met de verschillende Allerhoogsten, af en toe door mensen als de imam van hierboven voor de rechter worden gesleept. Er naar toe! Gaan kijken!

dinsdag 16 september 2008

Lachen met Jos Van Assche


Vermoedelijk werd er deze morgen bij het ontbijt in nogal wat huiskamers smakelijk gelachen. Waarmee? Hiermee:

Brussels parlementslid Jos Van Assche (Vlaams Belang) is opgelicht. De Kameroener Jean Guy Boyomo had de politicus wijsgemaakt dat hij geld kon verdriedubbelen. Het recept: Boyomo dompelde de bankbiljetten onder in warm water, voegde er een soort van geheime foto-ontwikkelaar aan toe, streek de biljetten droog, stak ze tien minuten onder zijn schoenen en liet ze uiteindelijk nog twee dagen in het vriesvak liggen. 'Ik nam hem beet, hij geloofde me en daarna wilde hij dat ik 700 biljetten van 50 euro zou verdrievoudigen voor hem', aldus de Afrikaan die Van Assche naar eigen zeggen leerde kennen via een prostituee. (De Standaard, 16.09.08)

Eigenlijk, laten we eerlijk zijn, had het iedereen kunnen overkomen. Misschien niet op deze wijze. Jos van Assche lijkt wel érg goedgelovig. Maar tegenover een bedreven oplichter staat vrijwel iedereen machteloos. Oplichters werden door de natuur met een uitzonderlijk talent bedeeld. Net zoals sommige mensen geboren worden met een perfect muzikaal gehoor of een wiskundeknobbel, krijgen anderen een meer dan normale hoeveelheid mensenkennis mee. En die stelt ze in staat succesvol hun omgeving te manipuleren en om hun vinger te winden.

Oplichters hebben een hoger sociaal intelligentiequotiënt. Dat kan je nalezen in dit interview met de bekeerde oplichter Simon Lovell, die daarover ook een boek schreef (zie hieronder). Oplichters, lees je, voelen onmiddellijk aan welk vlees ze in de kuip hebben: of we hebzuchtig zijn of ijdel, op zoek naar erkenning of sympathie. En daar spelen ze op in, onderwijl ons suggererend dat wij de bovenhand halen in de transactie.

Een paar weken terug werden we op straat aangesproken door een oudere, goed geklede zwarte man. Net toegekomen in Brussel en al beroofd. Of we hem even verder konden helpen. Neen, geld hoefde niet. En dus begonnen wij te vertellen hoe hij naar de politie moest gaan. Al geweest, maar konden niets doen. De ambassade? Gesloten. Het consulaat? Er geen van zijn land in de stad. Toch wel erg veel tegenslag, besloten wij en de man unisono. Neen dan, suggereerde hij, was een beetje geld misschien toch geen slecht idee. Tot de ambassade morgen misschien wel open was of zijn familie een overschrijving had kunnen doen.

En toen hadden we door: we worden er ingeluisd. En vermoedelijk was dat net wat de man ons ook wou laten geloven. Want daardoor werd de conversatie een stuk ontspannener. Allebei legden we iets meer ironie in het gesprek. Man, man: gestrand in de grote stad, zonder geld, het is wat, opperden wij. Inderdaad en dan mensen zoals meneer moeten lastigvallen, beaamde de man. Erg vervelend allemaal, concludeerden we samen.

Er sloop enige compliciteit in de situatie. Hij gaf ons het signaal: slim, dat je ons doorhebt. En wij dachten: slim van ons, kijk ons hier maar even een oplichter voor schut zetten. En de man slaagde er daardoor in de situatie zo prettig te maken dat we hem, voor we het goed door hadden, enkele euro's in de hand hadden gedrukt. Onderwijl denkend: nee, ons hebben ze niet liggen. Vakwerk.

Neen, wij lachen niet met Jos Van Assche.



(het prentje: Robert Redford en Paul Newman in The Sting. Eén van de allerleukste oplichtersfilms.)

maandag 15 september 2008

Vrolijker op de werkvloer


De crisis in de Waalse economie is, als we de wetenschap mogen geloven, bijna voorbij. Een Amerikaanse econoom en psycholoog zochten samen uit dat als het lokale voetbalteam kampioen wordt, ook de gehele stad of regio daar beter van wordt:

having a winning NFL football team increases the incomes of the people who live and work in its hometown by as much as $120 a year. And while the study doesn't identify exactly what causes the boost, the authors point to psychological literature suggesting that winning fans are at once harder workers and bigger spenders. In short, buoyed by the team's success, we work longer hours, take bigger risks, and shop more avidly, all of which helps the local economy.

Klopt dat? Zou de kampioenstitel van Standard de stad Luik en de omringende regio economisch baat hebben gebracht? Wordt er daar nu met meer enthousiasme gewerkt? Wordt er in de winkels niet meer op een euro gekeken? Lopen de investeerders af en aan? We wensen het onze Waalse landgenoten alleszins toe.

Bovendien: dan wordt dit economisch gesproken misschien ook een goed jaar voor onze lokale middenstanders en ondernemers. Immers, ons team, Maccabi, is goed bezig. Zondag wéér gewonnen: thuis 2-1 tegen de mannen van Schelle. Een sterke eerste helft, met veel kansen, waarvan er jammer genoeg maar één werd verzilverd. Bij het begin van de tweede helft enige onzekerheid in de defensie, als gevolg waarvan de bezoekers weer gelijk kwamen. Daarna zetten die van ons weer op. Eerst een bal die, hoewel over de doellijn -dat verzekeren alleszins de eigen supporters die dichter bij het doel in kwestie zaten- toch geen doelpunt werd. Daarna gevolgd door, eindelijk en verlossend, halverwege de helft eentje dat wel telde.

Leuke wedstrijd en blije supporters. Als die vandaag allemaal weer met hernieuwde energie aan de slag zijn gegaan krijgt de economische recessie bij ons in de gemeente geen voet aan de grond.

