dinsdag 29 april 2008

Zuiniger op de geschiedenis


Mensen zijn vooral geneigd de lof van de geschiedenis te zingen als ze het gevoel hebben dat die geschiedenis bevestigt wat ze zelf ook vinden.

Zelf opperden we wel eens, in gezelschappen waar men onze nieuwe islamitische medeburgers met een scheef oog bekeek, dat Europa ook heel wat aan de islam had te danken. Onze kennis van Aristoteles bijvoorbeeld.

Dan legden we uit dat toen wij hier, in de Duisterste Middeleeuwen, overgeleverd aan ongeletterdheid en dolende roofridders, een uitermate droef en armoedig bestaan leidden, er in het Moorse Spanje een superieure beschaving bestond. Daar heerste tolerantie, daar werden de geschriften uit de Klassieke Oudheid bewaard en bestudeerd. Dankzij die islamitische geleerden hebben we vandaag wiskunde, geneeskunde, astronomie en filosofie. Wie beweert dat de islam in essentie en onvermijdelijk intolerant is en fundamentalistisch, zou zich beter verdiepen in hoe het er tussen de 9de en de 13de eeuw aan toeging, besloten we streng ons betoog. Daar hadden ze meestal niet van terug.

Dat verhaal, dat we met zoveel smaak vertelden, is evenwel, als we mogen voortgaan op een nieuw boek van de Franse historicus Sylvain Gouguenheim (Aristote au Mont Saint-Michel, Editions du Seuil, Parijs, 2008), grotendeels onwaar.

De Arabieren gingen uitermate selectief om met wat ze van de Griekse auteurs bewaarden en gebruikten. De vertalingen van de klassieke teksten waren veeleer het werk van Arameeërs en van Arabische christenen. Vijftig jaar voor er Arabische versies werden gemaakt van Aristoteles, waren ze in het Franse klooster van Mont Saint-Michel al begonnen met die vertaalarbeid.

De vandaag dominante lezing van de geschiedenis -de islam als behoeder van de klassieke erfenis- kwam, aldus Gougenheim, in een politiek uiterst suspecte context tot stand en diende ook nadrukkelijk een politiek doel. Het waren vooral Duitse arabisten en historici die in de jaren 1930 de islam begonnen te beschrijven als tolerant en hoeder van de Griekse beschaving. Die Duitse geleerden toonden wat graag aan dat de wortels van onze cultuur helemaal niet joods waren en dat het Westen veel aan de islam had te danken. Dat leverde in een door Fransen en Britten gekoloniseerd Midden-Oosten trouwens heel wat lokale bondgenoten op.

Wat moet je als leek nu van die nieuwe interpretatie van de geschiedenis denken? Kan je op één of andere manier zelf een oordeel vellen in deze kwestie? Uiteraard niet. Kan je voortgaan op wat de experten zeggen? Blijkbaar ook al niet. Wat nu?

Uiteraard maakt wat er tussen de 9de en de 13de eeuw gebeurde geen verschil uit voor het leven van vandaag. Of we onze kennis van Aristoteles nu te danken hebben aan Franse kloosterlingen, islamitische geleerden of marsmannetjes doet er strikt genomen niet toe. Wie zijn gehoor er van wil overtuigen dat het geen schrik moet hebben van zijn islamitische buren, kan dat ook zonder historische vergelijkingen.

Misschien moeten we in het dagelijkse leven maar wat zuiniger worden op de geschiedenis. Maar zo eenvoudig ligt het natuurlijk niet.

(Wie er meer over wil weten: in de International Herald Tribune staat een stuk van John Vinocur over het boek en de polemiek. Op het prentje: Aristoteles voor de buste van Homerus, Rembrandt, Metropolitan Museum of Art, New York.)

2 opmerkingen:

pst zei

Een uitermate attente lezeres bezorgde ons, via een andere weg, deze reactie:

1. Inderdaad, Europa had ook voor Al Andalus toegang tot Aristoteles, maar slechts tot één, dan nog zeer ingekrompen versie van, een boek.
2. Inderdaad, ze vertaalden selectief : theologie en filosofie en wetenschap, literatuur was de moeite niet.
3. Als jood of christen werd je getolereerd als je gemeenschap belasting betaalde. Je kon als Jood grootvizier van de kalief worden, niet de 700 jaar lang dat Al-Andalus geduurd heeft, maar wel af en toe.
4. Er waren toen ook verschillende stromingen binnen de islam, en de plaatselijke moslims die aan de drank, de luxe, de wetenschap en de poëzie zaten, hadden heel wat meer last van hun geloofsbroeders uit Noord-Afrika die orde op zaken probeerden te stellen dan van hun christelijke vijanden.
5. Strategische allianties tussen christen- en moslimkoninkrijkjes waren schering en inslag tot in de dertiende eeuw.

En een leuk in het Nederlands vertaald boek over één en ander : María Rosa Menocal ? De gouden eeuwen van Andalusië.
2006, Bulaaq, Amsterdam.

Dankuwel, lieve lezer!

Marc Vanfraechem zei

Het boek van Gouguenheim werd gerecenseerd in Le Monde, en de vertaling van dat artikel vindt u hier