
Terug naar school: opa vertelt. Wij versleten onze eerste jongensbroekjes op de banken van een piepklein gemeenteschooltje. Een schooltje dat door de toenmalige Onderwijsdeskundigen een beetje later als te klein werd beoordeeld, want toen we net het vierde studiejaar achter de rug hadden werd het gesloten.
De school telde zo'n zeventigtal leerlingen, verdeeld over zes studiejaren. Omdat het schooltje maar vier leraars telde, waarvan er één ook nog eens het schooldirecteurschap waarnam, werden die leerlingen verdeeld over vier klassen. En dus zaten de jongens van het eerste en het derde studiejaar samen, net als die van het vijfde en het zesde. Die van het tweede en het vierde zaten telkens in een klasje apart. Alleen jongens: pas in het laatste jaar van het bestaan van de school werden er twee meisjes -Diane en Rosette: hoe zou het daar nog mee zijn?- ingeschreven.
Eigenlijk, als we eerlijk zijn, hebben we in verhouding nooit zoveel geleerd als in die vier jaar in dat schooltje. En dat had alles te maken met de kleinschaligheid. Leraars pasten het onderwijs spontaan aan de omstandigheden aan. Was het mooi weer, dan duurde de speeltijd langer. Was de leraar de vorige avond iets te laat op stap geweest, dan werd er de daaropvolgende morgen uitgebreid getekend en gekleurd. Lekker rustig. Maar als de klas er zin in had, dan werd er ook stevig doorgewerkt. En als er iets in de wereld gebeurde dat ons -of de leraar- bovenmatig interesseerde dan hadden we het gewoon daar over.
Eén van de leraars was een enthousiast fotograaf en dus trokken we er regelmatig met hem op uit. Naar het park of naar de markt: beetje rondhangen en foto's maken. En zonder dat we het doorhadden leerden we van alles. Kasteel in het park: geweldige aanleiding om het over de geschiedenis te hebben. Leraar kocht brood en kaas: fantastisch om te rekenen met echt geld.
Idealiseren we dat verleden? Na dat vierde studiejaar trokken we allemaal noodgedwongen naar veel respectabeler en beter aangeschreven scholen. Ongeveer elk van ons bleek een voorsprong te hebben op de nieuwe medeleerlingen. En wat ook opmerkelijk was: vanaf dat vijfde studiejaar staken elke zondagavond zenuwachtigheid en tegenzin hun lelijke kop op. Help, morgen weer naar school.
Aan die wonderlijk anarchistische eerste schooljaren moesten we gisteren terugdenken toen ze op het RTBF-journaal een nieuwe school in het Waalse Limerlé introduceerden, waar ze vanuit de onderwijsfilosofie van de pédagogie nomade aan de slag willen. Leraars en leerlingen bepalen samen waarover ze het zullen hebben, leerlingen steken een handje toe bij het inrichten en onderhouden van de lokalen, leraars en leerlingen zijn elkaars gelijken.
Onze zegen hebben ze. En wie liever een heel strenge school heeft, met veel tucht en traditie: ook dat moet kunnen. Laat honderd bloemen bloeien. Splits al die mastodontscholen, waarvan iedereen maar ongelukkig wordt, op in schooltjes met een stuk of vijf leraars, elk met een eigen project. Laat ouders vrij een school te kiezen in functie van wat ze belangrijk vinden. En laat vervolgens die ouders, leraars en leerlingen met rust. Dit en alle volgende schooljaren.
(Het prentje: nog een voordeel van zo'n klein schooltje met weinig middelen. Het schoolbibliotheekje had al lang opgegeven om de tijdsgeest bij te benen. Deze lazen we daar voor het eerst en was -en is- één van onze lievelingsboeken: Jelle van Sipke-Froukjes. Een Fries jongensboek, van Nienke Van Hichtum.)


