Nog eentje om morgen nóg vrolijker op de werkvloer te verschijnen: een filmpje van een erg bijzonder doelpunt, helemaal uit Brazilië tot hier gekomen.

zaterdag 13 september 2008

Vernieuwende ideeën en strategieën


Zouden ambtenaren dat nu echt leuk vinden? In Nederland opende, lezen we gisteren in de krant, Rijkswaterstaat het LEF future centre, waar ambtenaren samen vernieuwende ideeën, strategieën en projecten kunnen ontwikkelen (NRC, 13.09.08).

De regel is eenvoudig: wie woorden als vernieuwende ideeën, strategieën en projecten in één zin gebruikt is bezig de kluit te belazeren. Boer, let op je ganzen. Dat is, denken we, in dit geval niet anders.

In het LEF future centre, kan je op de plaatjes in de krant zien, zitten ambtenaren, met pak en das aan, in kleermakerszit op matten. Ze mediteren, terwijl er psyschedelische motieven op de wanden worden geprojecteerd. Of ze doen, zoals op het prentje hierboven, samen in groep -nog altijd met pak en das aan- yoga. Je ziet ze op andere prentjes languit op de grond liggen en schaapachtig elkaar in de ogen kijken: Gertjan, jij bent een fijne collega. Jij mag er ook wezen, Huib!

We beantwoorden onze inleidende vraag: een ambtenaar die zijn beroep ernstig neemt vindt dat, denken we, geenszins leuk. Misschien de eerste keer: lekker even weg van kantoor. Maar vrij snel denkt die ambtenaar: o jee, hier wordt met gemeenschapsgeld gemorst en onderwijl blijft het werk maar liggen.

Het hele LEF future centre-concept berust op een misverstand: dat ambtenaren worden geacht wonderlijke, creatieve ideeën te spuien. En dat misverstand vloeit voort uit een veel fundamentelere misvatting: de gedachte dat de ambtenaar familie is van de manager.

Toen ze daar in de jaren tachtig mee afkwamen leek dat de ambtenaren wel een slimme manier om eindelijk van die negatieve beeldvorming rond het beroep af te komen. En zo geschiedde: de boekhouder werd account manager. Kon je 's avonds thuiskomen en woorden laten vallen als organisatiestrategieën, mergers en matrixfuncties. Geen mens die doorhad dat je nog altijd gewoon de hele dag sommen maakte.

Maar nu worden de consequenties duidelijk van de introductie in het overheidsapparaat van dat verkeerd begrepen marktdenken. Een ambtenaar moet een specialist zijn in concrete materies: die moet bijvoorbeeld erg goed goed weten hoe je de wet in specifieke gevallen moet toepassen, die moet bepaalde procedures door en door beheersen, die moet de technische expertise hebben om met industriëlen en vissers over emissienormen of over de grootte van de mazen in de netten te kunnen onderhandelen.

Een manager mag dan weer net géén specialist zijn. Behalve in meta-dingen. Managers sturen anderen aan. Managers verzinnen organisatiemodellen en bedenken hoe je diensten kan samenvoegen dan wel opsplitsen. Je kunt er zo wellicht een paar gebruiken in je organisatie, maar je moet ze dan wel goed kort houden. Maar net omdat het allemaal zo ongrijpbaar is, lukt dat niet altijd. En voor je het weet maken ze dat je de hele tijd je organisatie door elkaar gooit. En dan zitten de specialisten van de visnetten wetboeken uit te spitten en moet die van de procedures met de boeren praten. Dan loopt alles in het honderd. En dan sturen ze, ten einde raad, iedereen maar naar het LEF future centre.

Interessant is dat je in hetzelfde artikel leest over een ander probleem van de vermanagede Nederlandse ambtenarij. Ten gevolge van dat eeuwige verander heeft men te weinig eigen specialisten in huis. En dus werd in de afgelopen vier jaar ruim twee keer meer uitgegeven aan externe adviseurs.

Iemand moet toch het werk doen terwijl de ambtenaren yoga doen en mediteren?

Links sla, rechts hot dogs


Wonderlijk toch hoe de dingen die je eertijds met rechts vereenzelvigde nu bij links horen en omgekeerd. Tot diep in de jaren zestig stond links onverkort achter de eenvoudige genoegens die bij het werkmansbestaan hoorden: op tijd biefstuk op tafel en Schipper naast Mathilde op TV. Die van rechts daarentegen aten allerlei vreemde liflafjes met rare Franse namen, waarvoor je ingewikkeld ogende vorken en messen nodig had. Die van rechts gingen naar opera en ballet. Elitaire snobs.

Vandaag is niets nog wat het lijkt. Linkse media drukken de Hogere Cultuur aan de borst. Hoe ingewikkelder, hoe groter de kans dat links het interessant vindt. Linkse mensen pakken bovendien ook nog eens graag uit met hun verheven smaken, hun voorkeur voor uitgelezen wijnen en bijzondere restaurants. Lees er de kokenetenbladzijden van De Morgen op na.

En dan zie je hoe Amerikaans rechts in de verkiezingscampagne Amerikaans links de hoek indrumt als zijnde elitaire snobs. Die Obama: dat weet niet wat onder het volk leeft, dat eet -kun je nagaan- arugula! Amerikaans rechts vindt het eten van wat wij hier gemeenzaam roquette noemen, blijkbaar zo volksvreemd dat het er de draak mee steekt (zie prentje hierboven).

En daarmee gelijklopend: hoe rechts probeert McCain -zoon en kleinzoon van admiraals, afgestudeerd aan de United States Naval Academy- te presenteren als zijnde een doodgewone volksjongen. The Economist (28.08.08) formuleerde dat, als steeds, uitermate treffend:

He projects the blokeish persona of a man who used to drink too much, crash planes and chase women. On the campaign trail, he wolfs culturally significant junk food—“Pronto Pup” deep-fried hot dogs in Grand Haven, Michigan, or “concrete” frozen custard in St Louis, Missouri—with apparent relish. He has a stock of awful jokes, which he repeats so often that his staff have the punchlines printed on T-shirts. Unlike his more nuanced opponent, he couches straightforward convictions in simple terms. And he salts his message with earthy anecdotes and self-deprecating asides.

Een vraag die ons bezighoudt: is dit nu structureel of conjunctureel? Waarmee we bedoelen: vindt links conceptuele kunst en toneel van Jan Fabre nu echt leuk? Heeft rechts werkelijk waar de liflafjes, de opera en het ballet afgezworen? Vindt rechts hotdogs lekker? Heeft rechts zich nu echt het wereldbeeld en de culinaire gewoonten eigen gemaakt van wat ze daar de gewone man noemen.

Of is dit slechts een pose, ingegeven door het inzicht dat je weldenkend links nog het meest kan schofferen door schaamteloos uit te pakken met je slechte smaak. Epater le bourgeois, heette dat vroeger bij links. Epater les artistes et les intellectuels, zou je dat nu kunnen noemen.

Links sla, rechts hot dogs. Erg verwarrend allemaal.

Merk ook de ondertitels op de namaak Obama-affiche. "It's pricey at Whole Foods": Whole Foods is de keten van biologische supermarkten. Rechts geeft het signaal: wij gewone verdieners hebben daar het geld niet voor, die rijke stinkerds van links wel. En "That's a store you ignorant hicks" is een fijn staaltje zelfspot: voor gecultiveerde linkse mensen zijn die van rechts kinkels en proleten, die kennen alleen maar Wal-Mart. Rechts eist die geuzennaam nu zonder schroom op.

Links de burgers, rechts het proletariaat. Nogmaals: erg verwarrend allemaal.

vrijdag 12 september 2008

Troost of tegenslag


Over wat volgt berichten we op volstrekt neutrale toon. Uiteraard maken wij ons ook wel eens zorgen over de eventuele gevolgen van de klimaatverandering. En we hebben natuurlijk alle respect voor mensen die actievoerend aandacht vragen voor het probleem. Alleen hopen we dat die activisten dan zelf ook een beetje de ironie van onderstaand voorval begrijpen.

De mensen van het Polar Defense Project protesteren tegen het smelten van de ijskap. Dit jaar, vreesden specialisten, kon wel eens het jaar worden waarin voor het eerst de Noordpool doorvaarbaar zou zijn. Om dat te illustreren plande ene Lewis Gordon Pugh een tocht per kayak van Spitsbergen, dwars over de Noordelijke IJszee, daarbij zo dicht mogelijk de eigenlijke pool passerend. De expeditie ging op 30 augustus van start. Maar op 3 september ging het mis, schreef Pugh op zijn blog:

I have slept poorly. The floating ice, while thin, is so prevalent that, throughout the night, it grinds noisily against the side of the boat in a slightly alarming fashion - imagine someone scraping their nails across an old-fashioned blackboard. Then, for once, I am not woken by Robbie bounding into my room. Instead the ship’s engine roars to life earlier than normal - at around 5.30 - and the MV ‘Havsel’ begins to judder ominously. I clamber out of bed and scramble up to the bridge - all the ship’s crew are there, and they look serious. I look outside and I can see why. The sea is almost entirely congested with ice floes - I would estimate 80% plus of the sea is covered by them. There is a real risk that we could get stuck up here. We have drifted in the night into a much icier area than where we stopped last night. I wake up the team, and everyone groggily makes their way to the bridge. There’s a mixed reaction in the team to the prospect of getting stuck up here.

Inderdaad: de Noordelijke IJszee was toegevrozen. Gedaan met de expeditie. Wat doe je dan als milieuactivist? Blij zijn, omdat het blijkbaar nog meevalt met het smelten van de ijskap? Beteuterd zijn, omdat het hele zaakje wordt afgeblazen?

En is volgend bericht dan een troost of net een nieuwe tegenslag?

One thing that strikes me is the change in the sea ice when I compare it to my Arctic trip last year. Last year at this latitude (around 82°C North) I saw lots of three meter thick ice - multi-year ice. This year, out in the kayak, I am only paddling past single-year ice which is significantly thinner, about one metre in depth. It is no surprise to me this is a record-setting year for thinness of Arctic summer sea ice.

(Het prentje: vroeger was het ook ook niet altijd lachen. Willem Barentsz en kornuiten, overwinterend op Nova Zembla)

donderdag 11 september 2008

Mag Rani meer?


Om de haverklap hoor je beweren dat de politici zich beter zouden bezig houden met de Echte Problemen Van De Mensen. Inderdaad! Lees bijvoorbeeld even mee wat de Gazet van Antwerpen gisteren aan de kaak stelde:

Rani De Coninck ligt zwaar onder vuur bij haar vrouwelijke vtm-collega's. De Coninck is de vriendin van vtm-programmadirecteur Laurens Verbeke, en dat levert haar tal van voordelen op, menen de vtm-vrouwen. Het nieuwe kapsel van De Coninck - ultrakort en geblondeerd - is de spreekwoordelijke druppel die de emmer deed overlopen. Rani's vrouwelijke collega's verbazen zich erover dat ze toestemming kreeg voor die metamorfose.

"Waarom mag zij meer dan wij?" klagen haar collega's in Dag Allemaal. "Bij vtm zijn ze nochtans streng wat de herkenbaarheid van hun gezichten betreft." Ook het feit dat Rani 'Mijn Restaurant' mocht presenteren, werd door sommigen gezien als vriendjespolitiek. Bij vtm ontkennen ze dat De Coninck wordt voorgetrokken. "Die verandering van uiterlijk is in samenspraak goedgekeurd," klinkt het. "Ons stylingteam heeft Rani's wens onder de loep genomen en goed bevonden. Rani krijgt zeker geen voorkeursbehandeling, integendeel zelfs."


Een prangende vraag. Mag Rani meer? En vooral: wanneer doet de politiek dààr eens iets aan?

woensdag 10 september 2008

Darwin is verschenen!


Twijfelaars, renegaten en afgodenvereerders: kan dit tellen als het ultieme bewijs van de evolutietheorie? Darwin is verschenen!

Wie schetst de verbazing van de bewoners van het anders zo rustige plaatsje Dayton in Tennessee toen daar op een morgen plots een afbeelding van Darwin op een betonnen muur bleek te staan. Niemand weet hoe die er is gekomen, maar werk van een mensenhand kan het alleszins niet geweest zijn. Zoiets doen ze niet in het godvrezende Dayton.

Sindsdien wordt het stadje belaagd door van heinde en verre toegestroomde aanhangers van de evolutietheorie, die van dichtbij het mirakel willen aanschouwen. Sommigen hebben hun kindjes bij, of hun zieke ouders, in de hoop dat het even aanraken van de beeltenis van Darwin ze respectievelijk een lang en gezond leven of een verlichting van ouderdomskwalen en slepende ziekten kan bezorgen.

Ook bekeerde creationisten en eertijdse aanhangers van Intelligent Design maken de pelgrimage. Nu ze met hun eigen ogen het wonder van Darwin kunnen zien, laten ze hun Bijbels voor wat ze zijn. Slechts hier en daar is er nog een hardleerse christenfundamentalist die voet bij stuk houdt.

Zo verklaarde Reverend Clement McCoy, hoogleraar aan de Oral Roberts Universiteit: It's a stain on a wall, and nothing more. Anything else is the delusional fantasy of a fanatical evolutionist mindset that sees only what it wishes to see in the hopes of validating a baseless, illogical belief system. I only hope these heretics see the error of their ways before our Most Powerful God smites them all in His vengeance.

Wie zal het zeggen? Wij niet, alleszins. Wij hebben het volste vertrouwen in de ongetwijfeld uitermate vakkundige journalisten van The Onion, de krant die zich niet zomaar America's Finest News Source noemt. Maar lees misschien zelf even het bericht na. Je weet maar nooit.

dinsdag 9 september 2008

Twee stir fried wikipedia


Eén van de betere uitvindingen van de mensheid is de taal. Alleen jammer dat onze voorouders het niet eens werden over welke taal dan wel. Als gevolg daarvan zitten wij met Brussel-Halle-Vilvoorde en de Chinezen met stir-fried wikipedia. Dat laatste leggen we zo meteen even uit. Aan dat eerste beginnen we niet meer.

Op de site Revealing Errors vind je regelmatig nieuws over hoe de technologie soms niet helemaal doet wat we er van verwachten of hoe, zoals in het geval van de Chinezen vandaag, machines en mensen elkaar niet altijd optimaal begrijpen.

Computergegenereerde vertalingen komen, zo blijkt, wel vaker schalks uit de hoek. Deze (zie prentje hierboven) is bijvoorbeeld een hele mooie. De trotse eigenaar van deze winkel tikte de Chinese naam van zijn zaak in en zag vervolgens de ongetwijfeld mysterieus en exotisch klinkende Engelse woorden Translate Servor Error verschijnen. En die voor Engelstalige klanten enigszins bevreemdende woorden sieren sindsdien het uithangbord boven de winkel.


En de uitdrukking stir fried wikipedia kom je blijkbaar wel vaker tegen op de vertaalde menus van Chinese restaurants. Vermoedelijk ging iemand via het internet op zoek naar de vertaling van de naam van een bepaalde soort Chinese champignons. En de eerste referentie die google suggereerde kwam uit wikipedia. De onfortuinlijke onderzoeker was vermoedelijk noch vertrouwd met de Engelse taal, noch met het fenomeen internetencyclopedie en besloot dat wikipedia dan wel de vertaalde naam van de paddenstoel in kwestie moest zijn. En sindsdien kunnen Chinezen stir fried wikipedia bestellen.

Met flitten of lijst.

maandag 8 september 2008

Bommetje!


Oke, het was niet best wat onze nationale voetbaljongens lieten zien tegen Estland. En het is een beetje pathetisch om na afloop in commentaren steeds weer te horen dat er geen kleine voetballanden meer bestaan. Het is, vrezen we, eenvoudiger dan dat: wij zijn gewoon een klein voetballand.

De Esten zijn beste mensen. Maar ze zijn hooguit met een dik miljoen en, volgens wikipedia, zijn de nationale sporten veeleer: atletiek, gewichtheffen, worstelen en cross-country ski. Geen voetballand, zelfs geen kleintje.

Stilaan moeten we, als we internationaal willen meetellen, zoals onze noorderburen eigen sporten verzinnen en ons daarin dan tot wereldkampioen uitroepen. In Nederland is een fijne nieuwe sport, bommetje springen, zo populair, dat ze dit jaar wel twee nationale kampioenschappen organiseerden. De bedoeling van bommetje snapt zelfs het kleinste kind: op die wijze in het water springen dat je een zo hoog mogelijke waterzuil veroorzaakt. Lol!

Ton van Brakel uit Tilburg werd vrijdag in Werkendam kampioen met een waterzuil van 8,10 meter hoog (De Volkskrant, 8.09.08). Volgens woordvoerder Jeroen van den Akker, komt er, zoals bij wel meer dingen in het leven, bij een goed bommetje veel meer kijken dan de meeste mensen denken. Het Nederlands record, vernemen we nog, is 10,20 meter. Dat is niet niets. Maar dat moeten wij Belgen toch ook kunnen. Zo'n Daniel Van Buyten oogt, als je hem als Rode Duivel bezig ziet, altijd bijzonder log. Potentieel evenwel een behoorlijk bommetjespringer, lijkt ons.

Ook niet niets is het voorlopige palmares van onze jongens, van Maccabi. De openingswedstrijd tegen Verbroedering Zwijndrecht eindigde, terecht, met een gelijkspel. Gisteren, op verplaatsing bij Lippelo, werd met klinkende 0-3 cijfers gewonnen. Volgens het verslag op de clubsite werd er weer goed gespeeld en werden er veel kansen gemaakt. Volgende week thuis tegen Schelle, dat voorlopig slechts één punt behaalde. Iets om naar uit te zien! Dat schreven we vorig jaar niet zo vaak.

zondag 7 september 2008

Buddy Hollyday


Vandaag zou Buddy Holly 72 jaar jaar zijn geworden. Zou, als daar niet die fatale vliegtuigcrash van 3 februari 1959 was tussengekomen. Samen met Buddy kwamen die dag nog twee rockers om: J.P. "The Big Bopper" Richardson, bekend van de klassieker Chantilly Lace, en Ritchie Valens, de man van de oorspronkelijke La Bamba.

De drie rockers, met ook nog eens Dion & The Belmonts erbij, waren die winter samen op toernee. Het was de bedoeling dat ze in drie weken 24 steden in de Amerikaanse Midwest aandeden. De afstanden tussen de verschillende optredens waren, Amerika zijnde een groot land, meer dan behoorlijk. Hoewel alle betrokken muzikanten al flinke hits hadden gescoord, waren ze daar geen van allen veel rijker van geworden. Er werd getoerd met een oude bus, waarvan de verwarming het dan na een tijdje ook nog eens liet afweten. En het winterde niet een klein beetje in die dagen: drummer Carl Bunch, van Buddy's begeleidingsgroep The Crickets, werd halverwege de toer met bevrozen tenen naar het ziekenhuis afgevoerd.

De fatale vliegtuigcrash is omgeven met een ongelofelijke reeks toevalligheden. Eerst en vooral was het nooit de bedoeling dat Holly en zijn maats optraden in de Surf Ball Room in Clear Lake, Iowa. Pas tijdens de toer kwam dat extra optreden erbij. Bovendien was het ook nooit de bedoeling dat ze daar, na afloop, het vliegtuig zouden nemen. Maar omdat het zo vreselijk koud was in de bus en omdat Buddy Holly door zijn propere kleren zat en die dag het wassalon in Clear Lake was gesloten, besloten ze een vliegtuigje te huren, naar Hector Airport in Fargo, North Dakota, om van daaruit sneller toe te komen in Moorhead, Minnesota, de plaats van het volgende optreden.

Dion van Dion & The Belmonts vond, bij nader inzien, 36 dollar wel erg veel voor zo'n vluchtje. Zijn ouders, legde hij uit, betaalden maandelijks zoveel aan huishuur. Dan toch maar de bus voor hem. Waylon Jennings, later geweldig beroemd als countryzanger, maar op dat moment één van Holly's begeleiders, ruilde zijn zitje in het vliegtuig met The Big Bopper, die last had van een opkomend griepje. Ritchie Valens, die nog nooit had gevlogen en dat ook wel eens wou meemaken, tosste met Richard Alssup, een andere van Holly's Crickets, om diens plaatsje. Valens won.

Toen Holly hoorde dat Jennings niet mee vloog, grapte hij: "Well, I hope your ol' bus freezes up." Jennings, evenmin om een lolletje verlegen, repliceerde, ongetwijfeld gevat: "Well, I hope your ol' plane crashes." Daar had, gaat het verhaal, Jennings zijn hele latere leven spijt van.

Vijf minuten na het opstijgen stortte het vliegtuigje neer. Iedereen was op slag dood. Pas de volgende morgen werd het wrak, met de stoffelijke resten van de drie onfortuinlijke rockers en de al even ongelukkige piloot, gevonden. Hier een triest filmpje waarop het neergestorte vliegtuig is te zien.

Veel filmmateriaal waarop Buddy live aan het werk te zien is, is niet bewaard. Hier een zeldzaam televisieoptreden, Buddy, zijn Crickets en Peggy Sue. Van deze vinden we, jammer genoeg geen bewegend filmpje, maar het is wel een mooi achtergrondmuziekje bij het lezen van wat volgt. Buddy Holly, in Everyday, één van de weinige nummers in de geschiedenis van de popmuziek waarin een prominente plaats werd toebedeeld aan de celesta: een toestel dat oogt als een gewone piano, maar klinkt als tinkelende belletjes.

Wat zou er van Buddy zijn geworden als de toerbus verwarming had gehad, het wassalon van Clear Lake die dag open was geweest, hij zijn plaatsje met iemand anders had geruild of het vliegtuig die dag gewoon een rimpelloze vlucht had gemaakt? Automatisch denk je dan aan de talloze hits die Holly ongetwijfeld nog uit de mouwen van zijn cardigan had geschud.

Maar misschien was het ook allemaal veel minder geworden. In de sixties gepasseerd door de golf van Britse popgroepjes, die zich weliswaar allemaal op hem inspireerden, maar nu de hitparades aanvoerden. In de seventies meermaals gescheiden, getrouwd, gescheiden. Dik, met lang haar, een gouden bril met sterretjes op het montuur, een broek met olifantenpijpen en een nauw aansluitend glitterhemd, croonend in Las Vegas. Drank, drugs en aanhanger van één of andere vreemde goeroe.

Misschien is het maar beter zo. Buddy Holly, voor altijd drieëntwintig, jong, slank en met de mooiste bril uit de geschiedenis van de popmuziek.

Nog eentje om het af te leren. Een paar jaar terug maakten de jongens van Weezer een plaatje over Buddy Holly. Eigenlijk was het bijbehorende filmpje het leukst: in de legendarische diner uit het gezellige retro-feuilleton Happy Days, met The Fonz, afsluitend, in een glansrol.

Vanaf nu, elke zevende september: Buddy Hollyday.

zaterdag 6 september 2008

Ga, Johnny, ga


Deze zomer kon je her en der naar de Sex Pistols gaan kijken. Uiteraard is het goed voor Johnny Rotten en zijn maten dat vandaag blijkbaar nogal wat volk er centjes voor over heeft om de oude-mensen-die-ooit-de-Pistols-waren aan het werk te zien; ook Johnny moet op het einde van de maand rekeningen betalen. Maar laten we wel wezen: punk was niet bedoeld voor de eeuwigheid.

Hemeltergend was dat je na die optredens in de krant verslagen kon lezen van idioten die bijvoorbeeld vonden dat de klank maar niets was en de liedjes vals klonken en de groep weinig geïnspireerd leek. Jezus, wankers: het gaat over punk! P-U-N-K. Als je verantwoorde plaatjes wil horen en een dure lichtshow zien, ga dan naar Radiohead of Coldplay of U2 of wat voor chirojongensgroepjes er nog niet allemaal rondlopen. Sommige mensen ook.

Maar Johnny gaat stevig door. Vorig jaar een leuk interview met hem gelezen. Johnny neemt daarin even de maat van Joe Strummer van de Clash. Brave jongen, maar toch ook vooral een beetje een blaakskaak. Strummer was zoon van een diplomaat -niets mee mis, uiteraard: je hebt volk van alle slag nodig- maar wel zielig dat Joe dacht dat te moeten compenseren door als revolutionair te poseren. Johnny hierover:

Joe was good-hearted. But just a trifle confused. That band for me, they got themselves bogged down in sloganeering. You know, it's all rather pompous, innit? And jokey and arty – very arty and affected. Dead-serious left-wing socialism – I mean, yawn! You know, yawn! Socialism doesn't do working-class people no good at all. Just makes the wealthy feel like they care. Anything that keeps the poor in government project housing is definitely not for our benefit.

Die Rotten. Go, Johnny, go!

Leer zelf Anarchy in the UK spelen op de ukulele! Iedereen speelt dezer dagen trouwens ukulele. Op het prentje hierboven zie je de puissant rijke investeerder Warren Buffet -die kan je, Johnny, dan weer niet van socialistische sympathieën verdenken- de armemensengitaar ter hand nemen. Hier speelt Buffet mee met de Quebe Sisters Band. (Let in het begin hoe Buffet aftelt: one million, two million. Groots!). Hier hoor je hem heel even thuis bezig op de, hou je vast, electrische ukulele!

Zo klinken de Pistols op ukulele. Deze brave Franse jongen doet het voor. En dit is het akkoordenschema. Je had al bezig moeten zijn.

vrijdag 5 september 2008

Liefde, vrede en chocola


Eigenlijk is alles begonnen met Koosje Koster. Koosje Koster deed in de dezer dagen vaak verguisde, maar eigenlijk best wel geweldige jaren zestig mee met Provo. En wie of wat Provo was, jonge lezertjes, zoeken jullie zelf maar even op.

Koosje Kosters naam zal, zoals wordt uitgelegd op haar wikipedia-biografie, altijd verbonden blijven met die keer toen ze op het Amsterdamse Spui krenten uitdeelde aan de passanten. Met die krenten wou Koosje de kneuterigheid en de drogistenmentaliteit ("krenterigheid") van de Nederlanders ter discussie stellen. Dat heette toen een happening. Het meest opmerkelijk was de reactie van de politie. Die wist niet wat er gebeurde en dus ook niet hoe ze moest reageren. Nergens in het boekje stond wat je moest doen wanneer langharig werkschuw tuig krenten uitdeelde. Dus nam de politie het zekere voor het onzekere. Oud-commissaris Leendert Dorst legde het later zo uit:

De politie had geen antwoord op die ludieke acties. Bij zo'n happening liep bijvoorbeeld een meisje, Koosje Koster, krentjes uit te delen. Wat moest je daar nou mee? Wij wisten niet waar dat allemaal om draaide en of je dat nou serieus moest nemen. En als je in uniform geen houding kunt bepalen dan wordt het wel heel moeilijk. Het enige antwoord was toen dat Koosje werd gearresteerd.

Koster werd afgevoerd, ontkleed en lange tijd verhoord. Na discussies in de Tweede Kamer moest uiteindelijk de verantwoordelijke hoofdcommissaris, ene van der Molen, opstappen.

En toen was het hek van de dam.

Het Establishment -nog zo'n woord uit die tijd, jongens en meisjes: googlen maar- stond voor aap. En wanneer iemand waar je tevoren ontzag voor had, plots voor aap staat, wordt er, begrijpelijk, luid gelachen. Toen de mensen uitgelachen waren vroegen ze zich af: waar is dat eigenlijk goed voor, zo'n Establishment? En eigenlijk, constateerden diezelfde mensen, waren die provo's best wel sympathiek. En hadden ze ook niet een beetje gelijk?

Heel even leek een leukere wereld binnen handbereik. Maar toen kwamen uit de spelonken de zuurpruimen van Klein Links te voorschijn en was de lol er af. De beweging werd in Ordelijke Banen geleid, happenings werden betogingen met een eigen gemaskerde en gehelmde Ordedienst en de provo's hielden het voor bekeken. Veel van die toenmalige Klein-Linksers werden in geen tijd zelf Het Establishment, maar dat is weer een ander verhaal.

Alleszins, de geest van Koosje Koster waart vandaag opnieuw door het land. In de Gazet van Antwerpen lazen we gisteren volgend hartverwarmend bericht:

De groene partij uit Leeuwarden in Nederland wil chocolade uitdelen in uitgaansbuurten om vechtersbazen in toom te houden. Volgens de groene politici zit er een stof in chocolade dat de mensen rustig houdt en zullen mensen goed gezind zijn omdat ze een cadeautje krijgen bij het verlaten van de discotheek. Ze staven hun voorstel met een voorbeeld uit Engeland, waar het chocolade-experiment al tot positieve resultaten heeft geleid.

Meer er over op de site van de partij.

Liefde, vrede en chocola. Sterk programma.

(Het prentje: provo's deelden ook wel eens geld uit. Briefjes van tweeduizend gulden bijvoorbeeld. Happening!)

donderdag 4 september 2008

De Jagende Dictator-test


Zou er iemand in de wereld zijn die, bij het lezen van het rijtje Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen, Antwerpen, Vlaams-Brabant, Limburg, denkt: die Vlamingen, dàt moet wel een volk zijn van zangers en dichters. Lees nu even mee, de namen van de negenenzestig Georgische districten:

Abasha, Adigeni, Akhalgori, Akhalkalaki, Akhaltsikhe, Akhmeta, Ambrolauri, Aspindza, Baghdati, Batumi, Bolnisi, Borjomi, Chiatura, Chkhorotsku, Chokhatauri, Dedoplistskaro, Dmanisi, Dusheti, Gagra, Gali, Gardabani, Gori, Gudauta, Gulripshi, Gurjaani, Java, Kareli, Kaspi, Kedi, Kharagauli, Khashuri, Khelvachauri, Khobi, Khoni, Khulo, Kobuleti, Kutaisi, Kvareli, Lagodekhi, Lanchkhuti, Lentekhi, Marneuli, Martvili, Mestia, Mtskheta, Ninotsminda, Oni, Ozurgeti, Poti, Rustavi, Sachkhere, Sagarejo, Samtredia, Senaki, Shuakhevi, Sighnaghi, Sukhumi, Stepantsminda, Telavi, Terjola, Tetritskaro, Tianeti, Tkibuli, Tsageri, Tskhinvali, Tsalenjikha, Tsalka, Tskaltubo, Vani, Zestaponi, Zugdidi.

Dat spreekt voor zich, nemen we aan. Het is moeilijk onpartijdig te blijven als je, telkens ze het over de Russisch-Georgische verhoudingen hebben, in je oren hoort gonzen: Kaspi, Kedi, Kharagauli, Khashuri, Khelvachauri, Khobi, Khoni, Khulo, Kobuleti, Kutaisi. Stuk voor stuk geheimzinnig en lokkend: specerijen, zwoele nachten, zware wijnen, lichte meisjes. Zo'n land vergeef je alles. Gelukkig worden wij niet geacht deskundig ons licht op deze kwestie te laten schijnen.

Wij kunnen dan ook enigszins meesmuilen en gnuiven -woorden die je nooit in de spreektaal gebruikt, maar wel lekker wegschrijven- bij volgend bericht. De New York Times laat weten dat buitenlandse investeerders massaal Rusland ontvluchten. Daar hadden ze, vreemd genoeg, in Moskou niet op gerekend. Als je een reputatie opbouwt van onredelijk, dan zijn mensen niet zo geweldig geneigd om je vervolgens hun centjes toe te vertrouwen: vandaag pakken ze de Georgiërs, morgen mijn bedrijf. Wegwezen.

Overigens, zeer interessant en bijzonder onthullend: Putins wonderbaarlijke jachtavonturen (filmpje). Heeft er iemand eigenlijk al aan het fenomeen geënsceneerde jacht gedacht als indicator voor de mate waarin een regime dictatoriaal is? Het valt toch op dat het altijd potentaten als Tito, Ceaucescu of Kim Yong-Il zijn die menen te moeten uitpakken met dat soort taferelen: wilde beesten bij elkaar drijven en dan door de pers laten optekenen welk een wonderbaarlijke schutter je wel niet bent. Dat zie je, gelukkig, geen enkel democratisch leider doen.

Dat Putin het nodig vond ten behoeve van de vaderlandse pers een dergelijk tafereeltje in elkaar te zetten, is al een veeg teken. Dat geen enkele van de betrokken joernalisten een goede uitleg heeft voor het feit dat ze blijkbaar alles wisten te filmen, behalve het eigenlijke schieten, belooft ook al niet veel goeds.

Het gaat niet best met Rusland. Dat weten we nu wel met zekerheid, dankzij onze Jagende Dictator-test. Patent op aanvragen.

woensdag 3 september 2008

Statistiek


Wat je hierboven ziet is de grafische weergave van twee buitengewoon interessante cijferreeksen. Op de ene as zie je, per staat van de VS, hoeveel UFO's er werden waargenomen, op de andere as hoeveel keer, per staat, Bigfoot -de Amerikaanse Yeti- werd gesignaleerd. Tussen die twee cijferreeksen bestaat een sterke en positieve correlatie. Waar UFO's zitten, zit ook Bigfoot:

States with more U.F.O. sightings also have more Bigfoot sightings. In fact, six of the top ten U.F.O. and Bigfoot states are the same: Washington, Oregon, New Mexico, Alaska, Wyoming, and Colorado. Two states, Washington and Oregon, are among both categories’ top five.

Dat opent, verklaringsgewijs, bijzonder interessante perspectieven. Komt Bigfoot uit de ruimte? Behoort Bigfoot tot een dusdanig met een hoger intelligentieniveau begiftigde soort dat hij ruimtetechnologie ontwikkelde die de onze ver te boven gaat? Worden UFO's aangetrokken door Bigfoot? Jagen UFO's op Bigfoot en zie je hem daarom zo zelden en is hij op andere plaatsen zelfs uitgestorven?

Man, man: de wetenschap heeft weer voor jaren werk.

Andere hypothesen vind je in het oorspronkelijke artikel, hier te lezen.

Overigens: de VRT gaat communiceren met buitenaardse wezens, meldt de krant. Uiteraard. Tot, let op onze woorden, minister Bourgeois laat weten dat zulks dan wel in het Nederlands dient te gebeuren.

dinsdag 2 september 2008

Het universum, doorgrond


Vandaag de gebruiksaanwijzing. Al die regels die ze je vergeten mee te geven en die je gissend en missend gaandeweg zelf moet leren. Nu niet meer: zo meteen even uitprinten, opvouwen, papiertje in de handtas of portefeuille. Nooit meer de draad kwijt: het universum, doorgrond.

General Rules and Laws
Abbott's First Admonition
If you have to ask, you're not entitled to know.

Abbott's Second Admonition
If you don't like the answer, you shouldn't have asked the question.

Rule of Accuracy:
When working toward the solution of a problem, it always helps if you know the answer.

Ade's Law:
Anybody can win - unless there happens to be a second entry.

Anderson's Law:
I have yet to see any problem, however complicated, which, when you looked at it in the right way, did not become still more complicated.

Army Axiom:
Any order that can be misunderstood will be misunderstood.

Baruch's Observation
If all you have is a hammer, everything looks like a nail.

Bombeck's Rule of Medicine
Never go to a doctor whose office plants have died.

Calne's Axiom
When all else fails, read the instructions.

Arthur C. Clarke's precept
Any sufficiently advanced technology is indistinguishable from magic.

Colvard's Logical Premise
All probabilities are 50%. Either a thing will happen or it won't.

Epstein's Axiom:
With extremely few exceptions, nothing is worth the trouble.

Fett's law
Never replicate a successful experiment.

Finagle's Creed
Science is true. Don't be misled by facts.

Flugg's Law
When you need to knock on wood is when you realize that the world is composed of nylon, plastic and aluminum.

Fresco's Discovery
If you knew what you were doing you'd probably be bored.

Fudd's First Law of Opposition
Push something hard enough and it will fall over.

Hofstadter's Law
It always takes longer than you expect, even when you take Hofstadter's Law into account.

Lane Hurewitz's Memory Principle
The chance of forgetting something is directly proportional to ... to ...

Mathis' Rule
It is bad luck to be superstitious.

H. L. Mencken's Law:
For every complex problem, there is a solution that is simple, neat, and wrong.

Morton's Law
If rats are experimented upon, they will develop cancer.

Parkins' Premise
Anything that happens enough times to irritate you will happen at least once more.

Preudhomme's Law of Window Cleaning
It's on the other side.

Slick's Third Law of the Universe
There are two types of dirt: the dark kind, which is attracted to light objects, and the light kind, which is attracted to dark objects.

Socio-Genetics: First Law
Celibacy is not hereditary.


Nog meer Universele Regels en Wetmatigheden, hier. Met dank aan lezer dk. uit N., die trouwens nog een uitermate nuttige metaregel meegeeft: when in doubt: mumble. Helpt altijd.

maandag 1 september 2008

Help, weer naar school


Terug naar school: opa vertelt. Wij versleten onze eerste jongensbroekjes op de banken van een piepklein gemeenteschooltje. Een schooltje dat door de toenmalige Onderwijsdeskundigen een beetje later als te klein werd beoordeeld, want toen we net het vierde studiejaar achter de rug hadden werd het gesloten.

De school telde zo'n zeventigtal leerlingen, verdeeld over zes studiejaren. Omdat het schooltje maar vier leraars telde, waarvan er één ook nog eens het schooldirecteurschap waarnam, werden die leerlingen verdeeld over vier klassen. En dus zaten de jongens van het eerste en het derde studiejaar samen, net als die van het vijfde en het zesde. Die van het tweede en het vierde zaten telkens in een klasje apart. Alleen jongens: pas in het laatste jaar van het bestaan van de school werden er twee meisjes -Diane en Rosette: hoe zou het daar nog mee zijn?- ingeschreven.

Eigenlijk, als we eerlijk zijn, hebben we in verhouding nooit zoveel geleerd als in die vier jaar in dat schooltje. En dat had alles te maken met de kleinschaligheid. Leraars pasten het onderwijs spontaan aan de omstandigheden aan. Was het mooi weer, dan duurde de speeltijd langer. Was de leraar de vorige avond iets te laat op stap geweest, dan werd er de daaropvolgende morgen uitgebreid getekend en gekleurd. Lekker rustig. Maar als de klas er zin in had, dan werd er ook stevig doorgewerkt. En als er iets in de wereld gebeurde dat ons -of de leraar- bovenmatig interesseerde dan hadden we het gewoon daar over.

Eén van de leraars was een enthousiast fotograaf en dus trokken we er regelmatig met hem op uit. Naar het park of naar de markt: beetje rondhangen en foto's maken. En zonder dat we het doorhadden leerden we van alles. Kasteel in het park: geweldige aanleiding om het over de geschiedenis te hebben. Leraar kocht brood en kaas: fantastisch om te rekenen met echt geld.

Idealiseren we dat verleden? Na dat vierde studiejaar trokken we allemaal noodgedwongen naar veel respectabeler en beter aangeschreven scholen. Ongeveer elk van ons bleek een voorsprong te hebben op de nieuwe medeleerlingen. En wat ook opmerkelijk was: vanaf dat vijfde studiejaar staken elke zondagavond zenuwachtigheid en tegenzin hun lelijke kop op. Help, morgen weer naar school.

Aan die wonderlijk anarchistische eerste schooljaren moesten we gisteren terugdenken toen ze op het RTBF-journaal een nieuwe school in het Waalse Limerlé introduceerden, waar ze vanuit de onderwijsfilosofie van de pédagogie nomade aan de slag willen. Leraars en leerlingen bepalen samen waarover ze het zullen hebben, leerlingen steken een handje toe bij het inrichten en onderhouden van de lokalen, leraars en leerlingen zijn elkaars gelijken.

Onze zegen hebben ze. En wie liever een heel strenge school heeft, met veel tucht en traditie: ook dat moet kunnen. Laat honderd bloemen bloeien. Splits al die mastodontscholen, waarvan iedereen maar ongelukkig wordt, op in schooltjes met een stuk of vijf leraars, elk met een eigen project. Laat ouders vrij een school te kiezen in functie van wat ze belangrijk vinden. En laat vervolgens die ouders, leraars en leerlingen met rust. Dit en alle volgende schooljaren.

(Het prentje: nog een voordeel van zo'n klein schooltje met weinig middelen. Het schoolbibliotheekje had al lang opgegeven om de tijdsgeest bij te benen. Deze lazen we daar voor het eerst en was -en is- één van onze lievelingsboeken: Jelle van Sipke-Froukjes. Een Fries jongensboek, van Nienke Van Hichtum.)